Zoenvrijheid

‘Iedereen beslist zelf wie hij zoent”, zei premier Mark Rutte afgelopen vrijdag, in reactie op het nieuws dat een man had gekust met een man die niet de zijne was.

Misschien was dit nieuws u ontgaan. Welnu. Onno Hoes (VVD), voorzitter van het CIDI, broer van Isa Hoes, die weer de weduwe is van Antonie Kamerling, die zelfmoord pleegde, waarover ze een boek schreef, dat nu op 1 staat in de bestsellerslijst – die Onno Hoes, tevens burgemeester van Maastricht, is de echtgenoot van Albert Verlinde, ooit columnist voor NRC Handelsblad (in de tijd dat die krant roddel nog een vaste plek bood), maar u vooral bekend als presentator van RTL Boulevard.

Die Onno had dus gekust met iemand die niet Albert heette. Foei, vond het volk. Maar onze premier oordeelde dat dit „puur privé” was. En toen sprak hij de poëtische woorden (die hij ontleend had aan vicepremier Lodewijk Asscher): „Iedereen beslist zelf wie hij zoent.”

Best trots, was ik. Onze premier verhief zich boven het schoolplein. En hij betoonde zich een ware liberaal. Dit was eindelijk weer Nederland, tolerantieland. Waar je zelf kiest wie je kust. Hier geldt vrijheid van zoenkeuze. En was ik muzikaal geweest, dan had ik zijn woorden graag op muziek gezet:

Je beslist hier zelf wie je zoent ! (3 ×)

Iedereen, ja, iedereen, beslist zelluf wie hij zoent!

Maar dat deed ik niet. Want eigenlijk moet die uitspraak van Rutte een open deur zijn. Het zou pas nieuws zijn als de premier had gezegd: „Ík beslis hier wie u zoent.” Of: „Alleen de heer Duivesteijn beslist wie u zoent.” Of: „Alleen mensen met voldoende poen, gaan over hun eigen zoen.” Dat zou pas absurd zijn – dacht ik.

Gisteren las ik het bericht „Opnieuw crisisoverleg over affaire Hoes”, bij de regionale Limburgse omroep L1. Vanavond om negen uur praten de fractievoorzitters van de Maastrichtse gemeenteraad over de toekomst van hun burgemeester. Hij zou zelfs kunnen aftreden. Vanwege een zoen.

Triest. Kennelijk beslis je niet zelf wie je zoent. Als je iemand zoent, en anderen zint dat niet, kan je dat zomaar je baan kosten. Schokkend. Help het me snappen. Ik dacht dat zoenen alleen politiek relevant was als het bijvoorbeeld SGP’ers betrof. Ik dacht aan Iran. Maar kennelijk zijn ook anderen qua moraal religieus geworden. Zoals Bernt Schneiders (PvdA), voorzitter van het Genootschap van Burgemeesters, die maandag bij Pauw en Witteman – in plaats van zijn collega te steunen – het dom vond wat hij had gedaan, en hem zelfs chantabel achtte.

Chantabel ben je als je geheimen hebt, maar bij Hoes lag alles juist op straat, hij stond letterlijk in z’n onderbroek in de krant. Gênant, niet verboden. Waar Onno Hoes zelf vervolgens gisteravond in RTL Boulevard zijn excuses voor aanbod, op Amerikaans-christelijke wijze.

„Normaal staat mijn man niet te juichen als ik zoenend met een andere man in de krant staat”, schreef ook Albert Verlinde al op 11 december 2005 in zijn column in NRC Handelsblad. Zelf zou ik ook niet staan te juichen. Maar gelukkig hoef ik Onno niet te verdedigen. Wat ik wel wil verdedigen – en ik hoop de Maastrichtse fractievoorzitters vanavond ook – is de vrijheid van zoenkeuze.

Of ben je dan tegenwoordig ouderwets?

Arjen van Veelen (a.v.veelen@nrc.nl) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen (m.oostveen@nrc.nl).

    • Arjen van Veelen