Column

Fashion Rebels

Frank van der Linde (45) noemt zich „een beetje oudere jongere”. Hij werkte jaren voor Fair Food International, een non-profitorganisatie voor duurzame voedselproductie met veertig betaalde medewerkers, waar hij algemeen directeur werd. Tot hij ermee ophield. „Het wereldje van ontwikkelingsorganisaties, daar was ik wel een beetje klaar mee.” Ze komen niet uit de verdediging, verklaart Van der Linde, niet uit oude denkpatronen. „Er is bijvoorbeeld allang geen sprake meer van ‘ontwikkelingslanden’. Wat ontwikkeld moet worden, is dat wíj de mensen daar fatsoenlijk moeten betalen.”

Lang verhaal kort: Frank van der Linde nam een baantje als ober om voortaan „vrij van belangen” actie te voeren. Om te beginnen in de kledingindustrie, waarover hij een stuk schreef in Het Financieele Dagblad. Na de ramp in Bangladesh in april van dit jaar, toen een textielfabriek instortte en 1.100 mensen omkwamen, kondigde minister Ploumen aan alles in het werk te stellen om herhaling te voorkomen, schreef Van der Linde teleurgesteld. Grote koplopers in de industrie tekenden een convenant, maar veel dwingends gebeurde er niet. ‘De minister vertrouwt op druk van de consument. Een naïeve gedachte.’

Kamerlid Sharon Gesthuizen (SP) meldde zich na dat stuk. Samen bedachten ze dat er „een beweging” moest komen – nadrukkelijk géén organisatie meer. Ook CNV, FNV en de jongerenorganisaties van SP, GroenLinks, D66, ChristenUnie, en PvdA steunen nu The Fashion Rebels, zoals ze zichzelf noemen. Inzet is niet minder dan „het ontketenen van een wereldwijde fashion revolutie”.

Een revolutie begint tegenwoordig met een leuk logo en een Facebook-pagina.

En iedere maand gaan de Fashion Rebels een fout kledingmerk door het slijk halen, is het plan. Te beginnen morgenmiddag, bij een vestiging van kledingwinkel Mexx in Den Haag. De gedachte is dat fabrikanten alleen nog gevoelig zijn voor imagobeschadiging. Sharon Gesthuizen en Jesse Klaver (GroenLinks) gaan daarom ludiek ‘de vuile was’ ophangen. „Een wasrek”, zei Frank van der Linde, „met kleding en kreten als ‘Betaal een fatsoenlijk loon’ en ‘Veilige fabrieken’.”

Ik zuchtte. Een ludieke actie, zei ik. Leuk. „Maar ik had liever een handig boodschappenlijstje met winkels die serieus hun best doen.” Dat zag ik verkeerd, zei Van der Linde. Maatschappelijk verantwoord ondernemen, leerde zijn ervaring bij Fair Food, moet niet op de consument zijn gericht. „In jouw burgerrol wil jij oprecht iets doen aan een misstand. Maar als consument vergeet je dat weer.”

Oh.

„De kracht van de merkkleding is gewoon te groot”.

Vertel dat mijn zoon, zei ik, die graag iets van Abercrombie zou dragen maar het niet krijgt. Abercrombie is hier thuis een beetje het nieuwe Shell. Ik zei het, vrees ik, niet zonder trots – de jaren zeventig all over. Nog even, en het is gewoon weer in de tijdgeest om in ‘goed’ en ‘fout’ te denken. Willen we dat? Zie de beweging tegen het biotechnologische Monsanto. Naar dat voorbeeld willen The Fashion Rebels de kledingindustrie aanpakken. Bedrijven als Esprit, Zara, Mango en Benetton kunnen hun borst natmaken. „Elk merk dat achterblijft kan voortaan een target worden”, dreigen de Fashion Rebels.

De stand was gisteren 210 likes.