Begin van het begin van het begin van het einde

Wat hebben New Delhi, Pretoria, Brasilia, Jakarta en Ankara gemeen? In al deze hoofdsteden hield men de afgelopen maanden het hart vast over de strategie van de Amerikaanse centrale bank, de Fed. Toen bankchef Ben Bernanke in mei van dit jaar aan leek te geven dat hij in het najaar langzaam zou stoppen met de maandelijkse steunaankopen van 85 miljard dollar aan obligaties, brak er paniek uit in veel opkomende markten.

Dollars, die door het uitzonderlijk ruime Amerikaanse monetaire beleid vanuit de VS naar het buitenland waren gedreven op zoek naar meer (of überhaupt) rendement, keerden net zo snel weer terug. En opkomende landen met een tekort op de betalingsbalans én een tekort op de begroting waren kwetsbaar. Met name in India was de slachting groot. De roepie viel diep, en dat gold ook voor de Indonesische roepia, de Zuid-Afrikaanse rand, de Braziliaanse real en de Turkse lira.

Toen de Fed vervolgens in september helemaal niet bleek te gaan ‘temperen’, was er sprake van enige ontgoocheling. Was al die paniek uiteindelijk nergens voor nodig geweest! Maar in de hoogste monetaire beleidskringen was er ook een optimistische reactie: een schoonheidsprijs verdiende de communicatie van de Fed dan wel niet, maar het voordeel was, dat de marktreactie nu al had plaatsgevonden. Als Bernanke later uiteindelijk toch tot temperen zou overgaan, dan zouden de reacties wel eens mee kunnen vallen.

Die lezing werd destijds afgedaan als een geval van ‘fluiten in het donker’. Maar wie gisteravond en vanmorgen de marktreacties zag, moet vooralsnog toegeven dat er wel wat in zat. Gisteren besloot het bestuur van de Fed de steunaankopen in januari terug te brengen van 85 miljard dollar naar 75 miljard dollar. Van paniek was vervolgens in het geheel geen sprake.

In analyses van de financiële markten worden oorzaak en gevolg nog wel eens door elkaar gehaald. Was de hel gisteren losgebroken, dan had het redenen geregend waarom, en waarom je dat had kunnen zien aankomen. Nu de paniek uitblijft regent het, eh, redenen waarom, en waarom je dit had kunnen zien aankomen. De uitkomst beïnvloedt dus met terugwerkende kracht de voorspelling – daarin verschilt een marktanalyse doorgaans niet erg veel van een sportcommentaar.

Maar goed: wat niet is kan nog komen. En er is een belangrijk verschil met wat van de Fed werd verwacht. Gisteren werd een vermindering aangekondigd van de steunaankopen met 10 miljard dollar, dus van 85 miljard naar 75 miljard per maand. Maar anders dan een glijvlucht naar 0 dollar over een jaar, wordt bij elke volgende bijeenkomst van de Fed opnieuw besproken of, en met hoeveel, er verder wordt ‘getemperd’.

Het kan dus nog best veel langer duren. En aangezien een uiteindelijke verhoging van de rente pas volgt na het afbouwen van de uitzonderlijke maatregelen, kan het makkelijk 2015 of 2016 worden voordat de rente weer stijgt. Vergeet niet dat er gisteren nóg een boodschap door de Fed werd afgegeven: alle obligaties en ander spul die nu op de balans staan, ter waarde van een paar duizend miljard, worden op peil gehouden. Dus als er een obligatie afloopt, wordt er opnieuw gekocht – los van de steunaankopen waarover het gisteren ging. Maar eens zal ook deze bulk nog moeten worden weggewerkt.

Is het temperen dus het begin van een normalisering van de Amerikaanse monetaire politiek? Nauwelijks. Het uitzonderlijke, experimentele beleid kan nog lang gaan duren. Heel lang.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.

    • Maarten Schinkel