Zonder pensioenwijziging dreigt lager loon in januari

Werkgevers en werknemers moeten snel inspelen op de veranderende fiscale pensioenwetgeving. Anders stijgen de lasten, schrijft Masha Bril.

Per 1 januari 2014 wijzigt de fiscale pensioenwetgeving. De kans is groot dat dit per 1 januari 2015 weer gebeurt, gezien het eergisteren gesloten pensioenakkoord. Werknemers krijgen per 1 januari 2014 te maken met hogere belastingen, als hun pensioenregeling niet in december 2013 aan de regels van 2014 wordt aangepast. Sommige pensioenregelingen zijn nog niet aan de nieuwe regels aangepast, waardoor een aanzienlijk lager loon dreigt (mogelijk vijftien procent). Om het tij te keren moeten betrokken werkgevers en werknemers snel om tafel.

Per 1 januari 2014 wordt de maximale pensioenopbouw verlaagd. Bij werknemers met een pensioenregeling die (bijna) maximaal aftrekbaar is en die bovendien een niet aangepaste pensioenovereenkomst hebben, voldoet het pensioenreglement niet meer aan de nieuwe fiscale eisen. De werkgever kan aangeven bij wie dit het geval is. In plaats van pas bij uitkering belasting te betalen over het pensioen (zoals nu dankzij de zogenaamde omkeerregeling gebeurt), moeten werknemers deze afdracht vanaf 1 januari al bij toekenning doen. Als gevolg daalt het nettoloon van de werknemer direct, omdat deze meer loonbelasting betaalt. Daarnaast zal de gehele – dus ook in het verleden - opgebouwde pensioenaanspraak op grond van fiscale wetgeving in één keer worden belast, met daar bovenop een forse boete. Om dit te voorkomen, dienen werkgever en werknemer een nieuwe pensioenovereenkomst te sluiten. Dit leidt tot een verslechtering van de arbeidsvoorwaarden. Ik kan me voorstellen dat werknemers pas instemmen met een versobering van hun pensioenvoorwaarden, nadat ze hiervoor een compensatie hebben gekregen. Blijven de onderhandelingen te lang vruchteloos, dan zou de werkgever kunnen besluiten de pensioenovereenkomst eenzijdig te wijzigen.

De vraag is of dat zomaar mag? Soms staat de pensioenovereenkomst dit toe op voorwaarde van een voor haar ‘zwaarwichtig belang’. Er zijn ook pensioenovereenkomsten die de werkgever geen mogelijkheid bieden om zelfstandig de overeenkomst te veranderen. Alleen als voortzetting van de oude overeenkomst ‘onredelijk’ is, is een uitzondering mogelijk.

Ik vind dat de werkgever in beide situaties onvoldoende argumenten heeft om de overeenkomst eenzijdig te wijzigen. Volgens mij heeft de pensioenuitvoerder evenmin het recht om het pensioenreglement eenzijdig te wijzigen, omdat hij geen partij is bij het opstellen van de pensioenovereenkomst. Er is voor de werknemer een mogelijkheid om de omkeerregel zo veel mogelijk in stand te houden. De fiscale wetgeving biedt namelijk de mogelijkheid om de pensioenregeling te splitsen in een belast en een onbelast deel. De werkgever zal hiertoe een verzoek moeten indienen bij de belastinginspecteur. In dat geval betaalt de werknemer weliswaar iets meer belasting dan nu, maar veel minder dan wanneer niets wordt gedaan.

De vraag is of de pensioenuitvoerder bereid is deze hybride pensioenregeling uit te voeren en of de werkgever bereid is een zeer complexe loonadministratie er op na te houden? Ik denk dat het antwoord hierop ‘nee’ is. Er is maar één goede oplossing: informeer bij de werkgever of de pensioenregeling al is aangepast en ga zo nodig met hem in gesprek om tot een aangepaste pensioenregeling te komen.

    • Masha Bril