Gevlucht, tot één kilometer van je huis

Foto AFP/ Fred Dufour

Wat potten en pannen. Meer hebben de 30.000 tot 40.000 christenen niet in het vluchtelingenkamp in Bossangoa, in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Al weken houden ze zich hier op, voor velen nog geen kilometer van hun huis. Thuis slapen durven ze niet meer.

Aan de overkant van het dorp, een vervuilde weg omgeven door verlaten huizen, heerst dezelfde angst. Daar, in de Ecole de Liberté, hebben een paar honderd moslims tijdelijk onderdak gevonden.

Religieus geweld in dit Afrikaanse land heeft deze maand al 1.000 burgers het leven gekost, meldde Amnesty International gisteren.

De bevolking van de Centraal-Afrikaanse Republiek bestaat voor bijna 85 procent uit christenen, de rest is moslim. Ze leefden redelijk gemengd, tot maart van dit jaar. Toen verdreef een groep rebellen, de Séléka, president François Bozizé. Daarna gingen christelijke milities van deur tot deur in moslimwijken en doodden naar schatting zestig mannen. Séléka nam wraak en doodde op haar beurt zo’n duizend christenen.

Beide partijen begaan oorlogsmisdaden, concludeert Amnesty. Frankrijk heeft inmiddels 1.600 militairen naar het land gestuurd. Van de 5,2 miljoen inwoners zijn er sinds maart ruim 600.000 verdreven.