Ordinair machtsspel met tribale trekken

Rebellerende militairen nemen de stad Bor in. Een decennialange rivaliteit laait weer op.

Duizenden inwoners van de hoofdstad Juba hebben hun toevlucht gezocht in en bij gebouwen van de VN-missie in Zuid-Soedan. De gevechten in het land hebben zich gisteren uitgebreid naar Torit en Bor. Foto AFP

Wie probeert er een coup te plegen in Zuid-Soedan: president Salva Kiir of zijn voormalige vicepresident Riëk Machar? Heeft de autoritaire Kiir getracht met één slag alle leden van de oppositie uit te schakelen onder het voorwendsel dat ze hem probeerden af te zetten? Of heeft de altijd ambitieuze Riëk geprobeerd Kiir te wippen, zoals de regering zegt?

De ruzie tussen de twee heeft geleid tot gevechten op tribale basis binnen het regeringsleger. Na de hevige strijd eerder deze week in de hoofdstad Juba breidden de gevechten zich gisteren uit naar Torit en naar Bor. In Bor voerde commandant Peter Gadett (van de Nuer-stam) een aanval uit op soldaten van de Dinka-stam. Sindsdien is Bor door zijn troepen bezet. Of hij dit op eigen gezag of op bevel van Riëk deed, is onduidelijk. Gadet werkte tijdens de decennialange onafhankelijkheidsoorlog tegen Soedan samen met Riëk, maar sindsdien is hij herhaaldelijk van gevechtspartner gewisseld.

Angst bij iedere politieke instabiliteit in Zuid-Soedan is dat er een burgeroorlog uitbreekt op basis van stamafkomst. Kiir behoort tot de grootste stam, de Dinka, Riëk tot de tweede stam, de Nuer. De regering van Kiir zegt tien voormalige ministers te hebben opgepakt en er nog vijf te zoeken (onder wie Riëk). Prominenten onder hen zijn Pagan Amum, John Luk, Gier Chuang Aluong en Peter Adwok. Het merendeel van de verdachten behoort niet tot de Dinka. Grote uitzondering is Rebecca Garang, weduwe van de in 2005 bij een vliegtuigongeluk omgekomen John Garang, destijds leider van bevrijdingsleger SPLA, dat vocht voor onafhankelijkheid van Zuid-Soedan.

De overeenkomst tussen de arrestanten is dat ze in juli door Kiir werden ontslagen of hem beschuldigen van dictatoriaal gedrag. Ze hekelden zijn autoritaire stijl van regeren en veroordeelden bijvoorbeeld pogingen om de media te muilkorven. Kiir ontbond vorige maand eenzijdig alle bestuursorganen van regeringspartij SPLM. Riëk en zijn aanhangers wilden hiertegen zaterdag in Juba demonstreren. Op zondag vond een bijeenkomst plaats van 160 SPLM partijleden om te praten over het manifest van de partij. Die vergadering was het begin van de gewelddadigheden.

Kiir noemde Riëk een onheilsprofeet en Riëk liep boos weg uit de vergadering toen naar zijn smaak het partijbestuur geen enkele van zijn standpunten overnam. Daarna lopen de versies uiteen: volgens Kiir begon de couppoging tijdens de bijeenkomst, volgens Riëk pas enkele uren later door een „misverstand” binnen de Presidentiële Garde. „We wilden democratische veranderingen in de SPLM, maar Kiir wilde de vermeende coup gebruiken om van ons af te komen”, bracht de voortvluchtige Riëk naar buiten.

Duidelijk is dat militairen die trouw zijn aan Kiir meteen na de bijeenkomst in actie kwamen. Ze omsingelden het huis van Riëk in Juba en beschoten het met tanks. Kiir verscheen maandag in militair uniform op de tv en noemde zijn voormalige vicepresident een verrader. In twee kazernes van Juba is fel gevochten en daarbij vielen de meeste van de 500 doden. Buiten de kazernes raakten burgers beklemd in het spervuur.

Tijdens de bevrijdingsstrijd van het SPLM van 1983 tot 2005 tegen het Soedanese regeringsleger vond er een oorlog binnen een oorlog plaats toen commandant Riëk in 1991 in opstand kwam tegen (de Dinka) SPLM-leider John Garang. Dat leidde destijds tot hevige gevechten tussen de Nuer en de Dinka, waarbij vele malen meer slachtoffers vielen dan bij de strijd tussen het SPLM en het Soedanese leger.

Het dit weekeinde uitgebroken conflict heeft weinig met stamgeschillen te maken en alles met een ordinair politiek machtsspel. Maar het conflict kan wel ontaarden in een grootschalige stamoorlog. Tot nu toe is daar geen sprake van: in Juba gaan Dinka’s en Nuers heel normaal met elkaar om.

Het SPLM kwam bij de onafhankelijkheid in 2011 zonder ervaring met democratie in de jongste staat ter wereld aan de macht. Tot nu toe werd het SPLM bestuur gekenmerkt door wanbeleid, corruptie en onderlinge verdeeldheid. Als deze ruzies niet snel worden beslecht, kan de verdeeldheid in het SPLM overslaan naar de bevolking.