Gemeente krijgt jongere maar moeilijk aan het fris

Per 1 januari gaat de leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol van 16 naar 18 jaar. Maar niet alle gemeenten hebben controleurs. En hoe krijg je jongeren aan het fris?

In het Eindhovense uitgaansgebied Stratumseind moeten polsbandjes en id-kaartscanners ervoor zorgen dat minderjarigen geen bier meer kunnen kopen. In Bussum overleggen ambtenaren met de horeca in de hoop dat een ondernemer hét idee vindt om 16- en 17-jarigen aan het fris te krijgen. En in de Gelderse Vallei, rondom Ede, werken negen gemeenten samen, onder de naam ‘FrisValley’. Het grote voordeel: toezichthouders controleren elkaars gemeenten, zodat caféhouders hen niet bij voorbaat herkennen.

Gemeenten bereiden zich voor op 1 januari. Dan wordt de leeftijdsgrens voor het kopen van alcohol verhoogd van 16 naar 18 jaar. Ook het bezit van alcohol in het openbaar is dan strafbaar voor minderjarigen.

Sinds dit jaar zijn gemeenten al verantwoordelijk voor de handhaving van de leeftijdsgrens, een taak die voorheen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vervulde. Toch heeft 34 procent van de gemeenten nog geen controleambtenaar, blijkt uit een enquête onder alle burgemeesters, in opdracht van deze krant, uitgevoerd door OverheidinNederland.nl. 132 burgemeesters reageerden, eenderde van het totaal. Ruim eenvijfde zegt per 1 januari 2014, wanneer ze een jaar verantwoordelijk zijn voor de handhaving, nog steeds geen controleur te hebben.

In Wijk bij Duurstede wordt bijvoorbeeld pas volgend jaar een handhaver aangesteld. De Drentse gemeente Borger-Odoorn is nog in overleg om de controleur van buurgemeente Emmen te ‘lenen’. En in Weert zijn helemaal geen plannen om een controleambtenaar aan te stellen. De gemeente zegt preventie belangrijker te vinden dan handhaving.

Directeur Wim van Dalen van de Stichting Alcoholpreventie (STAP) vindt dat geen goed beleid. „Alsof horecaondernemers zich uit zichzelf aan de wet gaan houden.”

Van Dalen noemt het „kwalijk” dat bijna een kwart van de gemeenten per 1 januari nog geen opgeleide handhaver heeft voor de Drank- en Horecawet. „Dit betekent dat horeca, slijters en supermarkten in die gemeenten afgelopen jaar geen enkele controleur op de stoep hebben gehad.” Terwijl de gemeenten volgens hem al genoeg tijd hebben gekregen om zich op de nieuwe taak voor te bereiden. „En de overheid heeft ook van alles gedaan om gemeenten en hun handhavers te ondersteunen.”

Zelfs van de gemeenten die zeggen wél een handhaver te hebben, 66 procent, is het nog maar de vraag hoe actief die handhaving is. Veel controleurs zijn buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) die de alcoholhandhaving er enkele uren per week bij doen. Bovendien heeft de ene gemeente meer horeca en supermarkten dan de andere. Daardoor is het onmogelijk een duidelijk landelijk beeld te krijgen van hoeveel aandacht gemeenten hebben voor handhaving.

Van Dalen schat dat gemeenten nog weinig aandacht besteden aan handhaving. Maar, zegt hij, toen de NVWA controleerde, was de controle „nog veel beroerder”. Toen moesten 80 handhavers alle horeca, supermarkten en sportkantines in het hele land controleren, in ruim 400 gemeenten.

Uit cijfers blijkt dan ook al jaren dat jongeren onder de 16 kinderlijk eenvoudig aan drank kunnen komen. Door het toezicht lokaal te regelen moest dat verbeteren. De gemeenten zouden de plaatselijke risico’s beter kunnen inschatten, waardoor gerichter gecontroleerd kan worden.

Tot nu toe is nog niet veel verbetering te zien. Uit een onlangs gepubliceerde steekproef van STAP in Almere, bleek 73 procent van de 15-jarige ‘mysteryshoppers’ bij cafés, supermarkten en sportkantines in die gemeente aan alcohol te kunnen komen. Oftewel: slechts een kwart van de alcoholverstrekkers hield zich aan de regels. Dat is ongeveer gelijk aan het landelijk gemiddelde. Andere Europese landen doen het beter. In Duitsland houdt, volgens een test, 65 procent van de ondernemers zich aan de wet. In Zwitserland 70 procent.

Als gemeenten succesvol willen handhaven, is het vooral belangrijk dat ze een eigen prioriteit en strategie kiezen, volgens Van Dalen. „Ze moeten voor zichzelf bepalen: richten we ons vooral op horeca, of meer op supermarkten?” De Drentse gemeente Borger-Odoorn heeft bijvoorbeeld weinig horeca. Maar er zijn regelmatig festivals waar streng gecontroleerd zal worden.

Hoewel de gemeenten van ‘FrisValley’ hun strategie samen afstemmen, is ook hier „lokaal maatwerk” belangrijk, zegt projectleider Frans van Zoest. „Een gemeente als Renswoude kan goed één op één overleggen met alle verenigingen en clubs die alcohol schenken. In een grotere stad als Ede is dat onhaalbaar.”

Maar dat gemeenten streng moeten handhaven, is duidelijk, zegt Van Dalen. Veel gemeenten zeggen bij een nadere uitleg over hun alcoholbeleid dat ze „constructief overleg” met horeca en andere betrokkenen belangrijk vinden. Sommige gemeenten zeggen dat handhaving vooral als een aanvullende mogelijkheid wordt gezien, die pas gebruikt wordt als er signalen zijn dat een ondernemer zich niet aan de regels houdt.

Daar schuilt een gevaar in, volgens Van Dalen. Gemeenten zijn al langer gewend nauw te overleggen met de horeca. Over vergunningen, geluidsoverlast, veiligheid. Dan is een goede relatie belangrijk. „Maar soms moet je streng zijn en consequent handhavingsbeleid uitvoeren.”

Veel gemeenten zeggen de eerste weken wat coulanter om te willen gaan met 16- en 17-jarigen die betrapt worden op alcoholbezit in het openbaar. Zij willen jongeren in eerste instantie waarschuwen om ze zo te wijzen op de nieuwe wet. „Dan bereik je meer”, zegt een woordvoerder van de gemeente Bussum.

Volgens een woordvoerder van de gemeente Hoorn – waar de eerste weken wat vaker gewaarschuwd wordt – zal de controle van alcoholdrinkers niet heel anders zijn dan de overige handhaving. „De ene keer geef je een boete, de andere keer een waarschuwing. De boete is geen doel op zich.” In de vier grote steden is de handhaving direct streng. „Het is uiteraard ondoenlijk om van jongeren vanuit heel Nederland en de hele wereld waarschuwingen bij te houden”, laat een woordvoerder van de gemeente Amsterdam weten.

Volgens Van Dalen kunnen gemeenten beter niet werken met waarschuwingen. „Het is essentieel om consequent te zijn. Toezichthouders willen duidelijkheid. De wet is duidelijk, maar als je dan zegt dat je de eerste weken vooral wilt waarschuwen, maak je het onduidelijk. Hun werk is al lastig genoeg.”

Toch vindt Van Dalen een strenge controle van alcoholverstrekkers belangrijker dan de controle van jongeren. Ook de reclamecampagne van de overheid zou zich volgens hem veel meer moeten richten op cafés, supermarkten en sportclubs. Want daar wordt nog altijd veel te gemakkelijk alcohol meegegeven aan minderjarigen.

Wordt dat beter, nu de gemeenten verantwoordelijk zijn? Niet snel, denkt Van Dalen. „Maar je kunt verwachten dat handhavers het werk langzamerhand meer in de vingers krijgen. En de politiek kan onmogelijk tevreden blijven als de naleving zo slecht blijft.”