In beeld

Op de droomboot naar het beloofde land

Tussen Indonesië en Christmas Island in Australië zit 300 kilometer wilde oceaan. Meer dan duizend bootvluchtelingen stierven al tijdens de overtocht. Toch blijven nieuwe migranten het proberen, onder erbarmelijke omstandigheden. NRC Handelsblad publiceerde vandaag een stuk van The New York Times waarin de overtocht naar Christmas Island wordt gevolgd.
Sara-e Shazada, de grootste geldmarkt in Kabul. De tocht naar Australië begint voor sommige Afghaanse asielzoekers hier, op de plek waar ze mensensmokkelaars betalen voor hun overtocht.
Jo‘l van Houdt / The New York Times
Bogor, Indonesië. Asielzoekers met eindbestemming Australië onderhandelen met taxichauffeurs over een rit naar Jakarta, waar zij in afwachting van hun overtocht verblijven.
Jo‘l van Houdt / The New York Times
De eerste dag van de boottocht van Indonesië naar het Australische Christmas Island. Op de negen meter lange vissersboot zitten drie dagen lang twee bemanningsleden, 55 Iraanse asielzoekers en een Afghaan op elkaar. Aan boord zijn ook kinderen.
Jo‘l van Houdt / The New York Times
Op de eerste dag van de overtocht schuilen de opvarenden onder een dekzeil.
Jo‘l van Houdt / The New York Times
De Indische Oceaan op eerste dag van de boottocht tussen Indonesië en Australië.
Jo‘l van Houdt / The New York Times
Dag twee.
Jo‘l van Houdt / The New York Times
Schemering op de tweede dag van de overtocht.
Jo‘l van Houdt / The New York Times
Opvarenden kijken toe terwijl de Australische marine op hen af vaart.
Jo‘l van Houdt / The New York Times
Aan het einde van de boottocht betreedt de Australische marine het schip.
Jo‘l van Houdt / The New York Times
Schuilen onder een dekzeil tegen de zon.
Jo‘l van Houdt / The New York Times
De opvarenden rusten uit op de laatste dag van de boottocht richting Australisch grondgebied. De gele reddingsvesten komen van de Australische marine.
Jo‘l van Houdt / The New York Times