Man, laat die Neil Young toch barsten

Popzanger Neil Young was volgens velen een in zichzelf gekeerde knorrepot, die iedereen rustig liet barsten als hem dat zo uitkomt. Constant Meijers zag in hem een zielsverwant– al dan niet terecht.

Constant Meijers bereikte iets waar iedere popfan van droomt: hij raakte bevriend met zijn idool. In Forever Young beschrijft de journalist zijn zesenveertig jaar durende relatie met popzanger Neil Young.

Lang voor ze elkaar ontmoeten ziet Meijers in Young een zielsverwant. De zanger (Toronto, 1945) maakt in de jaren zestig en zeventig muziek in de toen populaire Westcoast-stijl: warme zachte country- en folkpop, afgewisseld door gruizige rock met vervormd gitaargehak. In zijn teksten toont hij zich een zoekende romantische geest, die zich misplaatst voelt in de koude wereld en moeite heeft met meisjes. Dat zoekende, onvaste maakt hem benaderbaar. Neil Young is een vriend die ook eenzaam is, en die in dezelfde wanhoop jou zoekt, zoals jij hem. Meijers schrijft: ‘Ik ben al eerder aan de verkeerde kant van de liefde verzeild geraakt, maar nu is er iemand met wie ik het verdriet kan delen.’

Meijers, in die dagen hoofdredacteur van de gezaghebbende Muziekkrant Oor, begint als boodschappenjongen: hij brengt in 1973 op verzoek vier flessen tequila Jose Cuervo Gold naar Neil Young in Londen. Daar maakt hij zijn eerste concert mee. Dat blijkt verbijsterend slecht te zijn. Young is warrig, babbelt er op los en kan geen twee noten zuiver achter elkaar krijgen. Kortom, de flessen tequila zijn goed aangekomen. Meijers is geschokt, maar ziet het concert ook als een interessante fase in Youngs artistiek zoektocht; zoals het een ware fan betaamt.

Hij wordt ervoor beloond: na afloop neemt Young hem op sleeptouw. En nog mooier: op het inlegvel van de elpee Tonight’s the Night (1975) plaatst Young later het artikel van Meijers over het concert in Londen. In het Nederlands, een taal die Young zelf niet beheerst. Meijers is hier terecht zeer trots op. In het boek legt Young uit waarom hij het Nederlandse artikel afdrukte: ‘Het trof me dat iemand aan de andere kant van de wereld dezelfde emoties ervoer die ik in de muziek heb geprobeerd te leggen.’ Elders had Young een andere verklaring: ‘Ik snapte er zelf niets van. En als je zo vol walging en naar de klote bent als ik toen, dan klinkt alles als Nederlands.’

Sterk is de episode over Neil Young in Amsterdam. In september 1974 verblijft Young er een week en overweegt de aanschaf van een woonboot. Young worstelt met een opkomende verkoudheid en zit de hele tijd te zeuren dat het hier koud is en dat het regent. Zijn Rolls Royce uit 1934 gaat steeds kapot, en die woonboot wordt ook niets. Heel geestig om de wereldster in Amsterdam te zien rondlopen, langs cafés de Doffer, de Pels, de Kring, geflankeerd door Nederlandse sterren als Sjef van Oekel, Barend Servet, Karel Appel en Freek de Jonge.

Ook mooi: de episode dat Meijers de zanger opzoekt op zijn afgelegen boerderij in Californië en daar in een café een dodelijke schietpartij meemaakt. Ruige westernromantiek waar iedere popjournalist van droomt. De vasthoudendheid van Meijers in het volgen van Young dwingt bewondering af.

Ondertussen begint er wel iets te wringen. Bij hun eerste ontmoeting zei Young: ‘Geen vragen stellen, blijf gewoon rondhangen.’ Hoewel dat mooie reportages oplevert – de beste episodes uit het boek verschenen destijds in Oor – kan Meijers de zanger niet interviewen. Een popequivalent van Eckermanns Gespräche mit Goethe is het dus niet geworden. De kritische journalistenblik is hij door de vriendschap ook allang kwijt. Meijers concludeert zelf: door hem in zijn entourage op te nemen, heeft Young hem als journalist effectief onschadelijk gemaakt.

En de vriendschap blijft zo ongelijk. Constant Meijers is veel bevriender met Neil Young dan andersom. Neil Young heeft geen boek Constant Meijers and Me geschreven. In zijn memoires noemt Young een lange lijst ‘compleet unieke vrienden’, van een gitaartechnicus tot zijn dokter, maar Constant Meijers komt er niet in voor. Zo’n leuke vriend blijkt Young ook weer niet te zijn. Musici rondom de zanger geven in het boek een veel minder flatteus beeld van de zanger dan Meijers heeft: een wispelturige, in zichzelf gekeerde knorrepot, die iedereen rustig laat barsten als hem dat zo uitkomt. Als Meijers hem weer opzoekt, tijdens een soundcheck, bijt Young hem toe: ‘Ah, it’s you again.’ Meijers is ontroostbaar. Na al die jaren: heb je hem ook weer.

In het boek duikt ook steeds de hartelijke zanger Graham Nash op, Youngs collega in supergroep Crosby, Stills, Nash & Young. Nash lijkt een veel leukere vriend voor Meijers. Laat die Young toch zitten, zou je Meijers willen toeroepen. Ga met die Nash verder. Graham Nash noemt ‘our friend Constant Meijers’ dan ook wél in zijn memoires. Twee keer zelfs, in de beschrijving van een door Meijers geregeld bezoek aan Carel Willink, dat belangrijk is voor Nash’ ‘innerlijke denkproces’. Toch beter dan ‘heb je hem ook weer’.

    • Wilfred Takken