Gebruik metadata onder vuur

Verzoek om uitbreiding van bevoegdheden Nederlandse diensten is onhandig getimed

Ik voel me een beetje ongemakkelijk, zei AIVD-directeur Rob Bertholee aan het begin van het gesprek met Kamerleden, gistermiddag, over het werk van de Nederlandse inlichtingendiensten. Openbaarheid en debat horen niet vanzelfsprekend bij de AIVD, legde hij uit. Normaliter vonden de gesprekken tussen parlementariërs en de dienst achter gesloten deuren plaats. Bertholee moest even wennen.

Naast zijn collega van de militaire inlichtingendienst, Pieter Bindt, verantwoordde hij de werkwijze van de AIVD bij het verzamelen van metadata en het hacken van internetfora. Allemaal binnen de wet, herhaalde hij enkele malen.

De timing is op z’n minst ongelukkig. De hoorzitting in de Kamer was nog niet voorbij of de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties nam een resolutie aan om een eind te maken aan „excessieve elektronische surveillance”, omdat onder meer het „massaal verzamelen van persoonlijke data” een inbreuk kan zijn op de mensenrechten. De resolutie was ingediend door Duitsland en Brazilië en werd gesteund door de zogeheten Five Eyes community – het machtigste inlichtingenverbond ter wereld.

Ook om een andere reden bleek het gesprek in een achteraf zaaltje in het Nederlandse parlement achterhaald. In de Verenigde Staten oordeelde een door president Obama ingestelde commissie van deskundigen kritisch over de praktijk van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA. Eerder deze week noemde een federale rechter het massaal verzamelen van telefoongegevens van Amerikanen al „mogelijke ongrondwettig”. Die inbreuk op de privacy betreft het verzamelen van metadata, algemene gegevens over wie met wie belt, hoe lang en wanneer.

Terwijl Bertholee en Bindt zojuist hadden betoogd dat het verzamelen van dit soort data een minimale inperking van de privacy is, signaleerde de Amerikaanse commissie precies het tegenovergestelde: via metadata kan de overheid wel degelijk veel te weten komen over mensen tegen wie geen verdenking bestaat, ze kunnen een „schat aan details” prijsgeven: „Familiebetrekkingen, politiek, professionele, religieuze en seksuele voorkeuren. Telefoontjes aan de psychiater, de plastisch chirurg, de abortuskliniek, het AIDS-behandelcentrum, de stripclub, de advocaat, het hotel waar kamers per uur te huur zijn, de vakbondsvergadering, de moskee, de synagoge, de kerk, de homobar, enzovoort.”

Volgens Bertholee is het verzamelen van metadata „altijd toegestaan” binnen de Nederlandse wet. Op vragen van Kamerleden moest hij erkennen dat door toenemende technische mogelijkheden metadata steeds meer bruikbare informatie geeft.

Maar nog relevanter werden de opmerkingen van Bindt en Bertholee over metadata, toen de Amerikaanse commissie een paar uur later inging op de rechtvaardiging voor het verzamelen van metadata door inlichtingendiensten. De NSA vindt dat dit essentieel is om terreurverdachten op te sporen en in de gaten te houden. Ook Bertholee en Bindt volgen die opvatting.

Het hacken van webfora en het binnenhalen van de gegevens van alle gebruikers, zo verdedigde Bertholee, is nodig om radicaliserende individuen op te sporen. Hij gaf het voorbeeld van de 21-jarige Omar H. Die had zich op internet laten ontvallen dat hij mee wilde doen aan de gewapende strijd in Syrië. Daarop was de AIVD in actie gekomen en was H. gearresteerd. Bij zijn aanhouding werden een ontstekingslont, aluminiumpoeder en dvd’s met jihadistisch materiaal gevonden.

Om radicaliserende personen als H. op te sporen is het gebruik van data van vele duizenden personen noodzakelijk. En ja, zei Rob Bertholee, daar zitten ook onschuldige personen bij. „Dat is bij observatie op straat niet anders.”

Ook op dit punt zijn de opvattingen in de Verenigde Staten aan het schuiven. „Het verzamelen van metadata is niet essentieel gebleken om aanslagen te voorkomen”, zo stelde de commissie gisteren. Zij adviseert de inzet van effectievere middelen.

AIVD en MIVD hopen binnenkort echter te beschikken over ruimere bevoegdheden en hebben daarvoor alvast hoogwaardige techniek aangeschaft om het analyseren van metadata te professionaliseren, zo vertelde MIVD-directeur Pieter Bindt.