Chinese automaker ‘redt’ kwakkelende Franse merken

In ruil voor 1,6 miljard euro krijgt Dongfeng toegang tot geheime Peugeot-technologie.

Met Renault sloot de Chinese autofabrikant een contract voor een nieuwe fabriek.

Foto Bloomberg

In een file in China sta je zelden naast een Franse auto. De kans dat je naast een Maserati staat is groter. In China worden de opstoppingen veroorzaakt door – in volgorde van beste verkochte merken – Audi’s, VW’s, Dongfengs, Geely’s, BYD’s, BMW’s en Toyota’s.

Autogek China houdt niet van de nauwelijks verkrijgbare Renaults en de kleine Peugeots en Citroëns die in derderangssteden gebruikt worden als taxi’s. Als enige autofabrikant uit de mondiale top-10 is Renault niet prominent aanwezig op de grootste automarkt ter wereld. En lijdt PSA Peugeot Citroen een marginaal bestaan met de verkoop van 440.000 auto’s in een land waar dit jaar 19,86 miljoen personenauto’s en SUV’s zijn verkocht.

Renault en verlieslatend PSA Peugeot Citroen willen dat veranderen met hulp van het staatsbedrijf Oostwind ofwel Dongfeng, de tweede automaker van China. Eerder deze week tekenden Renault/Nissan-baas Carl Ghosn en Dongfeng-topman Xu Ping het contract voor een nieuwe fabriek waar vanaf 2016 Renaults worden gemaakt. Xu Ping onderhandelt ook met de Franse staat en de familie-Peugeot over de aankoop van een fors belang in PSA Peugeot Citroen.

Met 30 procent is dat aandeel zo aanzienlijk dat Dongfeng samen met de Franse staat (ook 30 procent) de belangrijkste aandeelhouders zullen worden.

In ruil voor een kapitaalinjectie van 1,63 miljard euro en ruimere toegang tot de Chinese markt krijgt Dongfeng toegang tot de technologische geheimen van Peugeot Citroen. „Hoe je het ook bekijkt, het is duidelijk dat Dongfeng de geschiedenis zal ingaan als de redder van de Franse auto-industrie”, constateert Patrick Tang van de krant en website China Car Times.

Dongfeng, opgericht in 1969 toen de Culturele Revolutie op stoom kwam, is de Chinese automaker met de beste connecties en overlevingsinstincten. In feite is Dongfeng een andere gedaante van de staat. Vandaar ook dat Japanners (Honda en Nissan) en Zuid-Korea (Kia) joint-ventures hebben gesloten met Dongfeng. Bestuursvoorzitter Xu Ping, is vooraanstaand lid van de Communistische Partij van China.

Communistische Partij

Dat weerhoudt het bedrijf er niet van om de onderneming op kapitalistische wijze te besturen, grapte hij onlangs op een analistenbijeenkomst. Evenmin spelen de nauwe banden van Dongfeng met de Communistische Partij een rol bij Renault/Nissan en PSA Peugeot Citroen. De huidige PSA-aandeelhouders – met name de familie Peugeot – moeten nog wel wennen aan het idee dat de beslissingen straks ook worden genomen in het Detroit van China, in de centraal-Chinese metropool Wuhan (17 miljoen inwoners).

In Chinese optiek is de Franse trots „een zieltogende onderneming in een zieltogende Europese economie, waar Dongfeng toch nog een keurige prijs voor wil betalen.” (Global Times). Maar dat zullen Dongfeng-bestuurders nooit zeggen.

Patrick Tang van China Car Times: „Dongfeng heeft technologie van wereldklasse nodig om de eigen merken mee op te tuigen. Bovendien loopt Dongfeng heel weinig risico met deze investeringen, want de Franse regering zal als aandeelhouder PSA Peugeot Citroen nooit failliet laten gaan.”

Voor Renault, dat China eigenlijk binnenkomt op de vleugels van de Japanse partner Nissan, is de deal een doorbraak. Bijna een decennium geleden probeerde Renault China al binnen te komen, maar gaf dat snel op bij gebrek aan visie, een goede partner en druk van de Franse vakbond. Topman Carlos Ghosn moest die fout wel herstellen, want de verkoop daalde in Europa met meer dan 20 procent en stagneerde in Latijns-Amerika. Dankzij Nissan hoort Renault nog bij de wereldtop.

Indekken tegen risico’s

PSA Peugeot Citroen kwam al in 1992 naar China, maar is er nooit in geslaagd door te breken. Anders dan Audi en Toyota liep het bedrijf de grote overheids- en legercontracten mis en verwierf geen cultstatus zoals BMW en Porsche.

„De Duitsers hebben in China weinig te vrezen van de Fransen en dat zal ook in de toekomst niet veranderen”, zegt Tang. „De Japanners moeten zich eerder zorgen maken. Door de hoogoplopende spanningen over de eilanden in de Oost-Chinese Zee stond de verkoop van de Japanse middenklassers onder druk. Die markt kan zelfs instorten. Tegen dat risico wil de top van Dongfeng zich als makers van Nissans en Honda’s indekken. Daar ligt misschien een kans voor de Fransen als de Zuid-Koreanen daar al niet eerder in stappen”, zegt Tang.

    • Oscar Garschagen