De onvermijdelijkheid van de integrerende Europese Unie

De Verenigde Staten van Europa zijn de afgelopen twee dagen niet uitgeroepen. Maar de 28 regeringsleiders van de Europese Unie die in Brussel bijeen waren voor hun periodieke eindejaarstop hebben met hun besluiten wel opnieuw de onvermijdelijkheid van intensievere samenwerking en de daarbij behorende overdracht van bevoegdheden naar Europa bevestigd.

De belangrijkste beslissing is de definitieve stap op weg naar een bankenunie. Hiermee nemen de zeventien eurolanden afscheid van het nationaal bankentoezicht en scharen zij zich achter een garantiefonds op Europese schaal. Regeringen die banken met belastinggeld opkopen danwel aan het infuus leggen zijn straks verleden tijd. Zeker, dit was een voorziene beslissing waar de afgelopen jaren menig Europees overleg aan is gespendeerd. Maar na de Europese top is er nu dan ook het politieke feit.

De weg naar de bankenunie was een overzichtelijke. Maar de ingrijpende tweede fase – het bij de bankenunie horende Europees garantiestelsel – is opmerkelijk sneller tot stand gebracht dan oorspronkelijk voor mogelijk werd gehouden. Dit komt doordat de rol van de lidstaten bij een bankencrisis in het huidige voorstel is vergroot. Het gevaar van ongeclausuleerde en automatische geldoverheveling bij een dreigend faillissement, zonder dat afzonderlijke landen er iets over te zeggen hebben, is verminderd. Het tekenen van een blanco cheque was vooral een grote zorg van Duitsland.

Met een versterking van het intergouvernementeel karakter, vastgelegd in een apart verdrag, blijft nationale betrokkenheid deels gewaarborgd. Maar deze concessie dreigt ten koste te gaan van de noodzakelijke slagkracht die, zoals het recente verleden heeft bewezen, gewenst is bij majeure reddingsoperaties. Terecht wijst het Europees Parlement op de ongewenste complexheid van het systeem. Maar meer Europa blijft het.

De regeringsleiders zetten voorts verdere stappen op weg naar een Europese economische regering. Hoe ver deze gaan blijft nog in nevelen gehuld. Want de vraag in hoeverre het gemeenschappelijke Europa straks individuele lidstaten mag aanspreken op te treffen maatregelen om de economie te hervormen, heeft geleid tot een semantische discussie over contracten. De onder meer in Nederland omstreden toevoeging „bindend” die nog stond in de concepttekst is verdwenen. Dit was een overwinning die premier Rutte graag incasseerde. Maar de Duitse bondskanselier Merkel meldde donderdagnacht met evenveel trots dat zij de toevoeging vrijwillig uit de ontwerptekst had weten te halen.

De regeringsleiders hebben zich verenigd op de omschrijving „Onderling overeengekomen contractuele afspraken”, een tekst die vooral het politieke ongemak verraadt. Niet voor niets zei Merkel dat haar vurige wens om een gezamenlijk Europees economisch beleid tot stand te brengen „millimeterwerk” is. Maar los van alle definitiekwesties is ook hier weer de richting ontegenzeggelijk: meer Europa. Een logische richting. Want een monetaire unie zonder Europese politiek-economische unie is gedoemd te mislukken, zo heeft de ontwrichtende schuldencrisis afdoende duidelijk gemaakt.

Het derde in het oog springende resultaat van de vrijdag beëindigde top is de afspraak tussen de regeringsleiders om nauwer te gaan samenwerken op het gebied van Defensie. Dit varieert van operationele tot materiële samenwerking. Het is niet de eerste keer dat deze ambitie wordt uitgesproken, maar het gesternte is veranderd. Onder druk van de economische crisis hebben diverse lidstaten fors gekort op hun defensie-uitgaven. De voor de hand liggende oplossing om de gevolgen van deze bezuinigingen te beperken is samenwerking. De 22 punten tellende tekst kent de nodige vrijblijvendheid en het gemeenschappelijke Europese leger is nog mijlenver weg. Maar ook hier geldt: de contouren zijn geschetst. En die gaan wederom in de richting van meer Europa.

Bankenunie, economische regering, defensiesamenwerking. Conform het voor de Europese Unie zo kenmerkende ‘telescoop-mechanisme’ waarbij het ene besluit tot intensievere samenwerking automatisch voortvloeit uit het vorige, wisten de Europese regeringsleiders zich op al deze punten te verenigen. Het is goed om dit vast te stellen. De politieke retoriek suggereert minder Europa. Maar de werkelijkheid is meer Europa.