Glossy biopic van een staatsman

Recensie

Natuurlijk, Mandela: Long Walk to Freedom neigt naar een heiligenleven. Dat viel te verwachten van een glossy biopic, gebaseerd op de autobiografie van de imposante Zuid-Afrikaanse staatsman. Maar binnen de beperkte marges – de familie Mandela keek over zijn schouder mee – doet regisseur Justin Chadwick toch een aantal opmerkelijke dingen. Wat hij goed laat zien is het immense zelfvertrouwen dat Mandela van jongs af aan kenmerkte. Mandela heeft het racisme waarmee de zwarte bevolking van zijn land werd bejegend altijd in de eerste plaats opgevat als een teken van zwakte, en zeker niet van kracht. Dat gaf hem al vanaf zijn jonge jaren – een tijd waarin hij een geducht rokkenjager was, ook dat laat de film zien – een groot natuurlijk overwicht tegenover zijn witte opponenten, en ook een zekere rust.

Wat de film ook goed doet: Mandela’s relatie tot zijn zwarte achterban staat centraal, en minder zijn relatie tot zijn blanke landgenoten, die in eerdere – overigens uitstekende – films als Invictus erg veel aandacht opeiste. Mandela was het beste wat de witte bevolking van Zuid-Afrika kon overkomen, maar zijn relatie tot de zwarte bevolking, die hij moest zien te overtuigen te kiezen voor een vreedzame weg naar een nieuwe toekomst is minstens zo interessant.

Jammer is dat de makers er niet op hebben vertrouwd dat Mandela’s lange politieke gevecht toch echt al voldoende materiaal biedt voor meeslepend drama. Ze kozen ervoor om minstens zoveel aandacht te besteden aan zijn privésores: zijn mislukte eerste huwelijk, zijn moeizame tweede huwelijk met Winnie, de vervreemding van zijn kinderen, die hem van de autoriteiten pas mochten bezoeken in de gevangenis vanaf hun zestiende.

Dat menselijk leed overvleugelt volledig Mandela’s intellectuele en politieke ontwikkeling. Dat Robbeneiland functioneerde als ‘de universiteit van het ANC’ zal de kijker van deze film niet te weten komen.

Peter de Bruijn

    • Peter de Bruijn