Raad van State: beoordeling asiel homovluchteling moet anders

Asielaanvragen van homoseksuele vluchtelingen moeten voortaan anders worden beoordeeld. Van hen mag niet worden verlangd dat ze zich terughoudend opstellen bij terugkeer in hun land van herkomst om eventuele vervolging vanwege hun geaardheid te voorkomen. Dat heeft de Raad van State vandaag bepaald.

De Raad van State op het Binnenhof in Den Haag. Foto ANP / Robin Utrecht

Asielaanvragen van homoseksuele vluchtelingen moeten voortaan op een andere manier worden beoordeeld. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie mag niet van deze vluchtelingen verwachten dat ze zich bij terugkeer in hun land van herkomst terughoudend opstellen over hun geaardheid. Dat heeft de Raad van State vandaag bepaald.

De aanvragen van homoseksuele vluchtelingen worden nu, net als in andere gevallen, beoordeeld op de verklaringen van asielaanvragers over gebeurtenissen in hun thuisland. De Raad van State wil dat ook wordt onderzocht hoe deze groep asielzoekers na terugkeer invulling zou geven aan hun seksuele voorkeur. Als deze manier van leven risico’s met zich meebrengt, kan de staatssecretaris niet verwachten dat zij daar na terugkeer terughoudend over zijn.

Strafbaarheid homoseksualiteit weegt mee

De staatssecretaris moet ook “onderzoek doen naar de algemene situatie voor homoseksuele vreemdelingen in het land van herkomst”. Hij moet nagaan of het strafbaar is en moet checken hoe de regelgeving over homoseksualiteit in de praktijk wordt toegepast.

Raad van State volgt Hof van Justitie

De Raad van State kwam tot deze conclusies na drie uitspraken over homoseksuele mannen uit Senegal, Uganda en Sierra Leone. Zij waren naar de hoogste bestuursrechter gestapt omdat hun een asielvergunning geweigerd was. Hun geaardheid, en het bijkomende risico op vervolging in hun thuisland, werd niet als voldoende reden gezien om hen asiel te geven.

De Raad van State volgt in zijn oordeel het Europese Hof van Justitie. Dat bepaalde vorige maand dat vluchtelingen die het risico lopen in hun thuisland te worden vervolgd voor hun homoseksualiteit op basis hiervan asiel moeten kunnen krijgen in Europa.

Grootste vraag nog onbeantwoord

De grote vraag is nu hoe mensen moeten bewijzen dat ze niet-hetero zijn, zegt journalist en jurist Folkert Jensma, die eerder al een stuk scheef over de kwestie. Ook die vraag legde de RvS voor aan het Hof in Luxemburg.

In Europa zijn geen eenduidige richtlijnen om te bepalen of iemand homoseksueel is. Elke lidstaat bepaalt zelf of hij een medisch, psychiatrisch of psychologisch onderzoek instelt. Tsjechië en Slowakije gebruiken bijvoorbeeld de omstreden methode van fallometrie; oftewel de ‘penistest’.Hierbij wordt de lichamelijke opwinding gemeten als iemand heteroseksuele porno krijgt voorgeschoteld.