Bondskanselier met uithoudingsvermogen

Angela Merkel is doodsbang voor honden. In Duitsland weet bijna iedereen waarom: de bondskanselier is ooit gebeten. En wat doet Vladimir Poetin, de Russische president, als hij Merkel te gast heeft? Hij geeft haar hondjes cadeau of laat tijdens de bespreking een enorme zwarte Labrador los rondlopen. Hij heeft dat meermalen gedaan. Er zijn foto’s van. Op één daarvan zie je Merkel in een lage makkelijke stoel zitten, compleet verkrampt omdat het beest haar besnuffelt. Zelfs in die benarde situatie weet ze een glimlachje te produceren.

Dat Merkel uithoudingsvermogen heeft, wisten we: ze is net voor de derde keer bondskanselier geworden. In een tijd waarin alles snel verandert en veel van haar collega’s al na één termijn worden afgeserveerd, is zij de machtigste politicus van Europa.

Eén van de redenen dat zoveel Duitsers haar hun stem toevertrouwen, is dat ze alles stapje voor stapje doet. Merkel leest dossiers, wikt, weegt en beslist dan pas. Merkel houdt niet van risico’s. Wie iets radicaals wil, moet op een ander stemmen. Behoedzaam zijn ligt waarschijnlijk in haar aard. Ze heeft het ook geleerd: als dochter van een West-Duitse dominee in Oost-Duitsland moest ze altijd op haar hoede zijn. Die eigenschap heeft ze gebruikt om politiek omhoog te komen.

Ze past wat dat betreft uitstekend in dit tijdperk. In de jaren zestig gingen burgers de straat op omdat zij het beter wilden krijgen dan hun ouders, op allerlei fronten. Nu protesteren ze omdat ze datgene wat hun ouders hadden, willen houden. Ze willen er niet op achteruitgaan, of nóg meer inleveren. In die zin hebben de protesten van afgelopen weken in Italië iets gemeen met het Duitse stemgedrag – beiden zijn behoudzuchtig.

In veel landen wordt dit conservatisme omarmd door linkse én rechtse politici. Die weten dat burgers bang zijn dat ze door de globalisering hun baan verliezen of minder pensioen krijgen. De politici spelen op die angst in door zich steeds meer tegen de globalisering te keren en kiezers een veiliger, kleinere wereld te beloven met minder immigranten, minder Brussel en meer traditionele waarden en geborgenheid. Ze weten dat ze mensen moeilijk kunnen beschermen tegen de globalisering, die zij en hun partijgenoten overigens zelf in gang hebben gezet. De problemen van Europa zijn grote, grensoverschrijdende dilemma’s die je alleen met andere landen kunt oplossen, niet alleen. Eén regeringsleider, hoe doortastend ook, kan een economische crisis, illegale immigratie of handelsoorlog met China niet stoppen. De kiezer die op dit soort eurosceptische politici heeft gestemd, merkt vrij snel dat zij niet ‘leveren’. En stemt prompt op een ander.

Merkel is niet dol op Brussel. Maar erop schelden doet ze niet. Integendeel: in speeches legt zij vaak uit waarom Europa ons beste antwoord is op de globalisering. Zelfs Duitsland, zegt ze dan, is maar een stipje op de wereldkaart. Europese landen moeten samenwerken, een vuist maken: anders worden ze weggespeeld. Poetin en zijn honden zijn wat dat betreft maar kinderspel. Daarom steekt Merkel haar energie niet in eurosceptische utopia’s, maar in pogingen om Europees beleid zo goed mogelijk haar kant op te buigen. Dat lukt haar, keer op keer. Zo geeft ze de Duitsers nóg een reden om op haar te stemmen.

    • Caroline de Gruyter