Fervent socialist en regent in één borst

Een lenige geest, veel energie, een kleurrijk leven, in een vrij huwelijk. Leer de bevlogen, socialistische kapitalist en regent Wibaut kennen.

F.M. Wibaut en zijn vrouw zwaaien ter ere van Wibauts 70ste verjaardag in 1929 vanaf hun balkon naar de mensen die hem komen bedanken. Ze zwaaien een uur voordat iedereen voorbij is. Uit besproken boek

Een biografie die begint met de zin: ‘Florentinus Wibaut (1859-1936) was afkomstig uit een gegoede katholieke ondernemersfamilie en werd aanvankelijk voor het priesterschap opgeleid’ – daarvan weet je één ding zeker: een page turner wordt-ie niet.

Dat ligt niet aan de hoofdpersoon. Wibaut was een succesvolle Zeeuwse houthandelaar die door Multatuli werd aangemoedigd tot en door zijn geliefde werd gesteund in zijn overgang van liberalisme naar (nu eens meer, dan weer minder radicaal) socialisme. Een gloedvol redenaar die decennia lang zijn stempel drukte op de sociale strijd in Nederland en daarbuiten – in jaren dat die strijd ook werkelijk iets voorstelde. Een bestuurder die in de hoofdstad gestalte gaf aan de opkomst van het ‘wethouderssocialisme’, in de tijd dat de Roden landelijk angstvallig buiten de regeringscoalities werden gehouden.

In Amsterdam was Wibaut verantwoordelijk voor de aanvaarding en de eerste bouwfase van het fameuze Plan Zuid. Als socialist was hij voorvechter van vrouwenrechten, samen met zijn feministische echtgenote Mathilde, met wie hij aan het eind van zijn leven een als scandaleus ervaren boek schreef over het vrije huwelijk – en die dat zelf praktiseerde door vele affaires, sommige zeer langdurig en openlijk. Zijn moeder had het al vroeg gezien. Toen Floor nog priester wilde worden, zei ze: ‘Ik weet niet of je er geschikt voor zou zijn; je kijkt nogal naar de meisjes.’

Een lenige geest dus, Floor Wibaut, met een kleurrijk leven waarin hij al deze karakteristieken wist te verenigen. Hij was niet alleen energiek en bevlogen, maar ook recht door zee en genereus. Hij doneerde veel aan de beweging, schonk eens 25.000 gulden aan stakers die op hun tandvlees liepen en leende regelmatig sommen geld uit, onder meer aan de socialistische leider Pieter Jelles Troelstra. ‘Zelden vroeg hij geld terug, ook al was het als een lening bedoeld’, schrijft biograaf Herman de Liagre Böhl.

‘Courtisane’

Op het materiaal waarover De Liagre Böhl beschikt voor zijn Wibaut de Machtige, is ook al niets aan te merken. De historicus, die eerder een Gorter-biografie schreef, heeft mooie persoonlijke documenten gevonden, zoals de ongepubliceerde herinneringen van Wibauts zoon Floor jr. Hij sprak met een kleindochter over de langdurige verhouding van haar opa – op het toppunt van zijn wethoudersmacht – met Johanna Kuiper, die zich Wibauts ‘courtisane’ noemde en in een brief schreef dat ze ‘oprecht’ van ‘Mevrouw Wibaut’ hield en ‘wat nog vreemder is, zij houdt ook van mij.’ Zo verzamelde De Liagre Böhl meer bronnen dan eerdere Wibaut-biografen, zoals Gilles Borrie. Overigens is wel op wonderlijke wijze intussen een bron verdwenen waar Borrie in de jaren tachtig nog over beschikte: het manuscript van Wibauts autobiografie.

Al lezend voel je dat de biograaf zijn hoofdpersoon door en door kent. Hij doseert zijn complimenten en zijn kritiek, zoals de dubbele moraal ten aanzien van het vrije huwelijk: vrij voor hém, niet voor haar. Hij noteert Wibauts dubbelhartigheid als socialistisch kapitalist. Tot aan zijn wethouderschap bleef hij directeur en tot aan zijn dood commissaris bij houthandel Alberts & co, een bedrijf dat niet voorop liep waar het ging om de voorwaarden en omstandigheden voor de arbeiders. De Liagre Böhl staat ook even stil bij de notities die Wibaut maakte tijdens zijn handelsreizen in Rusland, met enkele grimmige opmerkingen over Joden – ‘smerig’ vond hij ze, met gewoonten die zelfs een niet-verfijnde west-Europeaan ‘met walging vervullen’.

Gegoeden

Er zijn mooie typeringen, vooral door de ogen van zoon Floor. Wibaut stond ooit in Middelburg ’s morgens vroeg te wachten op de trein naar Amsterdam en werd aangesproken door iemand die hij oppervlakkig kende. ‘Toen de trein in zicht kwam’, schrijft Floor jr., ‘zei de kennis: ,,Nu neem ik afscheid van u, want ik reis 2e klasse en U als socialist natuurlijk 3e.’’ Mijn vader nam de hand ten afscheid geboden wel aan, maar voegde eraan toe: ‘Dat heeft U van het socialisme verkeerd begrepen: de bedoeling is niet dat de gegoeden het zo slecht krijgen als de arbeiders, maar dat de arbeiders het zo goed krijgen als de gegoeden. Ik reis 1e klas – er is geen betere.’

Als dat allemaal in orde is, wat scheelt er dan eigenlijk aan Wibaut de Machtige? Twee dingen. Het eerste valt De Liagre Böhl waarschijnlijk niet aan te rekenen, dat is zijn stijl. Die is vlak. Hij hoeft ook geen gouden zinnetjes te tikken of met metaforen te strooien. Maar hij weet te weinig hoogteverschillen aan te geven in zijn boek en daarmee doet hij zijn materiaal tekort. Hier en daar in de tekst had hij het mooie en het veelbetekenende naar voren moeten halen ten koste van het noodzakelijke.

Het tweede is het gevolg van een fundamentele keuze die De Liagre Böhl maakt, dat is de krappe contour die hij om zijn hoofdpersoon trekt. Hij is tot in de laatste kronkel geïnteresseerd in de anatomie van Wibauts socialisme. Hij legt haarfijn de paradox bloot van de radicaal en de regent in Wibauts borst. ‘Zijn streven naar sociale gerechtigheid dreef hem tot marxistische stellingen, terwijl de regent geen moeite had met het sluiten van compromissen.’ (Dit soort krachtige zinnen kom je aan het slot van Wibaut de Machtige, als je al 500 pagina’s hebt omgeslagen, ineens veel vaker tegen dan daarvoor.)

De Liagre Böhls interesse voor de vraag of Wibaut een Fabian was – naar de Britse gematigde socialistische Society – of een radicale marxist, leidt in deze biografie tot een regenbui van citaten uit lezingen, voordrachten, brochures, krantenartikelen en andere publicaties waarin Wibaut zijn ideeën uiteenzette. Heel gedegen natuurlijk, resultaat van prijzenswaardig graafwerk in de archieven. Maar je wilt ook wel eens zien hoe het er op de congressen toeging, waar Troelstra en Gorter elkaar uitscholden onder voorzitterschap van Wibaut. Je wilt weten waarom juist de schippersknechten zo enthousiast over hem waren. Waarom er voor armen niet te leven viel in Amsterdam vóór de bouwverordening van 1906. Ja, in deze biografie komen beschrijvingen van armoe voor, van krotten en van socialistische krachtmetingen, maar het zijn er niet genoeg om Wibaut de Machtige op te tillen van een ideeënstudie naar een karakterstudie, het portret van een karakteristieke man midden in zijn tijd.

Dit boek stinkt niet genoeg.

    • Bas Blokker