In Hollywood dreigt de leegstand

Filmstudio’s staan leeg, werkgelegenheid sijpelt weg. Californië heeft grote moeite om filmbedrijven vast te houden.

De Universal Studios in Hollywood, Californië. Universal is een van de grote Amerikaanse filmstudio’s die nog steeds gevestigd zijn in LA. Foto Hollandse Hoogte

The Hunger Games? Gefilmd in North Carolina en Georgia. De blockbuster Interstellar, die in 2014 uitkomt? Made in Canada. Gevolgen van een trend die niet nieuw is, maar die Los Angeles wel grote zorgen baart. Steeds vaker worden grote speelfilms en televisieseries gemaakt in andere staten en zelfs landen, op grote afstand van Hollywood.

Filmmakers kunnen daar in veel gevallen belastingvoordeel krijgen dat Californië niet heeft. Het gevolg is toenemende werkgelegenheid en belastinginkomsten voor de Amerikaanse staten die zich als alternatief presenteren voor de dure thuisstaat van de filmindustrie. Opnamestudio’s in Hollywood staan intussen leeg en complete filmploegen zijn vertrokken. Hollywoods reputatie als filmhoofdstad lijdt eronder.

„Dit is een cruciaal moment”, zegt Paul Audley, voorzitter van de gemeentelijke dienst FilmL.A. Wie in Los Angeles wil filmen, moet voor toestemming bij hem zijn. Audley heeft een fraai uitzicht op het beroemde Hollywood-bord en dat stemt hem melancholisch. „Als we nu niet optreden zijn we de filmindustrie kwijt. Dit gaat de hele staat aan. Het gaat om werk, om mensen, om belastinggeld voor scholen en wegen.”

Samen met de Motion Picture Association of America (de vereniging van grootste filmstudio’s) sloeg ook de nieuwe burgemeester Eric Garcetti van Los Angeles dit jaar alarm over de ‘vlucht’ van filmproductie. Garcetti spreekt van een „noodtoestand”, die alleen de wetgevers in hoofdstad Sacramento kunnen oplossen met een serieus subsidieprogramma: „Het terughalen van productie zou een injectie in de arm van onze economie zijn.” Audley hoopt op consolidatie: in plaats van de huidige fragmentatie van de productie, moet Hollywood weer een van de vier of vijf toonaangevende filmcentra worden, naast onvermijdelijke locaties als New York.

Californië kent wel subsidies, maar die zijn beperkt – niet meer dan symbolisch. In concurrerende staten is de af te dragen belasting met 25 of zelfs 35 procent verlaagd. Dat Spike Lee zijn meest recente film Oldboy opnam in Louisiana, had één reden: „Het belastingvoordeel.”

Eind vorige eeuw begon deze trend in Canada. „Ze pikten een deel van het beste Amerikaanse exportproduct af”, snuift Audley. Hij legt uit dat niemand precies weet hoeveel films, dollars en arbeidplaatsen verloren zijn gegaan. Ook de impact op aanverwant toerisme en de horeca is niet exact te meten. Maar de vuistregel in Amerika – en Groot-Brittannië – is dat elke dollar aan overheidssteun 5 dollar ‘winst’ oplevert aan aanverwante economische activiteit, inclusief werkgelegenheid.

Dit jaar zijn elf van de twaalf grote blockbusters buiten Californië geproduceerd. Het totale aantal filmproductiedagen in Los Angeles was in 1996 bijna veertienduizend. Dit jaar is het minder dan zesduizend. Ook het aantal banen in de Californische filmproductie is met bijna 10 pocent gedaald gedaald, naar 115.000. De stad huisvestte 89 procent van de dramaseries; nu wordt er nog maar 37 procent van de series gemaakt.

Het doet allemaal pijn. Audley haalt uit naar de trots van New Mexico: „Breaking Bad had gewoon hier gemaakt moeten worden. Wij hebben ook woestijn en anonieme buitenwijken.”

Waarom subsidie voor filmsterren? Het is een begrijpelijke maar incorrecte reactie, zegt Audley. De steun is er niet voor Tom Cruise. Het gaat om de lagere inkomensgroepen: zij die sets bouwen, kostuums maken, belichting en catering regelen, vrachtwagens rijden.

Naarmate meer films en series elders worden gemaakt, ontstaan op die plekken lokale filmbranches. „Goeie crews, geweldige nieuwe infrastructuur”, zegt producent Sukee Chew over de stad Atlanta, waar recentelijk miljoenen dollars zijn geïnvesteerd in de filmsector. Chew woont in Los Angeles, maar is zelden thuis. In Atlanta werkt ze aan Barely Lethal, een film met Samuel Jackson. Georgia heeft het belastingvoordeel opgeschroefd naar 30 procent. „Atlanta is waar het allemaal gebeurt”, zegt Chew.

Ze somt op wat er de laatste tijd in die regio is gefilmd: The Hunger Games, Dumb and Dumber To, Fast & Furious 7. Die laatste film was de grootste productie ooit in Georgia. Het stopzetten ervan, na de recente dood van hoofdrolspeler Paul Walker, was een grote klap voor de lokale filmindustrie.

Als er een Amerikaanse stad is die aanspraak kan maken op de titel filmhoofdstad, dan is het New York. Het afgelopen decennium zijn er 130.000 film- en televisie-gerelateerde banen geschapen. Het is er gemakkelijker gemaakt om vergunningen te krijgen en locaties te regelen. In Los Angeles is de bureaucratie en het gebrek aan coöperatie van de kant van de overheid juist afschrikwekkend, volgens zowel de producenten als de entertainmentvakbonden.

In Santa Fe, New Mexico dient de aimabele Nick Maniatis, hoofd van het Film Office, met genoegen als plaag van Hollywood. Tijdens een ontmoeting verschijnen op een beeldscherm achter hem non-stop foto’s van het ruige woestijn- en berglandschap van New Mexico; decor van films als No Country for Old Men. Maniatis, tevreden: „Filmmensen kopen huizen in dit mooie land. Ze blijven. Ze geven geld uit.”

Een voordeel van New Mexico is dat het relatief dicht bij Los Angeles is. Maar de staat heeft genoeg eigen charme om grote films met Johnny Depp en Tommy Lee Jones aan te trekken, vindt Maniatis. „Toen concurrenten zeiden dat de studio’s liever in LA werken als de omstandigheden gelijk zijn? Niet respectvol, man.” Paul Audley in Hollywood lacht. „New Mexico is leuk, maar het is een feit dat de studio’s liever hier zouden willen zijn.” Hij voegt er echter wel aan toe: „Als geld geen rol zou spelen.”

    • Diederik van Hoogstraten