Monetaire doping in de VS

Een uitzonderlijke crisis vraagt om uitzonderlijk monetair beleid. In dat licht moeten de werkzaamheden van de centrale banken in het Westen de afgelopen vijf jaar worden bezien. De aanpak verschilt echter sterk per land en per gebied. Centrale banken hebben hun rentevoeten alle teruggebracht tot dicht bij nul. Maar omdat de crisis zelf vermoedelijk een rentevoet vraagt die negatief is, en dit vooralsnog onmogelijk was, is overgegaan tot wat ‘kwantitatieve verruiming’ wordt genoemd: het pompen van geld in het financiële systeem met als doel de kredietverlening weer op gang te krijgen, de rentevoeten over de gehele linie laag te houden en zo de economie weer aan de praat te krijgen.

De Europese Centrale Bank is daar relatief voorzichtig mee geweest. Haar Amerikaanse tegenhanger, de Amerikaanse Federal Reserve was, en is, veel agressiever. Met name de derde ronde van kwantitatieve verruiming, die anderhalf jaar geleden begon, is ongekend. Elke maand kocht de ‘Fed’ voor 40 miljard dollar aan hypotheekleningen op de markt en voor 45 miljard dollar aan staatsleningen. Dat laatste mag zonder veel terughoudendheid worden getypeerd als monetaire financiering van de staatsschuld.

Woensdag maakte de Fed bekend de aankopen onder voorwaarden te gaan temperen. Van de in totaal 85 miljard dollar aan aankopen per maand gaat zij terug naar 75 miljard. Hiermee begint een nieuw experiment. De Amerikaanse economie groeit redelijk, met rond de 2 procent, en de werkloosheid is inmiddels teruggelopen van rond de 9 procent naar 7 procent. Het is echter moeilijk uit te maken hoeveel van dit herstel kunstmatig is en te danken is aan de uiterst ruime monetaire omstandigheden. Vooralsnog mag worden geconcludeerd dat het beleid gewerkt heeft. Maar de werkelijke test komt als het monetaire beleid normaliseert.

Dat kan nog lang duren. Het afbouwen van de steunaankopen neemt waarschijnlijk minstens een jaar in beslag. Het laten krimpen van de opgezwollen balans van de centrale bank, die meer dan verviervoudigd is en nu een kwart bedraagt van de omvang van de Amerikaanse economie, zal eens moeten plaatsvinden. En gelijktijdig, of pas daarna, zal de rentevoet worden opgeschroefd.

De rest van de wereld heeft baat bij een goed presterende Amerikaanse economie en is gediend met een ordelijke afwikkeling van het beleid – op straffe van paniek op de financiële markten. Maar het is lastig een diagnose te stellen van die prestaties als er voortdurend monetaire epo is toegediend. Kunnen de VS nog wel zonder? De hematocrietwaarde van de Amerikaanse economie wordt een van de grote vraagstukken van het komende jaar.