Winstwaarschuwing Ballast ijlt nog na

En ja hoor. Gisteren was het wederom raak. Het lijkt of beleggers bij de minste vermelding in de pers het aandeel Ballast Nedam verder onderuit duwen.

Relatief onschuldig leek het bericht in De Telegraaf over een Saoedische prins die betrokken zou zijn geweest bij het omkoopschandaal dat Ballast Nedam vorig jaar al achter zich liet. Toch leidde het bericht tot een koersdaling op de smallcap met 2 procent; de sterkste daler van de dag. En dat terwijl Ballast Nedam vorig jaar al met het OM tot een schikking kwam in de zaak rond malversaties in het Midden-Oosten, die zich ruim tien jaar geleden voordeden.

Nieuw is dat het Openbaar Ministerie ook onderzoek doet bij de toenmalige accountant van Ballast, KPMG. Dat nieuws, dat eind vorige maand bekend werd, was eveneens goed voor een koersdaling van ruim 6 procent.

Toch lijkt het uitgesloten dat het onderzoek naar de accountant financiële consequenties zal hebben voor Ballast Nedam. Het bedrijf kocht eind vorig jaar strafvervolging af voor 17,6 miljoen euro.

Reageren beleggers dan zo irrationeel op de berichtgeving?

Een meer voor de hand liggende verklaring is dat de negatieve schokken op de beurs die Ballast Nedam nu te verwerken krijgt een naijleffect zijn van het winstalarm dat het bedrijf op 25 oktober heeft gedaan.

Volgens onderzoek van de Vereniging van Nederlandse Effectenbezitters (VEB) zijn aandelen van een onderneming na een winstwaarschuwing gemiddeld een jaar lang uit de gratie. Sinds eind oktober verloor het aandeel Ballast Nedam bijna eenderde van zijn waarde op de beurs.

De VEB onderzocht de koersreacties op alle winstwaarschuwingen van Nederlandse beursfondsen tussen 1999 en 2011 en concludeerde dat het effect van een winstwaarschuwing niet in één keer wordt verwerkt op de beurs. Weliswaar is de eerste koersreactie het heftigst met een verlies van gemiddeld 9,7 procent ten opzichte van de markt. Maar in de drie maanden erna verliezen aandelen gemiddeld nog eens ruim 7 procent.

De uitkomsten van het onderzoek komen overeen met een meer recent door economen omarmd economisch model dat afscheid neemt van de efficiënte-markttheorie en meer rekening houdt met emoties op de beurs.