De Herodotus van het schaken

Met Lex Jongsma, die op 3 december overleed, 75 jaar oud, had ik in de afgelopen vijftig jaar vaak kribbige woordenwisselingen. Daartussen was het dan lange tijd goed tussen ons en in de laatste twee jaar was het weer slecht, slechter dan het ooit geweest was.

In 1964 gingen we naar de studentenolympiade in Krakau. Lex speelde aan het eerste bord. Hij had al een paar keer eerder in die studentenolympiades gespeeld en in 1962 in Marianske Lazne de prachtige score van 10,5 uit 13 gehaald. In 1957 was hij in het jeugdwereldkampioenschap in Toronto derde geworden. Het waren omstreeks 1960 zijn beste jaren als schaker.

Toen in Krakau was hij 26 jaar, de leeftijdsgrens, dus hij mocht nog maar net meedoen. Hij vertelde de nieuwelingen dat het niet zo nauw luisterde, omdat er in het studententeam van Mongolië iemand zat die al vele jaren hoogleraar aan de universiteit van Peking was, maar omdat je aan het gelaat van de ondoorgrondelijke oosterling zijn leeftijd niet kon afzien, kwam hij ermee weg.

Achteraf bedacht ik dat Lex toen al een beetje de Herodotus van de schaakhistorie was die hij later als journalist, boekenschrijver en commentator bij toernooien zou worden. Een mooi verhaal moest niet doodgecheckt worden.

Hoewel hij later nog een paar keer in het NK speelde en in grote internationale toernooien in Nederland, werd zijn carrière als actieve schaker steeds meer ondergesneeuwd door zijn beroep als fiscaal jurist en door zijn werkzaamheden voor De Telegraaf, waar hij veertig jaar voor schreef.

Hij werd Lid van Verdienste van de KNSB en Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Die onderscheidingen waren terecht, want hij was een waar schaakpropagandist. En ik was vaak de pedante purist die jammerde dat zijn verhalen lang niet altijd waar waren.

Hij schaakte vaak sierlijk, een woord dat hij graag gebruikte. Kijk naar de opgave (een stelling die ik vorige week in de Volkskrant vond) en wees jaloers op de man die zo’n zet mocht spelen.

Lex Jongsma – Janos Flesch, Hoogovens-B Wijk aan Zee 1968

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. g3 c5 4. Pf3 cxd4 5. Pxd4 d5 6. Lg2 e5 7. Pf3 d4 8. 0-0 Pc6 9. b4 Een provocerende zet. Behalve met 9…Lxb4 moet wit ook rekening houden met 9…e4. 9… Dc7 10. a3 Le6 11. Pbd2 h6 12. Da4 Pd7 13. Lb2 Le7 14. Tac1 0-0 15. Tfd1 f5 16. c5 Lf6 17. Pb3 Kh8 18. b5 Pe7 19. Pfd2 Pd5 20. Pc4 Le7 Een aardige manier om van de positie van wits dame te profiteren was 20…P7b6, bijvoorbeeld 21. cxb6 axb6 22. Pba5 bxa5 23. e3 met scherp spel. 21. e3 Nu is zwart in onoverkomelijke problemen. 21…Lxc5

Zie diagram boven

Er dreigt zwart groot onheil langs de c-lijn, maar wits dame is ook in gevaar. 22. Pxe5 P5b6 23. Pg6+ Kg8 24. Pxc5 Een sierlijk en correct dameoffer, maar er was een winst met 24. Db4 Lxb4 25. Txc7 Lxb3 26. Txd4, omdat wit na 26…Lc5 27. Tdxd7 Pxd7 28. Pxf8 materiaal voor blijft. Dit was moeilijk te berekenen. 24…Pxa4 25. Pxe6 Da5 26. Lxd4 Tf7 27. Lxb7 Wit heeft twee stukken en twee pionnen voor de dame, maar hij staat beter. 27…Tb8 28. Lc6 Pf6 Het was tijd om zijn andere paard met 28…Pab6 naar huis te brengen. 29. Le5 Tc8 30. Ld6 Pe4 31. Pe7+ Txe7 32. Lxe7 Het materiële evenwicht is hersteld. 32…Pac3 33. Lb4 Da4 34. Te1 En nu wint wit beslissend materiaal. 34…Txc6 35. bxc6 Dxc6 36. Pd4 Dc7 37. f3 a5 38. fxe4 axb4 39. axb4 Dc4 40. b5 fxe4 41. b6 Db4 42. b7 Zwart gaf op.