Waarom zou Europa 28 legers hebben?

Regeringsleiders praten vandaag in Brussel over slimmere defensie met minder geld.

Nederlandse en Belgische militairen oefenden dit najaar gezamenlijk in Duitsland. De lage landen werken samen op marinegebied en willen vanaf 2016 ook samen optrekken bij luchtruimbewaking. Foto Ministerie van Defensie

Na vijf jaar navelstaren als gevolg van de crisis richten de Europese regeringsleiders vandaag in Brussel de blik weer naar buiten: voor het eerst sinds 2008 praten ze op topniveau over militaire zaken. Programma: een ‘strategische discussie’ over het gemeenschappelijke defensie- en veiligheidsbeleid en over de geopolitieke positie van de EU in de wereld.

Of wat daarvan over is. Want Europa verliest snel aan macht en invloed, betoogt de Europese denktank ECFR in een recente publicatie. Na de Koude Oorlog was de EU een lichtend, vanzelfsprekend voorbeeld voor ex-communistische landen. Het kon een voortrekkersrol spelen op talrijke terreinen, zoals milieu, mensenrechten en technologie. Maar „dat hele idee van soft power, het idee dat mensen zoals ons willen zijn, strookt niet langer met de tijdgeest”, stellen de auteurs. Met Oekraïne als uitzondering op de regel.

‘Europa is nog nooit zo welvarend, veilig en vrij geweest’, was de openingszin van de in 2003 geformuleerde Europese Veiligheidsstrategie. In tien jaar is veel veranderd: wat Europa door de eurocrisis aan zelfvertrouwen heeft verloren, hebben China en Brazilië erbij gekregen. In de achtertuin is het onrustig sinds de ‘Arabische Lente’. De belangstelling van de VS is verschoven naar Azië en de Stille Oceaan.

Europa moet aan de bak: nu wordt driekwart van de militaire uitgaven binnen de NAVO door de Amerikanen gedaan. De VS willen nog maar de helft doen. Eerder dit jaar vertrokken de laatste Amerikaanse gevechtstanks uit Europa. Juist nu lidstaten zelf massaal bezuinigen op defensie. Sinds 2008 zijn defensie-uitgaven in tweederde van de EU-landen gedaald, in 18 landen met meer dan 10 procent.

Europa bezuinigt zijn geloofwaardigheid weg, zegt Dick Zandee, defensiespecialist van Instituut Clingendael. „Op defensiegebied leven we in het verleden.” Ter illustratie: toen Europese landen en de VS in 2011 ingrepen in Libië, hadden de Europeanen onvoldoende technologie in huis om gevechtsvliegtuigen in de lucht bij te tanken. Zandee: „Heb je daar van alles in de lucht hangen – moet je toch weer de hulp van de Amerikanen inroepen.” Meest gehoorde klacht: de Europese capaciteit en innovatie op defensiegebied is versplinterd. De slag om de eerste generatie onbemande vliegtuigen (drones) te ontwikkelen, is al verloren. De EU heeft 17 productielijnen voor tanks, de VS twee. „Er zijn bijna net zoveel types tanks, jachtvliegtuigen en helikopters als er lidstaten zijn”, zegt een Brusselse diplomaat. „De vraag is wat we met 28 legers moeten. Worden dat stilaan niet 28 bonsai-legertjes, vooral leuk voor op nationale feestdagen?”

Eén Europees leger blijft voor veel lidstaten een brug te ver, temeer omdat eurosceptici meteen zouden roepen dat een Europese superstaat in de maak is. De EU beschikt sinds 2007 over eigen battle groups, militairen die ad hoc gemobiliseerd kunnen worden, maar die zijn nog nooit ingezet, niet in de laatste plaats door gebrek aan overeenstemming. De oprichting van een Europees hoofdkwartier ligt goed, behalve in het Verenigd Koninkrijk. Dat blokkeert initiatieven in die richting. In de bankensector was een grote crisis nodig om landen tot samenwerking te bewegen, op defensiegebied vindt die niet plaats: het Europese territorium wordt niet bedreigd.

Nee, vandaag is het sleutelwoord: pragmatisme. Buitenlandcoördinator Catherine Ashton, een Britse, kwam in de aanloop naar de top niet met strategische vergezichten. Zandee: „Ze weet dat die onhaalbaar zijn.” „Ze wil de Britten aan boord houden”, zeggen diplomaten. En ze liet zich er ook niet toe verleiden toen president François Hollande vorige week pleitte voor „een permanent Europees fonds” waaruit militaire interventies, zoals de huidige Franse in Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), gefinancierd kunnen worden. De Britten en de Polen helpen de Fransen in de CAR alleen met transportvliegtuigen.

Wel haalbaar op de langere termijn: de ontwikkeling van Europese drones en plannen om bijtanken in de lucht mogelijk te maken. Daarover wordt vandaag gepraat. Maar hoe betaal je dit?

Het een sluit het ander niet uit: het is juist die bezuinigingsgolf die lidstaten steeds meer richting samenwerking lijkt te duwen. Zandee: „Je ziet veel doublures tussen lidstaten, er wordt veel belastinggeld verkwist.” Een duidelijke trend in dat verband is regionale samenwerking: Nederland en België hebben, onder één commando, een vergaande samenwerking op marinegebied en willen (vanaf 2016) ook samen optrekken bij bewaking van het luchtruim. Nederland en Duitsland hebben een gezamenlijk legerkorps. En in Eindhoven zit sinds 2010 het European Air Transport Commando, een samenwerking, buiten de NAVO om, tussen Nederland, Frankrijk, Duitsland en België.

Het grote struikelblok is volgens Zandee de defensie-industrie: die valt, zo is ooit afgesproken, niet onder de regels voor de interne markt en is nog langs nationale lijnen georganiseerd. Vraag en aanbod sluiten niet goed op elkaar aan, lidstaten zijn meer afhankelijk van niet-Europese technologie dan nodig. De Europese Commissie wil de industrie naar een Europees niveau tillen: samen met een gemeenschappelijk inkoopbeleid moet dit ervoor zorgen dat lidstaten tegen redelijke prijzen hun slagkracht op peil kunnen houden. Maar dit is omstreden. „Het is niet in het belang van de grote defensiejongens in Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk”, zegt Zandee. Aan de andere kant: door de bezuinigingsgolf staan ook daar banen op de tocht. Misschien is dat vandaag nog wel het sterkste argument om de handen ineen te slaan.

    • Stéphane Alonso
    • Tijn Sadée