De kunst van het wandelen

Het Kröller-Müller Museum brengt op de expositie ‘A One Day Walk’ werk bijeen van twee generaties Britse kunstenaars. Onder hen Richard Long en Hamish Fulton, die kunst maakten van hun wandelingen.

Foto Marjon Gemmeke

Soms is een goed idee kinderlijk eenvoudig. Op een zonnige junidag in 1967 besloot Richard Long, een 22-jarige student aan de St. Martins School of Art in Londen, om de ochtend nu eens niet in zijn atelier door te brengen, maar eropuit te trekken. Op Waterloo Station pakte hij een trein richting Surrey en bleef net zo lang zitten tot de bebouwing na zo’n twintig mijl overging in het platteland. Hij stapte uit, liep een eindje terug naar een onbestemd grasland dat hij zojuist vanuit de trein had gespot, en begon te wandelen. Heen en weer over dezelfde lijn, net zolang tot er na twintig minuten een kaarsrecht paadje van platgetrapt gras was uitgesleten – een pad dat nergens toe leidde en dat stopte bij een donker bosje aan de horizon. Long nam er een foto van, stapte weer in de eerstvolgende trein terug, en liet vervolgens zijn rolletje bij de lokale drogist ontwikkelen.

Die sobere zwart-witfoto, A Line Made by Walking (1967), is inmiddels een kunsthistorische klassieker die in talloze boeken en catalogi is geproduceerd. Het werk betekende de grote doorbraak voor Long. Maar het stond ook symbool voor een bredere beweging in de Britse kunst die vanaf het eind van de jaren zestig opkwam. Tot die tijd was het Britse landschap door kunstenaars bezongen in gedichten, op schilderijen en op foto’s. Maar bij Long en zijn generatiegenoten draaide het vooral om het idee en de persoonlijke ervaring, en was het eindresultaat van minder belang. „Ook ik wilde de natuur tot onderwerp van mijn werk maken”, zei Long. „Maar dan wel op een nieuwe manier. Door te wandelen.”

Op de tentoonstelling A One Day Walk in het Kröller-Muller Museum is te zien tot wat voor kunst dat geleid heeft. De expositie brengt het werk van twee generaties Britse kunstenaars bijeen, van de stalen staketsels van de onlangs overleden nestor Anthony Caro tot de aaibare groeisels van Nicholas Pope. De meeste werken komen uit de collectie van het museum zelf, maar er kon ook geput worden uit een omvangrijke schenking die galeriehouder Adriaan van Ravesteijn van Art & Project in augustus aan Kröller-Müller deed. Daaronder het schitterende Wood Line uit 1979, een verzameling takken die Long tijdens zijn wandelingen opraapte en die nu in een strakke rechthoek ligt uitgestald op de museumvloer – als een netjes gerangschikte vloedlijn.

Veel van de kunstenaars op A One Day Walk kenden elkaar van de beeldhouwopleiding aan St. Martins, die in de jaren zestig door Caro geleid werd. Long arriveerde er in 1966, hetzelfde jaar als zijn medestudent Hamish Fulton en twee jaar voordat Bill Woodrow zich er aanmeldde. Barry Flanagan was op dat moment net afgestudeerd en had een aanstelling gekregen als docent. De voor die tijd radicale ideeën van Caro – hij plaatste zijn abstracte beelden zonder sokkel op de museumvloer en maakte gebruik van industriële materialen als plastic en staal – moeten van grote invloed zijn geweest op Long en consorten.

Maar de nieuwe generatie zette zich ook af tegen het formalisme en minimalisme van Caro. In Kröller-Müller is die omslag mooi te zien. Zo hard en onbuigzaam als Caro’s beroemde sculptuur Pompadour uit 1963 is, genoemd naar de fletse roze kleur waarin de aluminium platen zijn gespoten, zo speels zijn bijvoorbeeld de wandsculpturen van de 25 jaar jongere Tony Cragg. Voor Two Bottles uit 1982 plakte hij allerhande scherven blauw en groen plastic in de vorm van een reusachtige zeepfles op de muur. Waardeloos afval is zo opeens een kostbaar mozaïek geworden. Ook Bill Woodrow ging werken met gevonden voorwerpen, verrotte meubels en platenspelers die hij bij elkaar scharrelde in de straten van Londen en ombouwde tot vreemdsoortige sculpturen. En Hamish Fulton keerde net als Long de stad helemaal de rug toe, nadat hij in 1973 meer dan 1.000 mijl had gelopen van het noordelijkste stukje Schotland tot de uiterste punt van Cornwall. Sindsdien is hij vastbesloten om alleen nog maar wandelkunst te maken, onder het motto ‘no walk, no work’.

Subtiele littekens

De ideeën van Long en Fulton pasten in de tijdgeest. Ook in Amerika waren kunstenaars eind jaren zestig op zoek naar nieuwe vormen van landschapskunst. Daar trokken kunstenaars als Michael Heizer en Robert Smithson de woestijn in om met behulp van bulldozers geulen en spiralen uit te graven. Maar zo groot en stoer als die Amerikaanse Land Art was, zo subtiel waren de ingrepen van de Britse kunstenaars. Long verplaatste wat rotsen tot ze een cirkel vormden, of plukte madeliefjes in een rechte lijn. Zijn wandelingen, en de foto’s die er verslag van deden, hadden meer te maken met performancekunst. Long maakte tijdelijke littekens in het landschap, die als vanzelf weer vervaagden en dichtgroeiden.

Dat neemt niet weg dat ook de wandelingen van Long en Fulton epische proporties konden aannemen. Sommige wandelingen waren echte proeven van uithoudingsvermogen. Zoals Fultons The Second Full Moon of July 1977, waarvoor de kunstenaar in twee dagen 101 mijl aflegde in de heuvels van Kent. Het resultaat bestaat uit slechts één grofkorrelige zwart-witfoto van een bergpaadje dat richting horizon loopt – een echo van Longs A Line Made by Walking. Maar de feitelijke informatie van locatie en afstand die eronder vermeld staat, is al voldoende om je de blaren en de ontberingen van de wandeling te kunnen voorstellen. Datzelfde geldt voor de ingelijste plattegrond die even verderop in het museum hangt en waarop Long al zijn wandelingen intekende die hij gedurende vier dagen langs de rivierbeddingen in Dartmoor maakte (Dartmoor Riverbeds, 1978). Als toeschouwer zie je alleen wat sierlijke lijntjes op een stuk papier. Wat erachter schuilt, zijn verhalen over onbegaanbare paden, zompige veengrond en natte voeten.

Op hun beurt zijn Long en Fulton weer van grote invloed geweest op een generatie Britse kunstenaars na hen, onder wie Alec Finlay en Tim Knowles. Maar ook internationaal hebben zij hun sporen nagelaten. Zonder hen waren er geen hedendaagse wandelkunstenaars als Francis Alÿs, Janet Cardiff of Guido van der Werve geweest. Het is jammer dat Kröller-Müller die lijn niet heeft uitgediept, zoals eerder dit jaar in Engeland wel gebeurde op de rondreizende tentoonstelling Walk On. Nu blijft A One Day Walk een wat brave collectiepresentatie vol fantastische beelden die inspiratieloos door de zalen verspreid zijn. Deze pioniers van de Britse landschapskunst, zo op hun plek in dit museum op de Hoge Veluwe, hadden een avontuurlijkere tentoonstelling verdiend.

A One Day Walk. T/m 30 maart in Museum Kröller-Müller, Houtkampweg 6, Otterlo. Inl: kmm.nl

    • Sandra Smallenburg