Voldoet Hoes’ zoen aan artikel 37?

Riskant gedrag van Maastrichtse burgemeester kan ingewikkelde casus worden, zegt hoogleraar Elzinga.

Albert Verlinde Foto ANP

Wanneer raakt het privéleven van een burgemeester zijn of haar functioneren als burgemeester? Artikel 37 van het Rechtspositiebesluit burgemeesters bepaalt: „De burgemeester onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt schaden of kunnen schaden.”

Artikel 37 wordt niet vaak in stelling gebracht door de werkgever van de burgemeesters, de minister van Binnenlandse Zaken. In de jaren negentig gebeurde het twee keer, kort achter elkaar, in Limburg. De burgemeesters Vossen van Gulpen en Riem van Brunssum werden wegens schending van het artikel ontslagen. Door de verdenkingen dat ze niet integer waren geweest, hadden ze het ambt beschadigd.

Om seksueel gedrag is in de recente geschiedenis nog geen burgemeester ontslagen. Wel was er eind jaren tachtig de ‘nacht van Zwolle’, van de burgemeesters Smallenbroek van Smallingerland en Faber van Hoogeveen. Ze raakten in de omgeving van een bordeel dronken verzeild in een vechtpartij. Smallenbroek moest aftreden.

Maar wat als je, zoals Onno Hoes, burgemeester bent in Maastricht? Als je in een plaatselijke hotellobby zoent met een jongeman die niet je vaste partner is; als je je afficheert – inclusief foto – op een publieke homo-datingsite, als je wordt bedreigd en gechanteerd, waarvan je daarna aangifte doet? Terwijl je naam blijft opduiken in boulevardbladen en showprogramma’s?

Artikel 37 is een wat moralistisch artikel, vindt Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Het verwijst naar de positie van burgemeester van een gemeente. Je bent niet zomaar een burger, maar eerste burger met een voorbeeldfunctie.

Elzinga: „Als je je als burgemeester riskant gedraagt, kan dat leiden tot een publieke discussie over je persoon waarbij jouw neutrale voorbeeldfunctie in het geding raakt. Je bent kwetsbaar als je in je privéleven weinig terughoudendheid betracht.”

In zo’n geval dreigt een burgemeester zijn gezag te verliezen. Juist om die reden verloor de voorganger van Onno Hoes, Gerd Leers, in 2010 het vertrouwen van de gemeenteraad. Leers moest aftreden nadat was gebleken dat hij zijn positie inzette om privéproblemen rond de aanschaf van een Bulgaarse vakantievilla uit de wereld te helpen.

„Maar het wordt echt gevaarlijk als chantage in beeld komt”, waarschuwt Elzinga. „Als je, zoals Hoes, vrijmoedig omgang hebt met deze en gene, en dat leidt tot chantabele posities. Alleen al het vermoeden daarvan maakt dat je functioneren als burgemeester problematisch wordt. Dan is het oppassen geblazen.”

Een burgemeester moet zich dus niet in een potentieel chantabele positie begeven. Elzinga: „Anders komt een grens in zicht en kan dat voor een gemeenteraad reden zijn om er een punt achter te zetten. Ook a l doen raadsleden er goed aan zich in beginsel terughoudend op te stellen met wat een burgemeester privé doet. Persoonlijk vind ik het chantabel zijn zwaarder dan artikel 37.”

In het geval van Hoes heeft het niet met zijn seksuele geaardheid te maken, maar met zijn losse seksuele gedrag. Daarmee ontstaat een spanningsveld tussen privé en ambt.

Elzinga: „Als objectief kan worden vastgesteld dat dit onwenselijk gedrag is, en mensen zijn bijvoorbeeld verzocht om te zwijgen, dan gaat het de verkeerde kant op. Ik denk dat dit een ingewikkelde casus aan het worden is, om het voorzichtig uit te drukken.”

    • Paul van der Steen
    • Joep Dohmen