Simpel maar lekker Eritrees eten – voor geen geld

Niet restaurant, niet eethuisje of toko, maar ‘Eetkunst’ Asmara – zo heet het restaurantje vlak naast het Joods Historisch Museum. Het is een bescheiden tentje, met rustige pastelrode muren en wat aardewerk en Afrikaanse kunst in de etalage. Binnen hangen een paar perkamenten lampenkappen met Afrikaanse beschilderingen; de tafelkleden hebben drukke kleurige patronen. Verder is de inrichting sober. Er hangt een fijne, kalme sfeer. Erg druk is het er ook niet.

Oost-Afrikaans eten en drinken staat op het raam geschreven. In dit geval gaat het om de Ethiopische en Eritrese keuken (Asmara is de hoofdstad van Eritrea), die zich laat kenmerken door de injera (of enjera), de Eritrese pannenkoek. Dat is een sponsachtig, luchtig, zacht en lichtzuur plat brood. Het beslag (bloem en water) laat men fermenteren, zoals met zuurdesembrood, maar het blijft nat genoeg om het op een plaat te gieten en er ronde pannenkoeken van te bakken. Aan de onderkant is de injera glad, maar van boven ontstaan er allemaal kleine gaatjes, waardoor het ideaal is om stoven en sausen mee op te dopen.

De kaart is niet uitgebreid, vijf vleesgerechten (rund, kip en lam), drie vegetarische gerechten en een visgerecht. Prijzen variëren tussen de 9,50 en 14,50. We gaan voor de zegeni (‘gemarineerd rundvlees in rode saus, pittig en rijk aan kruiden’) , de alecha (‘verschillende kort gekookte groenten’) en op aanraden van Lucky Fonz de zehbi tonno (‘tonijn, pittig en rijk aan kruiden’). De drie gerechten worden samen geserveerd op een grote schaal die bekleed is met injera. Er worden nog drie losse injera bijgegeven (geen bestek!). De zegeni wordt op de kaart aangeprezen als ‘nationaal gerecht’. „Een beetje de stamppot boerenkool van Eritrea”, legt onze vriendelijke ober uit. De zegeni is een inderdaad vrij pittige, maar ook wat zoete stoofschotel. Het heeft iets weg van tajine met harissa, een soort Noord-Afrikaanse rendang. Het vlees had iets langer gestoofd kunnen zijn, maar het is heel lekker. Zeker in combinatie met die lichtzure injera.

De kort gekookte groenten – wortel, aardappel, sperzieboontjes, paprika – zijn lekker stevig, met een milde, zoete kerrieachtige saus. Niets bijzonders, prima voor erbij. De zehbi tonno is een inderdaad een aanrader. Opnieuw een stoofgerecht, met bliktonijn, maar heel zacht van structuur. Bijna fluffy. En erg lekker. Weer doet het denken aan de Arabische keuken. Ook de muziek doet overigens Arabisch aan. Shazam herkent het als Habibi van de Eritrese sterzangeres Feven Tsegay. De gerechten worden geserveerd azifa, een frisse klassieke Eritrese groene linzensalade met mosterd en citroen. We krijgen ook een bijgerecht van ingelegde boerenkool in zuur en specerijen. Een bijzondere combinatie, die goed werkt als condiment bij de pittige stoof.

Op zich heb je met twee personen genoeg aan zo’n schotel. Maar wij willen graag de zehbi doro speciaal proeven, volgens de kaart een ‘traditioneel feestgerecht’. Het is een kipgerecht bereid met gekruide, geklaarde boter (een typisch Eritrees ingrediënt) en feta-achtige geitenkaas. De kip is mals, weer in eenzelfde kruidige saus op tomatenbasis. Maar de heerlijk vettige boter en de geitenkaas maken hier wel echt een ander gerecht van. Alleen is het dan weer lastig om uit te vinden hoe je kip van het bot eet met enkel die injera.

De drankkaart is beperkt. Bier komt uit een flesje (met zo’n ouderwets limonadeglas), de witte huiswijn is niks mis mee (3,-). Een mango- of guavesapje smaakt goed bij het eten. De Eritrese thee wordt gezet met kardemom (zijn „geheim”, grapt de ober) en dat is heerlijk.

De Eritrese keuken is zeker de moeite waard om te proberen. En Asmara is absoluut een leuke plek om dat eens te doen. Het is leuk zitten en simpel, maar lekker eten (voor geen geld). En dan moet u zeker een potje Abbessijnse koffie bestellen. Dat is echt een beleving. Je krijgt een aardewerken kruik op tafel, een bol die rust op een rieten standaard, met daarin heerlijke, sterke, kruidige koffie. De ober zet er een gloeiend kooltje met wierrook naast op tafel. Een fijne, bedwelmende manier om de avond mee af te sluiten.

Elke week test onze recensent Joël Broekaert het favoriete Amsterdamse restaurant van ’n bekende Nederlander.