Ondanks scepsis gaat integratie door

Afspraken over banken, defensie en economie

De definitieve stap op weg naar een overkoepelende bankenunie, een volgende stap op weg naar gezamenlijk economisch beleid en een voorzichtige pas voorwaarts naar Europese defensiesamenwerking. De vanmiddag in Brussel afgesloten laatste top van het jaar van Europese regeringsleiders heeft laten zien dat de spreekwoordelijke Europese trein naar verdere integratie nog altijd voortdendert. Weliswaar met de nodige mitsen en maren, maar rijden doet die trein, ondanks de toenemende euroscepsis in vele Europese lidstaten.

Europa waar nodig, nationaal waar mogelijk, is het telkens terugkerende credo van de Nederlandse premier Mark Rutte. Het samenzijn van de 28 regeringsleiders van gisteren en vandaag heeft nog eens laten zien dat meer Europa op veel terreinen kennelijk noodzakelijk is.

De banken komen als gevolg van de eurocrisis die landen op de rand van de afgrond bracht noodzakelijkerwijs onder gezamenlijke Europese controle. Afspraken over het op orde brengen van nationale begrotingen lukken niet zonder duidelijke gezamenlijke afspraken over economische politiek. En de bezuinigingen op defensiebegrotingen die veel Europese lidstaten als gevolg van hun financiële problemen toepassen, nopen eveneens tot kostenbesparende samenwerking.

Het is geen boodschap die politici snel van de daken zullen schreeuwen. De spagaat waarin politieke leiders verkeren als het om Europa gaat was tijdens de top weer duidelijk te zien: naar buiten toe eurokritisch, achter de schermen europragmatisch. Aan de ene kant erkennen zij als gevolg van globalisering de onomkeerbare beweging naar meer samenwerking, aan de andere kant hebben zij ook te maken met de druk van hun bevolkingen die in toenemende mate vraagtekens zetten bij die verdergaande eenwording. Een druk die onder invloed van de campagne voor de Europese verkiezingen van volgend jaar mei alleen maar groter zal worden.

Woensdagnacht legden de lidstaten de laatste hand aan de bankenunie, een systeemhervorming die de rekening van de volgende crisis moet leggen bij de banken zelf. Het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank zijn kritisch over het bereikte resultaat: lidstaten gaven zichzelf toch nog het laatste woord in beslissingen om probleembanken wel of niet te saneren met Europese middelen. Een recept voor ruzie en dus voor crisis, zegt de ECB, terwijl de bedoeling van een Europese bankenunie juist was om dit te voorkomen.

Ondanks het opeisen van de eigen rol van de lidstaten blijft de bankenunie de grootste soevereiniteitsoverdracht sinds de invoering van de euro. Rechtstreeks, met belastinggeld ingrijpen in de financiële sector zoals toenmalig minister van Financiën Wouter Bos vijf jaar gelden deed bij Fortis, ABN Amro en ING, kan straks niet meer of alleen nog onder zeer precies gedefinieerde, door Brussel bewaakte voorwaarden. De Nederlandsche Bank (DNB) verliest het toezicht op de grote Nederlandse systeembanken aan een nieuw opgerichte Europese toezichthouder en mag zich straks alleen nog bezighouden met het kleine grut in bankenland.

De spagaat leidt ook tot een semantische discussie over een gezamenlijke economische politiek met behulp van contracten. Dwingend of niet. Premier Rutte verklaarde trots dat hij het woord ‘bindend’ had weten te schrappen. De Duitse bondskanselier Merkel zei daarentegen dat zij het woord ‘vrijwillig’ had weten te schrappen. Hoe dan ook: de richting – meer Europa – is ook hier duidelijk.

Die pragmatische – of opportunistische – instelling keert ook terug in het defensiebeleid. Nederland is een van de Europese landen waar het hardst wordt bezuinigd op legergroen. En dat maakt een Europees defensiebeleid, waarbij door samenwerking de kosten worden gedrukt, ook voor Nederland aantrekkelijk. Nederland heeft al samen met Duitsland een legerkorps, en ook dat is iets wat niet hard van de daken wordt geroepen.