‘Ons ballet hoort bij de wereldtop’

Het Nationale Ballet opheffen, zoals Melle Daamen suggereerde? „Gewoon een domme opmerking.”

Ted Brandsen: „Blijkbaar leggen we niet goed uit hoe dans zich in Nederland heeft ontwikkeld.” Foto Roger Cremers

De boosheid is wel weggeëbd bij Ted Brandsen, nadat Melle Daamen vorige week zelf al had gezegd dat Het Nationale Ballet een ongelukkig voorbeeld was in zijn opiniestuk in deze krant. „We moeten zorgen dat we niet in het defensief blijven.” Toch schuift de artistiek directeur van Het Nationale Ballet aan het eind van het gesprek een paar A4’tjes over tafel met reacties van danscritici van internationale media als de Financial Times en de Süddeutsche Zeitung. Die spreken hun verbijstering uit dat iemand „een topgezelschap in Europa” wil opheffen waarvoor „veel dansliefhebbers speciaal naar Amsterdam komen”.

De boodschap van Daamen, directeur van de Stadsschouwburg en lid van de Raad voor Cultuur, was niet zó hard. Hij vroeg zich af of „de eigenstandige ballettraditie per se in Nederland verankerd moet zijn. Kan de ballettraditie, in ambachtelijke en museale zin, niet beter in bijvoorbeeld Parijs en Petersburg verankerd zijn?” Moeten we in alle kunstvormen tot de wereldtop willen behoren?

„Het was gewoon een domme opmerking van Daamen”, zegt Brandsen. „Hij laat zien dat hij niet veel van ballet weet. Je kunt dat niet verdelen in een klassiek en modern gedeelte. Klassiek ballet is het fundament van de meeste theaterdans. De meeste dansers, ook hedendaagse die geen spitzen aandoen, hebben een klassieke training. Hans van Manen kun je niet los zien van alles wat er vooraf is gegaan. Klassieke dans is de lingua franca die we delen met al die dansers die uit China, Korea, Zuid-Amerika en de VS hier naartoe komen omdat we een bijzonder gezelschap hebben dat anders is dan alle andere.”

Maar als de vraag gesteld wordt, heeft u dan wel goed uitgelegd waarom Het Nationale Ballet zo belangrijk is voor Nederland?

„Ik denk dat er al heel lang mensen zijn die gemist hebben hoe dans zich in Nederland heeft ontwikkeld. Blijkbaar leggen we dat niet goed uit. We krijgen er ook niet genoeg aandacht voor. Uw krant besteedt steeds minder aandacht aan dans bijvoorbeeld. Dan breng je een kunstvorm in een uitzonderingspositie, omdat er bijna geen dagelijks debat over is. Al onze voorstellingen zijn uitverkocht. Deze maand komen er 25.000 mensen naar Sleeping Beauty kijken. Dat is het antwoord op de vraag die ik me elke dag stel: kan het beter en kunnen we nog meer mensen bereiken?”

Moet je als klein land streven naar het behoren tot de top in de wereld?

„Ik zou niet weten waar je anders naar moet streven. Naar de middenmoot van de wereld? Dat is geen zinnige vraag. Zeker niet als het gaat om iets waar je al heel goed in bent. We durven in Nederland niet trots te zijn. Vorig jaar schreef de Süddeutsche dat wij met Londen en Parijs tot de beste gezelschappen in de wereld behoren, een paar weken geleden schreef The New York Times dat wij tot de vijf belangrijkste groepen horen als het gaat om vernieuwing en creativiteit.”

Kunnen jullie niet vaker spelen? Een van de kritiekpunten is dat jullie veel geld krijgen voor een minimaal aantal voorstellingen.

„Wat is minimaal? We hebben dit jaar 113 voorstellingen gespeeld. Dat neemt toe. Wij spelen meer dan vergelijkbare gezelschappen in het buitenland. Het invliegen van gezelschappen is echt niet goedkoper. Wij halen juist geld uit het buitenland door coproducties aan te gaan. We hebben Cinderella gedaan met San Francisco. Die voorstelling kostte 2 miljoen euro, de helft kwam uit Amerika.”

Is in dans de vernieuwingsdrang te ver doorgeschoten en doel op zich geworden?

„Daar ben ik het wel met Melle eens. In Nederland werd vernieuwen steeds meer een doel op zich en dan gaat het niet meer om kwaliteit. Het ambachtelijke is een tijdlang genegeerd in veel kunstvormen. Daardoor is ook een deel van het publiek verdwenen. Wij hebben nooit terugval gehad in publiek. Bij ons gaat het om kwaliteit, om inzicht, om ambachtelijkheid, om verdieping. Het is goed dat Melle dat centraal stelt, en jammer dat het in het rumoer verloren is gegaan.”