EU worstelt met ‘wildgroei aan twijfel’ over handelsakkoord

Maatschappelijke organisaties verwijten EU en VS gebrek aan openheid.

Handelsbesprekingen vinden doorgaans plaats achter vrijwel gesloten deuren. Maar de onderhandelaars die deze week in Washington vergaderen over het Transatlantic Trade and Investment Partnership ofwel TTIP (spreek uit TieTip), het vrijhandelsakkoord tussen de VS en Europa, staan onder toenemende druk de deuren veel verder te openen.

TTIP, waarover de onderhandelingen deze zomer begonnen en waaronder Obama voor het einde van zijn presidentschap zijn handtekening wil zetten, geldt als het grootste handelsakkoord ter wereld. Door in een gezamenlijke markt van 800 miljoen mensen wetten en veiligheidsvoorschriften gelijk te trekken, kan de economie van de EU met 120 miljard euro groeien en die van de VS met 90 miljard, liet de EU onderzoeken.

Maar maatschappelijke organisaties zijn bang dat de partij met de strengste voorschriften – voor landbouwproducten en medicijnen is dat de EU, voor financiële regulering de VS – deze onder druk van bedrijfslobby’s zal afzwakken. En zo goed lukt het ze de onrust op te stoken, dat de Europese Commissie eind november een bijeenkomst belegde om ‘angst terug te dringen’ en het ‘nooit eerder vertoonde niveau van belangstelling’ in goede banen te leiden. Dit om, aldus een gelekte memo, ‘wildgroei aan twijfel’ te voorkomen.

Seattle

In de communicatie moet de nadruk nu steeds liggen op wat TTIP wel is (meer banen, groei) en niet op wat het niet is (een ondermijning van veiligheidsstandaarden en soevereiniteit).

In 1999 liepen demonstraties tegen de wereldhandelsorganisatie nog uit op een veldslag in Seattle. Anno 2013 speelt de krachtmeting zich af op websites en in (sociale) media, met als inzet: transparantie.

Volgens de Europese Commissie wordt het Europees Parlement vertrouwelijk geïnformeerd over de voortgang van de besprekingen, staan alle relevante documenten online en moet het akkoord door maar liefst 29 democratisch gekozen parlementen worden goedgekeurd: die van de EU plus de VS. Volgens ngo’s staan cruciale stukken, zoals de ontwerpteksten, juist níet online, verschillen gepubliceerde factsheets van onderhandelingsdocumenten en schuilen heel wat duivels in net zoveel details.

Dit zou onder meer blijken uit de kwestie die de meeste onrust veroorzaakt, die van arbitrage. VS en EU willen in het verdrag een zogeheten Investor State Dispute Settlement (ISDS) opnemen: een regeling die bedrijven de mogelijkheid geeft bij speciale rechters compensatie te claimen als zij menen dat ze de dupe zijn van onvoorspelbaar beleid.

Dit mechanisme, bedoeld als een soort verzekering om investeringen in politiek instabiele landen te bevorderen, maakt deel uit van tal van handelsverdragen. Maar de laatste jaren wordt het door bedrijven en gespecialiseerde advocatenkantoren steeds vaker gebruikt om claims bij regeringen in te dienen als een nieuwe wet de winstverwachting drukt.

Zo daagde het Zweedse energiebedrijf Vattenfall Duitsland voor 700 miljoen euro toen het na de Fukushima-ramp besloot te stoppen met kernenergie. De Canadese mijnbouwfirma Infinito Gold claimt 1 miljard van Costa Rica omdat het een mijnbouwproject afblies.

Eerder deze week stuurden 180 maatschappelijke organisaties uit VS en EU een brandbrief aan Karel de Gucht, de EU Commisaris van Handel, en zijn Amerikaanse evenknie Michael Froman. Hun inzet: ISDS moet buiten het handelsverdrag blijven omdat het de democratie ondermijnt. Ook vrezen ze dat de Amerikaanse claimcultuur overwaait naar Europa. En volgens de ngo’s is er in een handelsverdrag tussen goed ontwikkelde rechtsstaten geen noodzaak voor aparte arbitrage.

„Ook wij zien de gaten in de huidige regelgeving,” zegt Helene Banner, woordvoerster van handelscommissaris De Gucht. „We zetten daarom juist in op het dichten daarvan. Het voorlopig handelsverdrag dat de EU vorige maand met Canada sloot kan hierbij als voorbeeld dienen. Dat noemt bijvoorbeeld expliciet de gronden voor eventuele claims, en sluit daarmee ongegronde claims uit.”

Maar volgens Corporate Europe Observatory, een ngo die bedrijfslobby’s kritisch volgt, biedt het Canadese voorbeeld onvoldoende garanties: „In een Canadese onderhandelingstekst die wij hebben staat een extra bepaling die stelt dat ‘ook andere gronden’ gerechtvaardigd kunnen zijn om een zaak aan te spannen. Dat haalt die eerder genoemde beperkingen weer onderuit. Daarbij is met Canada afgesproken details later vast te leggen.”

Ook dit verplaatsen van precieze afspraken naar andere gremia is volgens ngo’s niet transparant. Uit een gelekt document waaruit The New York Times publiceerde blijkt dat bij de Europese onderhandelaars op voorspraak van zakenlobby’s het idee postvatte van een soort Reguleringsraad die na het sluiten van een globaal akkoord op een later tijdstip politiek gevoelige details zou kunnen uitonderhandelen.

„Helaas, het enige wat we niet kunnen toelaten,” schrijft handelscommissaris De Gucht vandaag op de opiniepagina van deze krant, „is dat deze groepen (ngo’s, red.) mee aan de onderhandelingstafel zitten.”

    • Maartje Somers