Wie durft ’t nog voor banken op te nemen?

Komt er dan geen einde aan? Op het gevaar af dat ik straks als lakei van het grootkapitaal op de mestvaalt van de geschiedenis terechtkom... Iemand moet de banken steunen. Bij deze.

Ja, banken hebben dit decennium gefaald in hun kerntaak om risico’s te beheersen. Als Nederlandse burgers verliezen we zeker 10 en 15 miljard euro op reddingsacties. Mede daardoor is de economie ontspoord (nadat die eerder dankzij al die kredieten lekker was gegroeid, overigens). Dat kost ons nog meer. Het maatschappelijk vertrouwen is geschokt. Wrok. We pikken ’t niet langer.

Maar vijf jaar na de kredietcrisis wordt het tijd de wrok om te zetten in vergeving en nieuwe verhoudingen te bereiken.

De wrok kwam afgelopen week pregnant naar voren in de onthulling van het Financieele Dagblad, dat eerst het ministerie van Financiën en vervolgens ook De Nederlandsche Bank zich met succes hadden verzet tegen een salarisbetaling aan de twee bestuurders van SNS Reaal na de nationalisatie op 1 februari. De commissarissen van SNS Reaal gaan over die beloningen en zij besloten gedurende de opzegtermijn van een half jaar de salarissen van het duo door te betalen. Ze hadden al 250.000 euro betaald aan de afgetreden bestuursvoorzitter Ronald Latenstein, toen het ministerie ingreep. De Nederlandsche Bank zou tevens hebben gedreigd de handelwijze van de commissarissen te betrekken bij haar beoordeling van hun geschiktheid om aan te blijven. De commissarissen haalden bakzeil.

Allemaal verliezers. De bestuurders van SNS Reaal, omdat zij niet doorbetaald krijgen. Het ministerie en De Nederlandsche Bank, omdat zij denken dat nationalisatie van aandelen ook nationalisatie zonder compensatie van een arbeidsovereenkomst betekent. Ten onrechte. En de commissarissen van SNS Reaal, omdat zij de politieke en toezichthoudende druk niet kunnen weerstaan. Dat lijkt me eerder een bewijs van ongeschiktheid dan het wél uitkeren van het salaris. Dat salaris is geen bonus (sinds 2008 niet meer uitgekeerd), maar in wezen hetzelfde als waar politici en ministers recht op hebben: wachtgeld.

Wrok tegen brokkenbankbazen is geen houdbaar beleid. Wie herhaling van de kredietcrisis wil voorkomen, moet banken dwingen om meer eigen bufferkapitaal te hebben, moet schaalverkleining overwegen, maar moet zeker inzetten op strikter toezicht. Dat kost geld. Toezicht is tijdrovende, hoogwaardige arbeid.

Het kabinet heeft onlangs het voornemen uit het regeerakkoord (29 oktober 2012) naar de Tweede Kamer gestuurd om alle financiële toezichtskosten te verhalen op de sector zelf. Dat is een onzalig voorstel.

Financieel toezicht is een kerntaak van de overheid. Zoals politie, leger en staatsveiligheid. In 2014 draagt de overheid voor het laatst bij aan de kosten van toezicht: 39 miljoen euro, bijna 17 procent. De sector doet al het meeste.

De overheid stelt zelf en via de toezichthoudende Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten steeds hogere en indringender eisen aan de financiële wereld. Dat vinden banken, verzekeraars, pensioenfondsen en financiële bemiddelaars niet leuk. Het toezicht van vreemde ogen moet dwingen. Dat kan niet anders. In het belang van de klant, de burger en de samenleving. Financiële diensten zijn te belangrijk om aan financiële dienstverleners over te laten. Vandaar de politieke regie op (financieel) toezicht.

Maar dat heeft een prijs. Wie betaalt bepaalt, zo werkt het. Altijd. Overal. Andersom geldt ook: wie niet betaalt, maar wel bepaalt, wordt politiek vanzelf ongeloofwaardig.

Wie als bank of financieel dienstverlener steeds meer moet neertellen voor steeds meer toezicht dat politici zelf niet willen betalen, komt vanzelf op het punt dat hij zegt: ik pik het niet langer.

Wie wrok zaait, zal wrok oogsten.