Foto’s van een eindeloos bouwrijp niemandsland

Een van de mooiste foto’s in de tentoonstelling van Rubén Dario Kleimeer toont een Italiaanse wijk in aanbouw. Hij fotografeerde de straat met de huizenrijen aan weerszijden, als coulissen. In deze theatrale enscenering zijn generaties kunstenaars – stadsschilders toen nog – Kleimeer voorgegaan, het leven op straat portretterend, het licht vangend op de Toscaanse pannendaken. Maar bij Kleimeer is het licht grijs en ontbreekt het leven op straat. Het is de vraag of die levendigheid er gaat komen in deze wijk die niet in Italië ligt maar op het Chinese Chongming Island, een stad die nog grotendeels bestaat op papier en als bouwput.

De stad werd ontworpen voor evacués uit dorpen die door nieuwe stuwdammen zullen worden vernietigd. Kleimeer kwam dit gigaproject op het spoor toen hij in het nabije Shanghai rondliep om foto’s te maken van vrijetijdsbestedingen. Eén van die foto’s hangt ook in de galerie: een gek parkje onder een nooit afgebouwde snelweg, waar nu bloembakken aan hangen. Onder het dramatisch plafond van de fly-over heeft Kleimeer dit maffe panorama mooi gefotografeerd: de leegte, de netheid, de afwezigheid van mensen geeft het eenzelfde surreëel karakter als de steden van De Chirico en tv-serie De Wrekers. Net zo onwerkelijk oogt Chongming waar Kleimeer vastlegde hoe veelbaanswegen eindigen in een eindeloos bouwrijp niemandsland. Als contrast fotografeerde hij echt oude monumenten in Shanghai, ingeklemd tussen inwisselbare torenflats met airco’s en schotelantennes.

Weinig onderwerpen zijn zo dankbaar voor een fotograaf als de grote stad. Zoek een skyline, wacht op de schemering, en je hebt ansichtkaartenmateriaal in handen. Hou je meer van edgy, zoek dan rafelranden – griezelig – of buitenwijken die te netjes zijn – ook eng. Aziatische steden bieden een extra dimensie in griezelzucht: dit zijn de bewegingen van een nieuwe wereldmacht die het wint van ons, het oude Europa. In Chongming portretteert Kleimeer die hoogmoed bewust tussen grijze luchten en modder: om deze nepsteden te ontmaskeren als bordkartonnen clichés.

Maar daarmee voert Kleimeer net zo goed clichés op, vooroordelen over Chinese namaak. Misschien komt het door die scepsis dat te veel van zijn foto’s teleurstellen. Ze zijn afstandelijk en flets, zonder nuances of verwondering. Dat maakt die ene Italiaanse straat een poëtische uitzondering: in die Chinese desolaatheid gloeit een goudgeel Toscaans licht door de lege ramen, al is het misschien maar een vergeten bouwlamp.

    • Sandra Smets