Akkoord over Europese bankenunie valt slecht in Europees Parlement

In het Europees Parlement is reuring over ‘bankenunie met een sterk nationaal tintje’.

ECB-voorzitter Draghi en Eurogroep-voorzitter minister Dijsselbloem. Foto AFP

Meer Europa. Dat was tot nu toe het antwoord op de eurocrisis. Want alleen daarmee kan worden voorkomen dat lidstaten in geval van crisis hun eigen banken voortrekken en elkaar kapot concurreren. Vannacht werd echter duidelijk dat Europese ministers van Financiën ook weer niet te veel Europa willen. In hun langverwachte compromis over de bankenunie, een systeem van Europees toezicht en crisismanagement, hebben ze de lidstaten, zichzelf dus, toch weer meer macht gegeven.

„Ik verwacht een fikse clash”, twitterde Europarlementariër Corien Wortmann (CDA) even na middernacht, vlak nadat de ministers zichzelf applaus hadden gegeven. Nu de lidstaten het eens zijn, volgen onderhandelingen met het Europees Parlement. En daar is een fikse storm aan het opsteken over deze ‘Europese bankenunie met een sterk nationaal tintje’.

De bankenunie geldt als de grootste overdracht van nationale soevereiniteit sinds de invoering van de euro. De superhervorming laat aandeelhouders opdraaien voor toekomstige problemen bij banken, stelt systeembanken onder Europees, grensoverschrijdend toezicht en omhelst een door de sector zelf gefinancierd mechanisme om falende banken snel te saneren of te begraven. Deze combinatie van maatregelen moet voorkomen dat er ooit nog miljarden aan belastinggeld naar falende banken gaan.

Maar gisteren bleken ministers het systeem niet onder zuiver Europese regie te willen plaatsen. Zo zal de beslissing of een probleembank moet worden ontmanteld, niet actief worden genomen door de Europese Commissie, zoals de commissie zelf en het parlement voor ogen hadden, maar door een nieuw te vormen agentschap. Deze ‘resolutieautoriteit’ zal bestaan uit een kernbestuur, dat over kleine bankproblemen beslist, en over een plenair bestuur, met vertegenwoordigers uit de lidstaten. Die komen in actie als het om grote bedragen gaat. De commissie kijkt mee.

Critici vrezen dat de ontmanteling van banken door deze ingebrachte complexiteit een pijnlijke, paniek veroorzakende aangelegenheid wordt.

In dat plenaire bestuur hebben de vijf landen met de grootste financiële sectoren meer stemgewicht. Volgens minister van Financiën Dijsselbloem (PvdA) moet dat omdat de banken uit Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Nederland ook het meeste zullen bijdragen aan het ‘rampenfonds’ waarover de resolutieautoriteit straks beschikt. „Zij storten 90 procent van de heffingen voor dit fonds”, zei de minister. Beslissingen kunnen alleen worden genomen met een dubbele meerderheid: tweederde van de lidstaten, die goed moeten zijn voor minstens 50 procent van de inleg in het fonds. Frankrijk of Duitsland spelen daardoor altijd een hoofdrol.

Banken moeten het fonds in tien jaar vullen met 55 miljard euro. Daarmee kan hooguit een middelgrote bank worden gesaneerd. In de afgelopen dagen ruzieden ministers over een publiek vangnet in het geval van geldgebrek. Duitsland probeerde het Engelse woord hiervoor, backstop, dinsdag met alle macht uit de compromistekst te houden: het wil niet dat zijn belastingbetalers garant staan. Gisteren gingen de Duitsers, die wat betreft de zeggenschap al vrijwel alles binnen hadden, alsnog akkoord.

Maar waarmee eigenlijk? Een vangnet, zo spraken de ministers, komt er rond 2026, zodra het fonds voldoende gevuld is door de banken. Maar hoe het eruit gaat zien is nog niet besloten. „Daar hebben we tien jaar de tijd voor”, zei Dijsselbloem.

Tot die tijd staan nationale overheden zelf garant voor de bijdrage die ‘hun’ banken moeten storten. Gaat er dan toch belastinggeld naar banken? Nee, zei de minister. Als staten bijstorten in het fonds, moeten de banken dat altijd en binnen vijf jaar terugbetalen. De Europese Centrale Bank verweet de ministers gisteren vaagheid en gebrek aan commitment. De ministers vierden een moeilijk tot stand gekomen compromis.

    • Stéphane Alonso