Opstelten: geen experimenten met lokale wietteelt

De meeste wiet die hier wordt verbouwd, is bestemd voor de export. Gereguleerde teelt is dus zinloos, zegt de minister.

Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) blijft gemeentelijke experimenten met gereguleerde hennepteelt afwijzen, ook nadat hij heeft gesproken met 25 burgemeesters die hiertoe plannen hebben gemaakt. Dat schrijft hij aan de Tweede Kamer.

Utrecht, Eindhoven en Heerlen willen nu een bijeenkomst organiseren met andere gemeenten die lokale cannabisregulering nastreven. Ze willen een manifest opstellen en in de Tweede Kamer „gericht politieke steun verwerven” voor plaatselijke experimenten.

Opstelten vroeg in februari de burgemeesters van 103 gemeenten met coffeeshops plannen in te leveren voor de cannabissector. Daarvan bepleitten er 25 een proef met gereguleerde hennepteelt. Belangrijkste argumenten daarvoor zijn kwaliteitscontrole van cannabis, aanpak van georganiseerde misdaad en verhoging van veiligheid in buurten.

Opstelten zegt „heel goed” te begrijpen dat deze onderwerpen leven in gemeenten, maar hij noemt lokale regulering in strijd is met internationale verdragen en de Opiumwet. Volgens de minister is 80 procent van de in Nederland geproduceerde hennep bestemd voor export. Opstelten: „Regulering biedt geen oplossing [...] Noch de illegale plantages, noch de achterliggende (georganiseerde) criminaliteit zullen met het reguleren van de teelt voor coffeeshops verdwijnen.”

Burgemeesters en minister strijden al langer over cannabisregulering. Vorig jaar moest Opstelten plannen voor de wietpas intrekken na felle protesten van burgemeesters, die de overlast op straat zagen groeien. Met het manifest willen Utrecht, Heerlen en Eindhoven het verzet organiseren. Eindhovens burgemeester Van Gijzel (PvdA) schrijft zijn gemeenteraad: „Op basis van deze gedeelde zorg en de impact op onze steden en regio’s zoeken we gezamenlijk een manier om de minister tot nieuwe inzichten te brengen.”