Vertrouwen vond ze pas in het opvanghuis

Maartje werd thuis mishandeld. Bij de Blijf Groep kreeg ze de noodzakelijke hulp. NRC-lezers steunen dit project.

Maartje: „Ik wil laten zien dat je met je verleden kunt breken.” Foto Roger Cremers

„Ik ben trots op mezelf”, zegt Maartje, moeder van een dochter van acht. Ze vertelt dat ze zowat haar hele leven slachtoffer is geweest van huiselijk geweld en dat ze zich twee jaar geleden, met hulp van Blijf Groep in Amsterdam, als het ware van haar verleden heeft bevrijd. „Ik mag er zijn. Ik ben iemand.”

Maartje (27) wil graag kwijt dat het geld van de lezersactie – voor de Amsterdamse Blijf Groep jaarlijks een bedrag van enkele duizenden euro’s – nuttig wordt besteed. Aan meubilair in een huiskamer in de opvang bijvoorbeeld. „Heel belangrijk, want zo’n kamer is toch al niet je eigen huis.” Aan voetbaldoelen op het speelterrein. En aan prentenboeken voor sessies met kinderen door een dramatherapeut.

Maartje heeft een jaar in de opvang gezeten en woont sinds anderhalf jaar min of meer zelfstandig in Amsterdam Zuidoost. Op veilige afstand van het gezin in Rotterdam waar ze opgroeide, met een moeder vol „psychische problemen” en agressie jegens haar dochter, en een vader „die het allemaal liet begaan”. Ze wordt nog steeds lastiggevallen door haar familie. „Dan bel ik de politie.”

Maartje groeide als vanzelfsprekend op met geweld. „Ik was gewend aan mishandeling. Ik heb het tegenover mijn therapeuten vaak omschreven als een mist. Ik was niet weerbaar genoeg om nee te zeggen. Ik leefde in een mist. Ik liet de mishandeling toe want ik dacht: het komt wel weer goed.” Met vader, moeder en een veel oudere halfbroer speelde zij naar buiten toe een keurig, middleclassgezin. „Ik moest altijd netjes en welgemanierd zijn. Alles was geheim. Je mocht nooit vertellen wat er werkelijk aan de hand was. Vooral niet aan anderen.” Naar school ging ze nauwelijks. „Tachtig procent van de tijd zat ik thuis. Mijn moeder meldde mij ziek. Pas in het laatste jaar van de school kreeg ik een mentor te spreken. Het enige wat ik dacht was: ik heb toch niets fout gedaan? Mijn moeder heeft mij toch altijd ziek gemeld?”

Op haar achttiende jaar beviel ze van een meisje. „De vader was een jongen die óók grote problemen had. Met hem heb ik mijn dochter vier jaar opgevoed. Het was een relatie die vanzelfsprekend was voor iemand die altijd is mishandeld. Hij heeft me nooit mishandeld, maar samen hebben we wel heel ongezonde dingen gedaan. Daar wil ik het nu even op houden.”

Heel langzaam, via heimelijk zoeken op internet, kreeg Maartje in de gaten dat het niet normaal was om te worden mishandeld. Dat andere mensen niet alles geheim hielden. Dat het ook anders kon. „Ik ben toen in therapie gegaan omdat ik dacht dat er iets mis was met mij.”

De druppel die de emmer deed overlopen, was dat haar moeder met haar kleinkind omging zoals eerder met haar. „Wat ze bij mij had gedaan, deed ze bij haar ook. Ze deed alsof ik mijn dochter bij toeval had gekregen, en dat zij nu voor haar zou gaan zorgen. Ze beschouwde het kind, net als mij, als een porseleinen poppetje.”

Bewust geworden door de therapie kon ze de stap zetten om de situatie te doorbreken, en vertrok op een dag van Rotterdam naar Amsterdam. Alleen met haar kind. „Dat was een overweldigende ervaring. Ik was hier nooit geweest.” Ze kreeg crisisopvang en mocht een jaar blijven. „Toen ging mijn familie me stalken. Ze stuurden een neef op me af en ik kreeg mailtjes dat ze me misten en dat als ik terug zou komen ze niet boos zouden zijn. Ik dacht steeds: ik moet niet toegeven aan de drang om terug te gaan, ik moet kiezen voor mijn kind, ik moet breken.”

De maatschappelijk werkers, vertelt Maartje, hebben haar doen inzien dat ze niet alleen de dochter van haar moeder is, maar zélf iemand. Iemand met talenten. „Ze zagen dat ik goed met mijn dochter omging. Dat ik niet in de cirkel van geweld bleef hangen. Zij geloofden in mij. Als ik hun hulp niet had gehad, was ik er niet uit gekomen.”

Maartje zit nu in de cliëntenraad van Blijf Groep. Ze wil een voorbeeld zijn voor anderen. „Ik wil laten zien dat je met je verleden kunt breken.”