Dictee als obstructie spellingsfetisjisme

Kees van Kooten geeft een moeilijk dictee.

Even dacht ik het icoon van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal (NTR), in een exquise coup van de zendercoördinatie van Nederland 1, voorafgaand aan de jaarlijkse taalorgie voorbij te zien galopperen in De Nieuwe Wildernis (VARA). Te vroeg gejuicht: het bleek in dit geval konik-, geen przewalskipaarden te betreffen.

Ook al weten we inmiddels dankzij O’Hanlons Helden (VPRO) wie kolonel Nikolaj Przewalski was en zouden drie in ongebruikelijke volgorde aan het begin van een woord geplaatste medeklinkers de globaliserende kosmopoliet niet direct hoeven te contrariëren, dat ene dicteewoord brengt nog steeds paniek in de ogen van de bekende Nederlanders en Vlamingen die voor de gelegenheid in de Eerste Kamer plaatsnemen.

De 24ste editie was geschreven door Kees van Kooten, die we de laatste weken opvallend veel op televisie terug hebben zien keren. De satireveteraan is niet alleen erelid van het Genootschap Onze Taal, maar ook iemand die weet hoe je media-angsten en -hypes optimaal kunt uitventen. Dinsdag zagen we hem nog in het NOS Journaal de verkiezing van het lamlendige Woord van het Jaar ‘selfie’ relativeren door het omhoog houden van een bord met een elegant alternatief, tevens palindroom: OTOFOTO.

Van Kooten noemde zijn dictee Een przewalskipaardenmiddel en stopte het vol met onbekende moeilijke woorden als postale verbiage, anakoloeten en polysyndetons. Twitter was boos en vond het een akelige manier om niet-virtuozen uit te sluiten. Precies dus wat Van Kooten betogen wilde: fouten tegen de syntaxis en logica zijn veel erger dan spelafspraken. Hij gedroeg zich als een Europarlementariër die zijn positie gebruikt om Europa te bespotten en te saboteren: obstructie van binnenuit. Maar zo moeilijk zijn die Griekse en Franse woorden nou ook weer niet, eigenlijk.