Modern Times: ‘Ce rakish spagoletto, ce la tula tula tois!’

Een van de grootste iconen te zijn van de vorige eeuw, bekend in elke uithoek van de wereld, met een gezicht dat is verschenen op alles, van badmatten tot koffiemokken, heeft ook zo z’n nadelen.

Wie houdt er nog echt van Charlie Chaplin? Andere komieken uit de periode van de zwijgende film zoals Buster Keaton en Harold Lloyd hebben nog altijd hun fanatieke voorvechters – Keaton is vaak aangehaald door Johnny Depp als een inspiratiebron, en rond hem hangt ook nog de tragiek van zijn in alcohol gedrenkte bestaan na de doorbraak van de geluidsfilm, Lloyd kan gelden als de geheimtip voor kenners. Maar Charlie Chaplin is van iedereen, en dus ook van niemand.

Zo kan het gebeuren dat een film van Chaplin, The Great Dictator, pas op de 23ste plaats stond toen de Britse krant The Observer een paar jaar geleden een top-25 maakte van de beste komedies aller tijden; Woody Allens Annie Hall eindigde als eerste. In de beroemde poll van beste films aller tijden die het Britse filmblad Sight & Sound elke tien jaar organiseert, kwam Chaplin voor het laatst voor in 1992 met Modern Times. Als filmcritici iets graag doen, is het op de bres staan voor een miskend talent. Voor Chaplin hoeft niemand meer op de bres staan, en dus zakt hij zachtjes weg in de historie.

Hoe briljant Chaplin was, is vanaf deze week weer te zien in vier filmhuizen, waar een gerestaureerde kopie van zijn beste film draait, Modern Times (1936); een ongelofelijk staaltje perfectionisme, waarin Chaplins beroemde creatie, de Tramp, ronddwaalt in de wereld van de economische crisis van de jaren dertig – met zijn mechanisatie, massawerkloosheid en arbeidsonrust. Modern Times is een geëngageerde film die – en dat is het knappe – geen moment belerend of didactisch overkomt. Na het maken van City Lights had Chaplin kritiek gekregen van een jonge journalist, dat Charlie in films te veel leefde in een fantasiewereld, en dat hij zijn films meer in de werkelijkheid moest situeren. Je moet een in grote armoede opgegroeide Londenaar zijn zonder enige formele opleiding om je zoveel aan te trekken van een opmerking van een verslaggever. Maar die kritiek was een van de beginpunten van de film.

Modern Times is een film zonder dialoog uit een tijd waarin de talkies al lang en breed waren doorgebroken. Chaplin, de meest succesvolle filmster op de planeet, was in de positie om zich daar niet veel van aan te trekken. Maar het was wel de laatste keer dat hij als de Tramp op het doek verscheen. En dat geeft extra betekenis aan een film die juist als een van de belangrijkste thema’s heeft hoe technische vooruitgang, mechanisatie en automatisering de mens overbodig dreigen te maken. Als we eindelijk – en voor het eerst – de stem van Chaplin kunnen horen in een film, zingt hij in een beroemde scène een liedje in Italiaanse wartaal - „Ce rakish spagoletto, ce la tula tula tois!” Tegenover de dehumanisering van de industrie staat de anarchistische geest van Chaplin, en zijn nieuwe geliefde Paulette Goddard; twee straatschuimers die door de marges van de samenleving glippen. Als Chaplin zich in een droomscène voorstelt hoe het zou zijn als de twee een keurig rijtjeshuis zouden betrekken, is dat om daarmee de spot te drijven: zijn handen veegt hij af aan de gordijnen, en een glas melk betrekt hij direct van de koe.

Peter de Bruijn is filmredacteur