Wij doen niets geheimzinnigs

De Europese Commissie minacht de democratie helemaal niet maar volgt juist de wil van lidstaten, aldus Karel de Gucht.

De Europese Commissie minacht de democratie helemaal niet, integendeel! In een onnodig hard en polemisch stuk beweren Thierry Baudet en Bastiaan Rijpkema dat de Europese Commissie de onderhandelingen over een nieuw vrijhandelsverdrag met de VS geheim houdt. „Want”, aldus de auteurs, „geen enkele bevolking die haar democratische rechten serieus neemt zou de implicaties van een vrijhandelsverdrag zomaar accepteren. Het veelomvattende vrijhandelsverdrag dat nu wordt opgetuigd, behoort onderwerp te zijn van een voortdurend publiek debat.”

Met dat laatste ben ik het volkomen eens. Het handelsverdrag moet inderdaad onderwerp zijn van een voortdurend publiek debat. Hoe meer debat hoe liever, maar dan liefst met kennis van zaken en niet op basis van gratuite slogans.

De bewering over geheimdoenerij is bijna lachwekkend en puur populisme. De Europese Commissie en ikzelf doen er juist alles aan om de publieke opinie in de ganse Unie, bij elke stap uitvoerig te informeren waarover we onderhandelen, over wat kan en wat niet kan. We informeren geregeld de media en alle niet-gouvernementele organisaties en drukkingsgroepen van de civil society die zich aanmelden. Op de recentste vergadering waren 350 deelnemers aanwezig. Wie tot in de details het onderhandelingsproces wil opvolgen kan terecht op de speciale website http://ec.europa.eu/trade/policy/in-focus/ttip/. Maar, helaas, het enige wat we niet kunnen toelaten – en ik ben er zeker van dat het grootste deel van de Nederlanders dat volkomen begrijpt - is dat deze groepen mee aan de onderhandelingstafel zitten. Maar niet getreurd! We mogen niet vergeten dat zo'n vrijhandelsakkoord, eens het onderhandeld is, de instemming moet krijgen van zowel het Europese Parlement als van de lidstaten!

In tegenstelling tot wat de auteurs schrijven, is de Europese Commissie ook niet gekant tegen het bekend maken van het onderhandelingsmandaat, het document waarin staat waarover ik mag onderhandelen en waarover niet. Dat is niet eens een Commissie-document maar een tekst van de regeringen van de Unie. Zo is dat in het verdrag geregeld en het Nederlandse parlement heeft dat goedgekeurd. De vraag om het mandaat openbaar te maken moet dus door de regeringen beantwoord worden en dat is recent, op initiatief van de Franse minister van Handel, besproken op de ministerraad. De Franse minister kreeg helaas van niemand steun. Baudet en Rijpkema moeten dus niet de Europese Commissie aanvallen maar zich wenden tot hun regering.

Baudet en Rijpkema komen ook terug op het klachtrecht dat investeerders krijgen in dergelijke handelsverdragen. Dat zou ondemocratisch zijn omdat grote investeerders zo hun wil zouden kunnen opleggen aan de wetgever. Dat misverstand is hardnekkig. Daarom dit. De regel dat investeerders op bescherming kunnen rekenen is een gangbare praktijk die in honderden internationale handelsovereenkomsten die door staten en regeringen onderhandeld zijn – ook de Nederlandse – is voorzien. Het is dus zeker geen ‘Europese’ uitvinding.

Hoewel dat overbodig is, zorgen wij er bovendien voor dat er in het verdrag een expliciete bepaling komt die waarborgt dat de nationale autoriteiten hun vrijheid om wetten te maken (de zogenaamde ‘policy space’ ) volledig behouden. Het gaat om de garantie van gelijke behandeling van de Europese en Amerikaanse investeerders.

Ten tweede zullen we er voor zorgen dat overheden niet opgezadeld worden met – of moeten betalen voor – lichtzinnig opgefokte geschillen door opportunistische investeerders. Alle overeenkomsten die de Europese Unie afsluit, zullen afspraken bevatten die zogenoemd tergende en roekeloze gedingen uitsluiten.

Ten derde zullen in de overeenkomst ook regels staan over belangenconflicten en deontologie voor arbiters die in dergelijke conflicten optreden. Scheidsrechters die zakelijke banden hebben gehad met een van de betrokken partijen, mogen geschillen waarin deze partijen betrokken zijn niet beslechten.

Tenslotte zorgen we er ook voordat bij de beslechting van dergelijke klachten de procedures tussen investeerders en staten open en transparant zijn. Documenten zullen openbaar moeten zijn, hoorzittingen moeten publiek toegankelijk zijn en belanghebbenden en geïnteresseerden moeten hun opmerkingen kunnen maken.

Ik vrees dat Baudet en Rijpkema moeilijk te overtuigen lieden zijn, zeker over Europa. Maar ik ben hen dankbaar voor de gelegenheid die ze me bieden om hardnekkige en vaak lichtzinnig gecreëerde misverstanden recht te zetten.

De Nederlandse regering en de meeste politieke fracties in de Tweede Kamer hebben het grote belang van dergelijke onderhandelingen voor een handelsnatie als Nederland zeer goed begrepen. Ik dank ze voor hun steun.