Het pensioenakkoord en de 3 miljard euro

Wat houdt het pensioenakkoord precies in?

De belangrijkste maatregel is dat we jaarlijks minder pensioen gaan opbouwen, dus dat we aan het eind van onze loopbaan minder pensioen hebben.

Technisch gezegd: het opbouwpercentage van het pensioen daalt van 2,25 procent naar 1,875 procent.

De pensioenpremie, die wordt ingehouden via de loonstrook, is fiscaal gunstig. Als je dat geld rechtstreeks uitbetaald zou krijgen, zou je er belasting over moeten betalen. Maar over wat je bij een pensioenfonds stort, betaal je geen belasting. Je betaalt pas belasting op het moment dat je je pensioen ontvangt, dus na je 67ste. Dat is gunstig, want waarschijnlijk val je als gepensioneerde in een lagere belastingschijf.

Nu die premie verlaagd wordt, kan de overheid over een groter deel van het salaris inkomstenbelasting heffen, kortom: hogere belastinginkomsten. De maatregel levert in totaal bijna 3 miljard euro op.

Aanvankelijk wilde het kabinet het opbouwpercentage zelfs verder verlagen. Nu dat niet doorgaat, ontstaat een gat van ruim 600 miljoen. Dat gat wordt gedicht door de verlaging van de werkgeversbijdrage aan het Algemeen Werkloosheidsfonds pas later in te voeren, en door te bezuinigen op de zogenaamde ‘mobiliteitsbonus’, een potje voor werkgevers die 50-plussers of arbeidsgehandicapten in dienst nemen.

Wat betekent dit voor de pensioenen van straks?

Iemand die op 1 januari 2015 25 jaar is, met een inkomen dat gemiddeld over zijn loopbaan 33.000 euro bruto bedraagt (modaal), kan voortaan nog een pensioen opbouwen van 15.396 euro (het bedrag dat hij na zijn pensionering jaarlijks ontvangt). In het oude systeem was dat 17.655 euro.

Een werknemer van 55 jaar kan (tot zijn pensioenleeftijd van 67) nog 4.399 opbouwen (was 5.044 euro), bovenop het totaalbedrag dat hij in zijn loopbaan natuurlijk al had opgebouwd.

Door de maatregel komt het totale pensioen van een nu 25-jarige bijna 4.000 euro lager uit dan een nu 55-jarige, tenzij hij langer doorwerkt als de AOW-leeftijd verder opschuift, in dat geval valt zijn pensioen hoger uit.

Hoe kun je een lager aanvullend pensioen compenseren?

Langer doorwerken: elk jaar langer werken is een jaar langer pensioenopbouw. Extra (belastingvrij) sparen of een lijfrentepolis afsluiten kan ook.

Hoe is het pensioenakkoord ontvangen?

Werkgeversbond VNO-NCW is positief. Vakbond FNV noemt het akkoord „teleurstellend”. Jongeren betalen de grootste rekening, zegt de bond, al is het verdwijnen van de bijstandstoets voor zzp’ers een goede stap. Hierdoor hoeft een zzp’er niet eerst z’n opgebouwde pensioen op te maken als hij een tijd geen werk heeft. NRC