Pensioen- akkoord verdient lof en steun

Het nieuwe akkoord dat het kabinet met enkele oppositiepartijen heeft gesloten over versobering van de pensioenen verdient steun. Het oorspronkelijke plan stuitte, na eerdere harde kritiek van de Raad van State, twee maanden geleden terecht op tegenstand in de Eerste Kamer, waar het kabinet een meerderheid ontbeert. Ten opzichte van het eerdere voorstel is het huidige akkoord minder ingewikkeld in zijn uitwerking en bevat het ook een aantal prijzenswaardige initiatieven, zoals bescherming van het vermogen van zelfstandigen zonder personeel die in de bijstand komen en de mogelijkheid om met pensioenpremie extra hypotheekschuld af te lossen.

Het leidende principe van het kabinetsplan is onweersproken. Doordat werknemers langer aan de slag zijn, hebben zij ook meer tijd om (met fiscale ondersteuning) via hun werkgever verplicht te sparen voor hun pensioen, bovenop de AOW. Naast deze twee collectieve pensioenpijlers waarin de overheid een rol speelt, kan iedereen die dat wil ook zelf sparen, bij een bank, verzekeraar of met een eigen woning. De logica van langer werken betekent dat werknemers jaarlijks een kleiner percentage van hun salaris hoeven te sparen. Daardoor is de overheid minder geld kwijt aan de fiscale subsidie. Deze besparing speelt een cruciale rol in de bezuinigingsdoelstelling van het kabinet.

Het gesloten akkoord zal in de praktijk op langere termijn neerkomen op een versobering. De staatssecretarissen Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) en Weekers (Financiën, VVD) rekenen in hun brief over het akkoord aan de Tweede Kamer voor dat werknemers na veertig jaar een pensioen opbouwen van 75 procent van hun gemiddelde loon. Zulke becijferingen moeten met een korrel zout genomen worden. Het komt zelden voor dat mensen in werkelijkheid voldoen aan de ideaaltypische veronderstellingen. En, zoals de staatssecretarissen zelf in hun brief aangeven: ononderbroken loopbanen van veertig jaar zullen minder vaak voorkomen. Een steeds flexibeler arbeidsmarkt wordt de nieuwe norm.

Het kabinet en De Nederlandsche Bank verwachten dat het akkoord de pensioenpremies omlaag zal brengen en dat de extra koopkracht die daardoor ontstaat de economie ten goede zal komen. Het is goed de verwachtingen hierover te temperen. Het totaal van de premies is een uitkomst van honderden cao-onderhandelingen over uiteenlopende regelingen. Om te bereiken dat premies toch de goede kant op gaan, zal De Nederlandsche Bank strenger controleren. Daarmee slaagt dit kabinet waar voorgangers dertig jaar geleden niet slaagden: pensioenfondsen met het oog op economische herstel strakker reguleren en de macht beperken van de vakbonden en werkgevers in de pensioenwereld.