opinie

    • Christiaan Weijts

Duivesteijns double bind

Het zou de Avond van Adri worden, de Nacht van Duivesteijn. Iedereen riep de PvdA-senator dinsdag uit tot de machtigste man van het Binnenhof, voor één dag. Als Eerste Kamerlid had hij in het woonakkoord een beslissende meerderheidsstem, die hij dreigde te gebruiken.

Mooi verhaal natuurlijk, vol romantische heroïek: de eenling die opkomt voor z’n principes, David versus Goliath, Odysseus versus cycloop, Larry Flynt versus de mensen, Jezus versus de Romeinen. Dat werk. Daar komt bij dat Duivesteijn te boek staat als een ongeleid projectiel, een autoritaire zak, een geslepen relschopper, die best eens het kabinet zou kunnen laten vallen. Gewoon omdat hij het kon.

Het debat zelf vormde een schril contrast met de berichtgeving eromheen. Al die niet-rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers van de Eerste Kamer gingen zich te buiten aan filosofische vergezichten, geouwehoer op de vierkante millimeter, langdradige interrupties. Eén senator motiveerde zijn gang naar de interruptiemicrofoon met: „De dokter zegt dat ik af en toe moet bewegen, dat doe ik dan ook…”

Intussen berichtten allerlei politieke commentatoren dat het ‘ongekend spannend’ was. Ging Adri tegenstemmen? Het gevaar van jezelf in zo’n positie brengen was op voorhand al duidelijk. Zou hij tegen het woonakkoord stemmen en ‘zijn rug recht houden’, dan zou hij zijn PvdA grote schade toebrengen. Het akkoord zou terug naar de onderhandeltafel moeten, evenals het pensioenakkoord, evenals het hele kabinet. Bij volgende verkiezingen zouden kiezers de PvdA afstraffen voor zoveel brandstichting.

Zou Adri echter vóórstemmen, dan zou hij zijn PvdA ook grote schade toebrengen. Het zou het imago van de PvdA bevestigen: geen rechte rug, maar slappe knieën. Net als bij de JSF, net als bij de illegaliteit van vluchtelingen, net als bij zo ongeveer elk onderdeel blijkt de PvdA te dansen naar VVD-pijpen. Alle sociale huurders voelen zich in de steek gelaten.

Duivesteijn bevond zich in een hopeloze double bind. Zijn egotrip leidde naar een plek waar alleen verliezen mogelijk was. De hieruit geleerde les zou moeten zijn dat de Eerste Kamer geen plek is voor machtspolitiek of ingrijpende wetswijzigingen. Het is een plek om wetten te toetsen, één keer per week wat te filosoferen met de beentjes op tafel, bescheiden beweging op doktersadvies.

De Eerste Kamer hoort niet te onderhandelen, hoort niet aan stoelpoten te zagen of met kabinetscrises te dreigen. Dat zijn spelletjes voor de Tweede Kamer. Door de absurde benoemingsprocedure voor Eerste Kamerleden ontstaat er een onbedoelde machtspositie, een weeffout waardoor ego’s als Adri Duivesteijn hun Nacht denken te kunnen pakken, en de toch al zo stroeve besluitvorming nog verder stremmen.

    • Christiaan Weijts