Hooivorken schreeuwen hun woede uit in Rome

Bonte mix van boeren en truckers, extreemrechts en ultralinks, gaat straat op

Kruitdampen van vuurwerkkaarsen waaieren uit over het Piazza del Popolo, terwijl enkele duizenden betogers hun favoriete kreet aanheffen: ‘Tutti a casa’. Stuur ze allemaal (lees: de politici) naar huis. Het is hét programmapunt waarover de betogers het eens waren. De bonte mix van werklozen, studenten, neofascisten, boeren, gepensioneerden, kleine ondernemers, hooligans en een enkele emigrant wil bovenal dat de zittende politieke klasse vertrekt. Alleen dan, menen ze, krijgt hun door crisis geteisterde land weer een toekomst.

Tot de bijeenkomst eerder deze week was opgeroepen door één van de leiders van de zogenoemde Forconi, de Hooivorken. Deze beweging van boze boeren en vrachtwagenchauffeurs ontstond twee jaar geleden op Sicilië. Vorige week begonnen ook in steden op het vasteland mensen onder deze naam te demonstreren. Ze creëerden een verkeerschaos rond steden als Rome, Turijn en Milaan door met trucks snelwegen te blokkeren. Op enkele plaatsen vonden schermutselingen plaats met de oproerpolitie.

De nationale doorbraak van de Hooivorken overrompelde Italië. Hun achtergrond is zo diffuus dat het inmiddels eerder een geuzennaam en journalistiek etiket is dan een echte beweging. Politiek zijn ze moeilijk te plaatsen. In Turijn demonstreerden zowel extreemrechtse groepen als ultralinkse anarchisten. In Milaan is een van de leiders een Marokkaanse. In Rome is de belangrijkste voorman een politieke gelukszoeker die in een Jaguar rijdt.

In de hoofdstad veroorzaakte de voorman van het neofascistische clubje Casa Pound bovendien een rel door de EU-vlag te stelen van het kantoor van de Europese Commissie. Die zichtbare infiltratie door extreemrechts leidde ook meteen tot een schisma. Sommige Forconi-leiders bleven weg uit Rome. De door het stadsbestuur gevreesde chaos bleef dan ook uit met een opkomst van hooguit drieduizend man. Enkele honderden zijn ultrarechts: opgeschoren koppies, jassen met camouflageprint, hier en daar een opgeheven rechterarm.

Maar daarnaast zijn ook individuele burgers te vinden. Zij zien het Forconi-protest als een platform voor hun eigen, particuliere klachten. Ze zijn niet zozeer arm, maar verarmd. Ze maken deel uit van de middenklasse die onder de armoedegrens zakt nu Italië door zijn langste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog gaat. Hun klachten lopen wijd uiteen. Ze zijn tegen bezuinigingen, tegen een impopulaire huizentaks, tegen het landbouwbeleid van de EU, tegen steun aan banken, tegen globalisering en tegen de belastingdruk. De schuldigen? Dat zijn Brussel, Duitsland, Goldman Sachs, de banken en multinationals, maar ook de eigen politieke klasse.