Fred Astaire, Fong Leng, Elsa Schiaparelli

De zin van de smartphonefoto: dit kunstwerk en ik konden elkaar nog meer vertellen en dat hebben we dus even gedaan.

Als er nou iets hoop geeft, dan is het dat een groeiend publiek doorkrijgt hoe goedkoop (de crisis!) en vervolgens hoe leuk museumbezoek is.

O jee. ‘Leuk.’ Mag ik niet zeggen. Dat riekt naar consumentisme en entertainment en dat kan de bedoeling van kunst niet zijn, menen de culturele bestuurders en andere directeuren. Dat noemen ze „vrijblijvend” en daar houden ze niet van. Ze vinden, met vele vroede vaderen voor hen, dat de mens (en dat is dan steevast een mens van een andere soort dan zijzelf, een soort die nog veel moet leren) door kunst en cultuur dient te worden gesticht en verheven.

Ze weten, geloof ik, niet wat ‘leuk’ is. Sterker, ze snappen eigenlijk niet wat de bedoeling van kunst is. Ze denken dat genot zondig is, tenzij het iets oplevert.

Arme hullie.

Kunst is belangrijk weten wij gewone stervelingen, juist omdát het, behalve in denken en in inzicht verwerven, voorziet in vermaak. Vermaak is pas vluchtig als het doelloos is, kun je zeggen. Maar zelfs daar valt over te twisten, kijk maar naar de films van Fred Astaire. Zoek op YouTube naar de song Night and Day, uit zijn film The Gay Divorcee. Nergens goed voor. Zonder veel nadenken te consumeren. En onmiskenbaar grote kunst, ook als je je niet realiseert dat Astaire hier met dans tastbaar maakt hoe ontluikende verliefdheid voelt.

Net zo vanzelfsprekend verenigen zich nuttig, leerzaam en leuk in een museum. Dat kun je tegenwoordig zelfs zien gebeuren, en dat komt door de smartphone.

Doordat het fotootjes maken zo gewoon is geworden, gaan veel museumbezoekers aan de slag. Ze maken een foto van iets wat ze aanspreekt, of ze leggen een detail vast dat hun opvalt. Waar ze een halve minuut besteed zouden hebben aan ‘dat vind ik mooi’ of drie seconden aan ‘hier vind ik niks aan’, zijn ze nu daadwerkelijk in de weer met de kunstwerken.

Althans, zo vergaat het mij. Ook mijn telefoon zit vol plaatjes. Toen ik ze maakte dacht ik na, wilde ik iets begrijpen van wat ik zag. Sommige foto’s zijn een liefdesverklaring.

Maar kijk ik er ooit nog naar? Zelden. (Uitgezonderd mijn verzameling honden-op-middeleeuwse-schilderingen.)

De wetenschappers die, zo las ik in een stuk op de wetenschapspagina van deze krant, waarschuwend vaststelden dat zulk fotograferen in een museum het onthouden van kunstwerken geen goed doet, hebben volgens mij het verkeerde onderzocht. Draaien telefoonfoto’s om onthouden? Ik heb een andere indruk, maar zag dat graag bekeken door de wetenschap.

Het gaat niet om onthouden, is mijn indruk. Zulke foto’s worden eerder gemaakt uit veroverdrift. Dit is zo spannend, zo mooi… snáp, ik heb je! (en die vangst verschilt wezenlijk van de aanschaf van een ansicht, want die ontbeert de persoonlijke sensatie). Ook zie ik hoe het maken van een smartphonefoto de twinkeling van het contact met een kunstwerk uitdrukt. Ik word getroffen door een detail. Klik! Het is van mij, dit heb ik alleen gezien. Dit kunstwerk en ik konden elkaar nog meer vertellen en dat hebben we dus even gedaan.

Zo verging het me op de tentoonstelling die het Amsterdam Museum maakte over Fong Leng. Amsterdams jaren-70-fenomeen, ontwerper van imposante outfits. Beroemd geworden doordat dat andere jaren-70-fenomeen, Mathilde Willink, verslaafd was aan haar creaties.

Ik ga erin en voor ik het weet ben ik er weer uit. Ontgoocheld, want in deze twee kleine zalen staat een fractie van Fong Lengs werk. Het is een expositie die bij gebrek aan diepgang en strategie niet meer dan een uitstalling is.

Ik vraag me af waar Fong Leng eigenlijk haar inspiratie opdeed. Associeer ik terecht die prachtige, gebeeldhouwde, leren klaprozenjurk met Elsa Schiaparelli? Ontwerpster uit de jaren dertig. Schepper van uitzinnige kleren, die haar voorkeur voor surrealisme uitleefde in applicaties, en driedimensionale borduursels. Schiaparelli was de vrouw die de kreeftenjurk ontwierp. Die de skeletjurk beeldhouwde (sensueel, met gebeeldhouwde ribben en ruggengraat). Die zich uitleefde in een circustijgerjas.

Ik kijk naar Fongs luipaardmantel, naar de mouwen vol leren bloesem en de rok met geappliceerde luipaarden. Ik herinner me hoe Mathilde Willink daarmee door de Leidsestraat liep. Wat een verschijning, wat waren we jaloers.

Ik pluk mijn smartphone uit mijn tas en maak een foto van de vouwtjes in de knik van een van de ellebogen. Die vielen me op. Mathildes vouwtjes.

In verband met de feestdagenuitgave van LUX verschijnt ‘NRC gaat uit’ deze week in het Cultureel Supplement.