Onderhandelen in het openbaar levert niets op

Amerikanen willen onze eindposities maar al te graag weten en dat kan niet, vindt Lilianne Ploumen.

Ik ben Thierry Baudet en Bastiaan Rijpkema erkentelijk voor hun opiniestuk (NRC 16/12) over de Transatlantic Trade and Investment Partnership. Ze vestigen daarmee de aandacht op een even taai als belangrijk onderwerp: de onderhandelingen over een nieuw vrijhandelsakkoord tussen de EU en de VS.

Ze schrijven dat politici die aandacht voor dit onderwerp juist niet willen. Een wat onverwacht verwijt, na alle voorlichtings- en consultatiebijeenkomsten met maatschappelijke organisaties en bedrijven van de afgelopen maanden. Maar ook hier: prima! Het geeft mij de kans om ook op deze plek het tegendeel te bewijzen. Want TTIP, spreek uit ‘tie-tip’, is van cruciaal belang en verdient alle aandacht.

Laat ik enkele voorbeelden geven van wat er voor Nederland op het spel staat. Amerikaanse wetgeving maakt het onze baggeraars onmogelijk te werken in Amerikaanse wateren. Nederlandse bedrijven behoren tot de wereldtop in deze sector. Ze maken miljardenomzetten. Kijkt u even naar de kustlijn van de VS, ’s werelds grootste economie. Die telt in deze omzet niet mee. Daar valt veel te winnen.

Exporterende autofabrikanten moeten zowel in de VS als in de EU een crashtest laten doen, terwijl de veiligheidseisen vrijwel identiek zijn. Dat drijft de prijzen in de showroom onnodig op. Er zijn nog steeds Amerikaanse importtarieven van kracht voor exportproducten als bloembollen. Nederlandse bedrijven staan door allerlei vormen van protectionisme nog altijd flink op achterstand als ze meedingen naar opdrachten en publieke aanbestedingen in de VS.

Volgens het onderzoeksbureau Ecorys groeit het Nederlandse BNP door het akkoord structureel tussen de 1,5 en 4,1 miljard euro. Vooral de sectoren chemie, hightech en land- en tuinbouw kunnen profiteren. Met andere woorden: een nieuw akkoord levert nieuwe banen op en lagere prijzen.

Hoofdmoot van de onderhandelingen zijn de onderlinge regelgeving en veiligheidsstandaarden, en hoe die te harmoniseren. Want als de Amerikanen en Europeanen elkaars normen erkennen, bijvoorbeeld op het gebied van auto’s, levert dat enorme kostenbesparingen op.

Een hogere economische groei in de EU en de VS zal ook daarbuiten een positief effect hebben. Studies wijzen op een groei in lage- en middeninkomenslanden van enkele tienden van procenten. Harmonisatie van de veiligheidsstandaarden tussen de EU en de VS zal ook voor andere exporteurs de kosten doen dalen. Wel houd ik scherp in de gaten waar toch negatieve gevolgen dreigen voor sectoren of ontwikkelingslanden. Daar zal ik aandringen op flankerend beleid om die gevolgen te beperken.

TTIP gaat niet over verlagen van de hoge Europese standaarden, zoals sommige critici menen. Het hoge beschermingsniveau in Europa om de gezondheid van mens, dier, plant en het milieu te beschermen, staat niet ter discussie. Er worden geen compromissen gesloten over veiligheid, consumentenbescherming of het milieu. De EU houdt de vrijheid om wetgeving op te stellen ter bescherming van mens, dier, plant en milieu.

Juist om die standaarden veilig te stellen moeten we nu afspraken maken met de VS en zo een mondiale standaard vestigen. Doen we dat niet, dan komen we op termijn onder druk om ons te schikken naar regels van opkomende economische machten als China, Brazilië en India.

Anders dan Baudet en Rijpkema stellen, staat de burger niet machteloos aan de zijlijn. Dat de Europese Commissie de onderhandelingen voert, is logisch. Met de gehele EU is onze positie veel sterker dan als land alleen.

In deze fase vinden de onderhandelingen achter gesloten deuren plaats en dat lijkt me maar goed ook. Ik ken niet veel voorbeelden van openbare onderhandelingen die ook maar iets opleverden.

Ook de mandaten zijn geheim. Nogal wiedes. De Amerikanen zouden wat graag willen weten wat voor Nederland op tal van dossiers de ondergrens is. Wie hier zijn kaarten open op tafel legt, verliest het spel en de burgers betalen de rekening.

Onze volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement en onze Tweede Kamer hebben wel vertrouwelijk inzage gehad in de onderhandelingsmandaten. Voor elke nieuweronde kan de Kamer, wanneer zij dat wenst, vertrouwelijk worden geïnformeerd. Zij zal uiteindelijk ook haar akkoord moeten geven.

Geen enkele bevolking zou de implicaties van een vrijhandelsverdrag zomaar accepteren, schrijven Baudet en Rijpkema. Juist daarom hecht ik zo aan maximale transparantie en democratische controle.

Er zijn in dit spel zeker tegenstrijdige belangen – van producenten, vakbonden, enzovoort. Maar er is één categorie die er ontegenzeggelijk op vooruit gaat: de burger. Dat geldt naar mijn stellige overtuiging voor alle staten van de VS en voor alle landen van de EU, en zelfs daarbuiten.

    • Lilianne Ploumen