Altijd samen in de framily

Een vriendenclub kan voelen als familie. Sommige leden van een ‘framily’ zien elkaar dagelijks, vieren hun verjaardagen samen, steunen elkaar in moeilijke tijden. „Mijn vrienden compenseren de warmte die ik in mijn ouderlijk huis mis.”

Tekst Brigit Kooijman, foto’s Peter de Krom

Als Marlies van Beek (26) vroeger uit school kwam, zette ze weleens een pot thee en wachtte tot haar oudere broers en zussen en haar moeder thuiskwamen. Ze hoopte daarmee ‘het hele clubje’ gezellig bij elkaar te krijgen, maar dat lukte zelden. Iedereen ging zijn eigen gang. Van Beek: „Mijn ouders zijn gescheiden, en daarmee is het gezin in feite uit elkaar gevallen. Allemaal hebben we wel geprobeerd op onze eigen manier de boel bij elkaar te houden, maar dat leverde voornamelijk strijd op.”

Voor een gezelligheidsdier als Van Beek zonder sterke familiebanden is haar ‘vriendenfamilie’ – de knuffelaars uit Zwolle – een uitkomst. „Naar mijn idee hoeft familie niet je biologische familie te zijn. Mijn vriendengroep compenseert de warmte die ik in mijn ouderlijk huis mis. We zijn veel samen, hebben plezier met elkaar en kijken naar elkaar om. ”

Ook voor wie een goede band met zijn bloedverwanten heeft, kan een vriendenclub voelen als familie. „Mijn familie is heel belangrijk voor me, maar mijn vriendengroep is mijn basis”, vertelt Niels van Nimwegen (31) over zijn ‘leukste groepje’ in Utrecht. „Ik denk altijd vanuit het concept van de groep, bijvoorbeeld bij het plannen van vakanties. Het is nooit ‘ik’ of ‘mijn vriendin en ik’ maar altijd ‘wij, de vriendengroep’.”

De ‘framily’ of ‘urban tribe’ (zoals actrice Halina Reijn haar hechte vriendengroep noemt, blijkens haar column in magazine JAN) is in opkomst. Helemaal nieuw is het niet, denk maar aan de oude Griekse filosoof Epicurus die al in 300 voor Christus een vriendengemeenschap stichtte. „Maar wel vergeleken met de vorige decennia”, zegt hoogleraar sociale wetenschappen Christien Brinkgreve. „Mensen trouwden en stichtten een gezin, óf ze bleven alleen. Deze tussenvorm past heel goed in deze tijd, waarin levensfases niet meer zo vastliggen, en waarin mensen behoefte hebben aan vrijheid – een gezin wordt al gauw als benauwend ervaren - maar tegelijk bang zijn om alleen te zijn. Daarbij lijkt de urban tribe levensvatbaarder dan de communes die in de jaren zestig ontstonden, en te gronde gingen aan ruzies over de huishoudelijke taakverdeling en seksuele rivaliteiten. In een urban tribe woont iedereen op zichzelf, maar leeft wel in een duurzaam verband. Een ontwikkeling die goed past in de huidige netwerksamenleving.”

Het verschil tussen een framily of tribe en een gewone vriendengroep zit ‘m volgens Brinkgreve waarschijnlijk vooral in het ‘weefsel’: het feit dat alle leden stuk voor stuk sterk bevriend zijn met elkaar. Ook fysieke nabijheid lijkt een factor. Juist het bij elkaar kunnen binnenlopen zonder afspraak, op elk moment van de dag en zonder speciale reden, geeft dat familiegevoel. Gedeelde interesses zoals de liefde voor bepaalde muziek zijn vaak een motor die de vriendschap en het groepsgevoel aan de gang houden, maar ze zijn niet noodzakelijk. Voor intense gesprekken geldt hetzelfde. Brinkgreve: „Na het werk onbekommerd slap lullen in een café kan juist een teken van diepe zielsverwantschap zijn. Wel belangrijk is dat je kunt rekenen op emotionele en soms ook praktische steun.”

De meeste vriendenfamilies bestaan uit twintigers en dertigers, omdat dat de levensfase is waarin je je losmaakt van je ouders, je eigen weg in de wereld zoekt en vaak zelf nog geen gezin hebt. Maar Brinkgreve vindt deze samenlevingsvorm ook bij uitstek geschikt voor ouderen. „Nu mensen langer leven en er behoorlijk bezuinigd wordt op zorg en steun, kan ik me voorstellen dat dit soort vriendennetwerken in een behoefte voorziet van mensen op leeftijd die nu nog goed zijn, maar later de zorg voor elkaar willen delen.”

Gaan framily’s op den duur onze eigen familie verdringen als sociaal vangnet en bron van affectie? Brinkgreve meent van niet. „Gezinnen kunnen verstikkend zijn, en ik kan me goed voorstellen dat voor mensen die tekort gekomen zijn in hun eigen gezin een vriendengroep voelt als een zelfgekozen familie waar je een grotere verwantschap mee voelt dan met je bloedverwanten. Maar ‘het einde van de familie’, zoals dat in de jaren ’70 en ’80 werd aangekondigd, is niet uitgekomen. Familie voorziet in iets anders, het is de omgeving die je gevormd heeft, waar je het allermeest bij hoort, ook al wil je eraan ontsnappen.”

Hoe taai dat familiegevoel is, blijkt uit het feit dat de meeste mensen ondanks alles – en al dan niet met tegenzin – met Kerst bij hun eigen familie zijn. Ook Marlies van Beek, die vorig jaar geen Kerst vierde met haar familie omdat de verhoudingen dat niet toelieten, gaat waarschijnlijk weer langs op Eerste Kerstdag. „Ik heb nog geen plannen, maar ik denk dat ik wel even hoi ga zeggen en dat we gezellig even samen wat gaan eten.”

    • Peter de Krom
    • Brigit Kooijman