Het probleem van Monsanto: een zwart imago

Monsanto is ’s werelds grootste producent van gengewassen. Toch willen veel mensen geen ‘Frankenfood’ eten. Terwijl veel tegenstanders nu pleitbezorgers van genvoeding zijn.

David Friedberg zette in 2006 de Climate Corporation in San Francisco op. Nu heeft hij tweehonderd wetenschappers in dienst. Zij analyseren de stortvloed aan informatie om boeren bij te staan in tijden van klimaatverandering.

Friedberg ging in op een overnamebod ter waarde van 766 miljoen euro van de Amerikaanse multinational Monsanto. Samengaan lag voor de hand, vond hij; ook dit biotechbedrijf heeft als doel de agrarische sector bij te staan middels innovatie.

Friedberg, naar eigen zeggen een idealist, was niet voorbereid op het onbegrip en de vijandigheid die de overname opriep. Of hij zijn ziel aan de duivel had verkocht, schreef hij aan zijn werknemers. „Toen ik het aan ik mijn vader vertelde, was zijn reactie: ‘Monsanto? Het meest kwaadaardige bedrijf op aarde? Ik dacht dat je de wereld wilde verbeteren’.”

Deze reacties illustreren een wezenlijk probleem van Monsanto in Missouri, de grootste producent van genetische gemanipuleerde gewassen ter wereld. Monsanto is populair onder klanten, voornamelijk boeren. De jaaromzet (bijna 11 miljard euro) en winst (1,8 miljard euro) zijn sterk. De gewassen, bestrijdingsmiddelen en technologie van Monsanto maken landbouwproducten duurzamer en voedingsrijker . De beurskoers stijgt consequent. De onderneming met 20.000 werknemers scoort op de lijstjes van meest ethische bedrijven en beste werkplekken.

„Monsanto levert cruciale bijdragen om de mondiale agrarische productiviteit op peil te houden”, zegt Nina Federoff, een moleculair-bioloog die het bedrijf al jaren volgt. Wetenschapsjournalist Jon Entine, eveneens een Monsanto-watcher, spreekt van „een van de meest sociaal bewuste ondernemingen die er zijn”.

Anderzijds duikt het woord evil routineus op. Zelfs fastfoodketen McDonald’s en de grote banken op Wall Street roepen geen vergelijkbare emoties op. Het verzet doet in hevigheid denken aan een religieuze strijd.

In de jaren 60 en 70 was chemiebedrijf Monsanto de belangrijkste leverancier van ontbladeringsmiddel Agent Orange aan het Amerikaanse leger, dat het gebruikte in de oorlog in Vietnam. Monsanto riep in de jaren 90 verdere weerstand op als pionier van het manipuleren van sojabonen. Het doel was de soja middels een ‘vreemd’ gen bestand te maken tegen een bestrijdingsmiddel – dat Monsanto zelf had ontwikkeld.

Hypocriet

Het bedrijf ligt onder vuur van natuur- en milieugroeperingen, maar ook bezorgde burgers. Hun internationale ‘Mars tegen Monsanto’ eerder dit jaar was weliswaar van bescheiden omvang in Amerika, maar goed voor het imago was de actie niet. In Europa had de mars meer succes: afgelopen zomer hield Monsanto het in Europa voor gezien. Het concern blijft actief in sommige Europese landen, maar het staakt de pogingen om goedkeuring te krijgen voor de ontwikkeling van gemanipuleerde gewassen. Dat vindt Monsanto een zinloze exercitie nu de sfeer in Europa onmiskenbaar ‘anti-gmo’ is. Zegslieden van het bedrijf wijzen wel graag op wat zij Europese hypocrisie noemen: zonder geïmporteerde gmo’s kan de bevolking van de EU onmogelijk worden gevoed. Monsanto is een ideale, want Amerikaanse kop van jut.

Het gaat om gewassen waarvan het dna-materiaal is aangepast. Een overweldigende meerderheid van onafhankelijke wetenschappers en toezichthouders in de VS heeft geconcludeerd dat dit onschadelijk is voor de mens. Natuurlijke producten worden al millennia gemanipuleerd, zeggen Nina Federoff en Jon Entine; Monsanto doet het op microniveau.

Recente pogingen om voedsel met daarin genetisch gemanipuleerde ingrediënten zijn nergens op uitgelopen. Een campagne om gmo’s helemaal te verbieden is in de VS kansloos. Sterker, steeds meer onafhankelijke deskundigen, aan beide zijden van het politieke spectrum, nemen het verzet tegen gmo’s net zomin serieus als twijfel aan de evolutieleer of de weerzin tegen vaccinaties.

Ook de progressieve New York Times heeft zich in een hoofdcommentaar uitgesproken tegen verplichte etiketten. Gmo’s zijn immers niet slecht voor de gezondheid, schreef de krant. Mark Lynas, een Britse milieuactivist, betuigde begin dit jaar publiekelijk spijt over zijn verzet tegen gmo’s . Lynas was een activist van het eerste uur tegen het ‘kwaadaardige’ Monsanto. Inmiddels noemt hij die beweging even anti-wetenschappelijk en schadelijk als het ontkennen van klimaatverandering. Zijn ommewerd in de VS breed uitgemeten.

Uitmelken

De hardnekkige oppositie tegen Monsanto blijft. Het bedrijf zou boeren uitmelken en onder de duim houden met de dreiging van rechtszaken. Expert Federoff zegt dat het patenteren van planten, gemanipuleerd of niet, gebruikelijk was lang voordat Monsanto ermee begon.

Monsanto wil volgens critici ook de wereldvoedselproductie beheersen. „Federoff: „Grote onzin. Als de variaties van Monsanto de productie niet zouden verhogen of goedkoper maken, zouden boeren ze niet kopen en zou Monsanto failliet gaan.” Het bijzondere is volgens haar dat de biotechrevolutie over de hele wereld wordt omarmd, „sneller dan elke andere agrarische innovatie in de geschiedenis”.

Milieuorganisaties als Greenpeace willen dit voorkomen. De zogenoemde gouden rijst, gemanipuleerd met extra vitamine A, kanhet volgens kenners goed doen in landen als de Filippijnen en Bangladesh. Een grootschalig tekort aan essentiële vitaminen kan zo op relatief eenvoudige wijze worden aangevuld. Monsanto maakt en verkoopt de basis voor de rijst; Greenpeace is tegen. Los van inhoudelijke argumenten meldt de groep: „Greenpeace zet zich internationaal in tegen Monsanto.” Het bedrijf als opponent, niet als mogelijke gesprekspartner of oplossing.

De ‘genetische vervuiling’ zou giftig zijn, allergieën en orgaankwalen veroorzaken: Frankenfood! Het zijn angstwekkende kreten die zeker op het internet blijven rondzingen.

En zo heeft een megabedrijf als McDonald’s beseft dat het voor het imago beter is om geen gemanipuleerde aardappelen en appels te gebruiken. Niet om gezondheidsreden, maar om de anti-gmo-beweging op afstand te houden.

Amerikaanse en Europese mensen consumeren al vele jaren voeding waar gmo’s in zijn verwerkt, met name soja, maïs, suiker en oliën – zonder dat ooit een negatief effect is gemeten. Monsanto en ook concurrent DuPont benadrukken dit uit den treure met campagnes van debunking (ontkrachting). Eric Sachs, hoofd beleid en regulering bij Monsanto, beklaagt zich vooral over de groepen die angst en desinformatie verspreiden in Afrikaanse en Aziatische landen. Daar is de nood het hoogst; daar kunnen gemanipuleerde gewassen het meeste betekenen. Geruchten over kwalijke effecten van gmo’s richten er fundamentele schade aan, betogen onafhankelijke kenners zoals Entine.

The best and the brightest

Monsanto verkoopt zaden en gewassen aan meer dan zeventien miljoen boeren. Negen van de tien klanten hebben kleine bedrijven met beperkte middelen in ontwikkelingslanden. Voor de effectieve coöperatie tussen Monsanto en de kleine boeren won Robb Fraley, hoofd technologie, dit jaar een prestigieuze Wereldvoedselprijs. Wetenschapper Federoff: „Een expliciet doel is altijd al dat ontwikkelingslanden net zo goed profiteren van Monsanto’s producten als westerse landen.”

Monsanto schermde lange tijd zijn activiteiten af en trok zich terug achter een muur van stilte. Nu zegt Sachs in te zien dat transparantie en ‘actieve betrokkenheid’ beter zijn: „Ondanks alle bewijzen vertrouwt men Monsanto vaak niet.”

Nee, de sfeer lijdt niet onder het wantrouwen van buiten, zegt Sachs desgevraagd. Monsanto trekt nog steeds the best and the brightest in de biotechnologie aan.

Maar Monsanto heeft niet alleen te maken met activisten en milieugroeperingen. Ook de organischevoedselbranche heeft op Monsanto voorzien. De sector heeft zich dankzij hoge prijzen ontwikkeld tot een wereldwijde industrie ter waarde van 48 miljard euro. Met de alternatieve-geneesmiddelenindustrie erbij gaat het zelfs om een blok waarin 145 miljard euro omgaat. Vanzelfsprekend is een van hun doelen om biotechondernemingen als Monsanto te ondergraven. Maar die grote boze biotechwereld is veel kleiner dan de ‘alternatieve’ sector: de mondiale omzet is 25 miljard euro.

Felle haat opgewekt

Voordat hij zijn Climate Corporation aan Monsanto verkocht, heeft David Friedberg, de vegetarische idealist-kapitalistzich zwaar verdiept in Monsanto. De weerstand tegen zijn nieuwe eigenaar is gebaseerd op angst, leugens en anekdotes, heeft hij geconcludeerd. „Ik ben echt niet het type dat zich voegt bij een onderneming die het voedselsysteem van de wereld vergiftigt, land verwoest, boeren werkloos maakt.”

Dat hij naar de dark side overgestapt zou zijn? Friedberg laat het van zich afglijden. „Van Galileo tot Einstein, revolutionaire wetenschap heeft altijd felle haat opgewekt.”

    • Diederik van Hoogstraten