Ambt en aanzien

Sidney van den Bergh was in 1959 ruim twee maanden minister van Defensie toen hij noodgedwongen aftrad. Een van de redenen was dat hij een buitenechtelijke relatie had. Dat vond Pieter Oud, de leider van zijn partij (VVD), ongepast. Dat was toen, blijkbaar, een norm.

Onno Hoes, ook VVD, mag van de gemeenteraad burgemeester van Maastricht blijven. Zelf was hij ook allerminst van plan om op te stappen. „Ik wil met de stad door, ik hou van de stad en de mensen”, zei hij donderdagavond op de regionale omroep L1. Dat hij van mensen houdt, heeft de burgemeester nogal nadrukkelijk laten blijken. Hij heeft in de lobby van een hotel in Maastricht een jongeman gezoend; daar zijn foto’s van gepubliceerd. Die man heeft (tevergeefs) gepoogd de burgemeester te chanteren en beweert met hem een buitenechtelijke relatie te hebben gehad. Hoes bleek eerder met ontbloot bovenlijf op een chatsite voor homo’s te staan.

Het zijn mededelingen die er niet toe zouden doen, ware het niet dat het gedrag van de burgemeester reden is geweest voor de gemeenteraad van Maastricht om in een spoedvergadering in beslotenheid bijeen te komen. Wellicht herinnerde de raad zich nog de woorden die Hoes uitsprak in zijn installatierede op 1 november 2010: „Het burgemeestersambt van Maastricht [...] is eenlevenswijze waarvoor je kiest.” De raad zal toen in meerderheid niet hebben gedacht aan Hoes’ handel en wandel zoals die de afgelopen periode in de publiciteit is gekomen. Volgens de burgemeester bestaat de kans dat er meer details over zijn privégedragingen naar buiten zullen komen; laat dat maar aan de roddelrubrieken over. Het besluit van de gemeenteraad komt erop neer dat de burgemeester voor het eerst, maar ook voor het laatst is gewaarschuwd.

Het kernwoord in deze kwestie is ‘privé’. De amoureuze avonturen van Hoes en zijn seksuele gedragingen gaan anderen niet aan, zolang hij zich binnen de grenzen van de wet begeeft. Maar de kwestie is dat een burgemeester niet ophoudt burgemeester te zijn als hij zijn ambtsketen afdoet. Als de eerste burger van de stad begeeft hij zich in het publieke domein zodra hij de drempel van zijn woning overschrijdt of zich op virtuele wijze blootgeeft. Op dat moment heeft hij te rekenen met de opvattingen in dat domein. En hij moet zich rekenschap geven van artikel 37 van het Rechtspositiebesluit burgemeesters: het voorschrift dat zij het aanzien van hun ambt niet mogen schaden.

Wanneer dat ambt wordt geschaad, is ook een kwestie van smaak. Minister Van den Bergh moest opstappen, net als in 1988 burgemeester Bert Smallenbroek van Smallingerland na een stapavondje. Normen veranderen. Daarom mag Hoes blijven; met dat besluit van de gemeenteraad valt goed te leven.