Tropenboeken in de ramsj

Bijna de hele collectie gaat naar andere instituten, tot in Egypte. De rest mag iedereen vandaag en morgen gratis komen halen.

In een raamloze ruimte in het grote complex van het Koninklijk Instituut van de Tropen (KIT) lopen medewerkers met spiedende blik langs honderden boeken. Het is hun ‘ophaaldag’. Alles mag weg. Terugbrengen hoeft niet, want de bezuinigingen van de Rijksoverheid betekenden het einde van de 230 jaar oude bibliotheek van het KIT.

Vandaag tot half vier en morgen tussen 10 en 13 uur mag ook het publiek boeken uitzoeken. Daarna komt de opkoper, die neemt de laatste resten mee. „Wat we weggeven”, legt bibliotheekdirecteur Hans van Hartevelt uit, „is een bijzonder klein deel van onze collectie.” Het gaat om dubbelingen, zogenoemde ‘doubletten’. „En andere titels waar geen institutionele belangstelling voor bestaat.”

Samen met zijn plaatsvervanger Tilly Minnée geeft Van Hartevelt een rondleiding door de lege zalen. „In deze ruimte bewaarden we alle landkaarten.” Nu is er niets, op een grote zwarte, tropisch ogende spin na. Even later staan we in de leeszaal. „Deze ruimte is nog niet zo lang geleden helemaal gerestaureerd.”

De stemming is droef. En toch mag dit geen treurig verhaal worden, zeggen de bibliothecarissen. Het is immers gelukt om 98 procent elders onder te brengen. Voor zo’n groot deel van de collectie, die uit zo’n miljoen items bestond, bleek wel „institutionele belangstelling” te bestaan. Tweederde gaat naar de Egyptische Bibliotheca Alexandrina. Van Hartevelt: „Ismail Serageldin, de directeur, ken ik goed. Hij zat in onze raad van advies en kon de gedachte niet verdragen dat er werk zou worden vernietigd.” De titels over de koloniën van vóór 1950 zijn naar de Rijksuniversiteit Leiden gegaan, in totaal zo’n 1.250 meter boekenplank. De Stichting Centrum Medisch Erfgoed in Urk krijgt 1.200 meter en nog eens 900 meter gaat naar Indonesië, Curaçao en Suriname. 22 instellingen nemen werk over, waaronder het Rijksmuseum, NIOD en het Vredespaleis.

Minnée en Hartevelt hadden dit niet verwacht. Van Hartevelt: „Het was ook niet makkelijk. Zo heb ik eindeloos gesproken met vier Nederlandse universiteiten. Ze wilden graag collectiedelen overnemen, maar vonden geen geld voor beheer.” Hartevelt is blij met Alexandrië, omdat de bibliotheek daar state of the art is. „Qua digitalisering lopen ze daar voor op de meeste Nederlandse bibliotheken.”

Toch kan de tevredenheid met het lot van de boeken de droeve stemming niet verjagen. Minnée: „Vernietiging is voorkomen, dat is mooi. Maar de bibliotheek is wel verdwenen.”

Voor Minnée en Van Hartevelt persoonlijk betekent het dat hun laatste werkdagen zijn aangebroken. Tijd om te zoeken naar nieuw werk hebben ze niet gehad. Daarvoor kostte het onderbrengen van de collectie elders te veel tijd. Van Hartevelt: „We zijn nu wel ervaren in het ontmantelen van een topbibliotheek.”

    • Pieter van Os