Na weken onderhandelen sluiten coalitie en oppositie pensioenakkoord

Minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher komt aan bij het ministerie van Financiën, voorafgaand aan de afronding van het pensioenoverleg. Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Na weken van onderhandelen hebben VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP een akkoord bereikt over de pensioenen. Dat maakten de financieel specialisten van deze partijen bekend na afloop van een laatste overleg op het ministerie van Financiën.

Politiek redacteur Derk Stokmans over het akkoord:

“Dit is een heel belangrijke bezuiniging die het kabinet nu binnen heeft. Het is de laatste grote hervorming waar nog een akkoord over moest worden gesloten. Het kabinet gaat nu rustig de feestdagen tegemoet. Het zag er gisteren allemaal vrij slecht uit, maar nu zijn er binnen twee dagen op twee belangrijke dossiers grote stappen gezet.”

Minder snel pensioen opbouwen

Details van het pensioenakkoord staan in een brief die het kabinet aan de Kamer stuurt. Er volgt geen officiële presentatie, zoals bij het woon- en het begrotingsakkoord. Gisteren werd al wel duidelijk dat de vijf partijen het in grote lijnen eens waren over de aanpassing van de pensioenplannen van het kabinet.

Zo wordt de pensioenopbouw verlaagd van 2,15 naar 1,875 procent, en niet 1,75 procent zoals VVD en PvdA afspraken bij het regeerakkoord. Dit percentage bepaalt hoe snel een werkende belastingvrij pensioen kan opbouwen. Dit percentage verlagen vertraagt die opbouw, en levert het rijk extra belastinginkomsten op.

In NRC Handelsblad zette Stokmans vandaag ook de overige onderdelen van het pensioenakkoord op een rij:

Begrotingstekort
Deze extra belastingsinkomsten (in 2017 bijna drie miljard euro) zijn erg belangrijk voor de oplossing van het begrotingstekort. Volgens de coalitie kan het opbouwpercentage lager nu mensen langer doorwerken en dus langer pensioen kunnen opbouwen. Vooral de ChristenUnie vindt de verlaging van het opbouwpercentage in het regeerakkoord zo groot, dat mensen geen fatsoenlijk pensioen meer opbouwen.

650 miljoen
Het deels terugdraaien van de geplande verlaging van het opbouwpercentage leidt tot een gat van zo’n 650 miljoen euro op de rijksbegroting.

Werkgevers
Om dat te dichten, is overeengekomen een geplande lastenverlichting voor werkgevers deels te schrappen. Het gaat om het uitstel van de verlaging van de werkgeversbijdrage aan het Algemeen Werkloosheidsfonds. Dat levert zo’n 260 miljoen euro op.

50-plussers
Er wordt 260 miljoen euro bezuinigd op de zogenaamde ‘mobiliteitsbonus’, een bonus voor werkgevers die 50-plussers of arbeidsgehandicapten in dienst nemen. Werkgevers krijgen straks pas een bonus als ze mensen boven de 56 jaar in dienst nemen.

Pensioenkoepels
Koepels van pensioenfondsen zullen btw moeten heffen (en afdragen) over hun dienstverlening aan pensioenfondsen. Dat levert 110 miljoen euro op. Uit een pot geld die is vrijgemaakt rond het sociaal akkoord komt nog 50 miljoen.

Handhaving

Oppositiepartijen willen dat een lager opbouwpercentage leidt tot lagere pensioenpremies. Om dat af te dwingen, krijgt De Nederlandsche Bank meer macht. Kort gezegd komt het neer op een omkering van de bewijslast: niet langer hoeft DNB aan te tonen dat fondsen hun premies onterecht hoog houden. Fondsen die hun premies niet verlagen, of zelfs verhogen, moeten bewijzen dat dat nodig is. Ze moeten aantonen dat ze gepensioneerden niet bevoordelen ten opzichte van werkenden (en vice versa).

Zelfstandigen
Wie een vaste baan inruilt voor een zelfstandig bestaan, moet 10 jaar bij zijn pensioenfonds kunnen blijven. Nu moeten werkloze zzp’ers hun oudedagsvoorziening ‘opeten’ voordat ze in aanmerking komen voor de bijstand. Dat zou (onder voorwaarden om misbruik te voorkomen), straks niet meer hoeven.

    • Lex Boon