Ondertussen op kantoor

Elke week geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor. Deze week: hoe groet je je collega’s? En wanneer?

De meeste collega’s mompelen wat als ze ’s ochtends binnenkomen. Of ze zeggen helemaal niks. Ik snap dat wel. Het was te vroeg vanochtend, gesneden bij het scheren en de ritsen van de kinderen stuk. Helemaal geen zin in wéér een dag diezelfde koppen om je heen. Geen enkele reden voor een ‘goedemorgen’, denken ze. Het tegendeel is natuurlijk waar. Napoleon mompelde ook geen gemurmel naar zijn mannen voordat hij ten strijde trok. Nee, hij klaroende, balde zijn vuist, gaf zijn paard de sporen en hief het banier richting slagveld. Dat is dus ook wat wij moeten doen ’s ochtends: een klaroenstoot. Een luid en duidelijk ‘goedemorgen, lieve mensen’, tegen iedereen. Want we trékken ten strijde, we verleggen die grenzen, we duiken erop, we springen erin. Daar hoort geen gemompel bij. Hetzelfde doen we bij het weggaan: weer een klaroenstoot. Ook dit weer Napoleon indachtig die de troepen graag de volgende dag weer terugziet. We groeten elkaar dus, luid en duidelijk. Bij weggaan en binnenkomen. Dat we dat helder hebben.

Zo belangrijk als begin en einde van de dag zijn ook alle andere groetmomenten op kantoor. Een groet is het emotionele strooigoed van de kantoorjungle. Een signaal. Een moment niet gegroet kan onnoemelijk leed veroorzaken, een wél-gegroet onnoemelijk veel blijdschap. Niet gek dus dat mensen me vaak vragen: hoe groet ik mijn collega’s?

Mijn advies zou zijn: de mensen met wie je weinig hebt, groet je altijd. Hoe vaak je ze ook tegenkomt. Denk nooit: ik heb je al een keer gegroet vandaag, daar doe je het verder maar mee. Nee, je groet. Of het nou de portier, de mevrouw die de wc’s schoonmaakt of de aandeelhouder is. Groet iemand natuurlijk wel met afnemende sterkte naarmate je hem of haar vaker gegroet hebt, zodat bij de achtste keer nog slechts een vaag geluid met een knikje over is. Anders wordt het weer eng.

Voor alle andere collega’s dient het hele arsenaal aan groeten te worden ingezet. De verliefde groet met het verlegen naar de grond kijken voor de hottie. De bewuste niet-groet voor de klootzak. De aanmoedigende groet voor de schuchtere collega, ‘de veelbetekenende groet met wijsvinger’ voor de baas. De dreigende groet voor de eikel. Mensen met betraande ogen dienen nooit gegroet te worden. Die stuur je een mail. In een lange gang begin je bij leuke mensen meteen te brullen zodra er oogcontact is. Bij gewone collega’s zit je net even in je loopdossier te zoeken en sla je bij het passeren kort de blik op voor een snelle ‘hoi’. Op het toilet groet je altijd. Ook als je net uit het hokje komt na een avondje Indiaas eten. Je staat voor je daden in de kantoorjungle, dus ook hier. Dus je groet.

Bedenk steeds: door te groeten zet je een lichtje op je collega’s. Of doe je het licht uit. Toch wel even een gedachte, zeker in de donkere dagen voor Kerst.

    • Japke-d