Een enorme ramp waarvan het einde niet in zicht is

De burgeroorlog in Syrië is volgens de VN de grootste humanitaire ramp in decennia // Ziekten en honger grijpen hard om zich heen // Rijke landen zijn niet echt vrijgevig en het regime werkt hulp tegen

Een moeder met haar kinderen na een luchtaanval op Aleppo, zondag. Bombardementen van het Syrische leger eisten deze week circa honderd levens. Foto AFP

Redacteur Midden-Oosten

De oorlog in Syrië heeft geleid tot de grootste humanitaire crisis in decennia. De cijfers zijn duizelingwekkend. Zeker 2,3 miljoen Syriërs zijn het land ontvlucht en elke maand komen er 120.000 vluchtelingen bij in Turkije, Libanon, Irak en Jordanië. Daarbij zijn er ook nog eens 6,5 miljoen mensen ontheemd binnen Syrië.

Een „megacrisis” die „alles overtreft wat we in vele, vele jaren hebben gezien”, zei António Guterres, de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN maandag. Een conflict ook dat de hele regio ontwricht en daardoor „waarschijnlijk het gevaarlijkste is voor de vrede en veiligheid in de wereld sinds de Tweede Wereldoorlog”.

De Verenigde Naties hebben nu hun grootste hulpverzoek ooit gedaan. Om hun humanitaire operaties volgend jaar te bekostigen hebben VN in totaal 13 miljard dollar (9,4 miljard euro) nodig, waarvan de helft is bestemd voor Syrië. De VN voorzien dat in 2014 driekwart van de 22,4 miljoen Syriërs (het bevolkingsaantal van voor de burgeroorlog) humanitaire hulp nodig zal hebben.

Voedseltekorten

\Een van de grootste problemen is voedsel. Uit een recente schatting van het Wereldvoedselprogramma van de VN blijkt dat de helft van de Syrische bevolking kampt met voedseltekorten. Ruim zes miljoen mensen hebben dringend voedselhulp nodig om te overleven aangezien veel basisvoedsel nauwelijks meer te betalen is, als het al te krijgen is.

Brood is een goede graadmeter voor de diepte van de crisis. De broodprijs is in sommige gebieden met 500 procent gestegen, meldt het Internationale Reddingscomité. Om een hongersnood te voorkomen, breidt het Wereldvoedselprogramma (WFP) de distributie van noodrantsoenen uit. Ook wordt brandstof uitgedeeld zodat vluchtelingen eten kunnen klaarmaken in de kou en sneeuwval waar de regio sinds vorige week mee kampt.

Een ander nijpend probleem zijn ziektes. In de zomer zei de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat de uitbraak van ziektes die door besmet water worden verspreid – vooral hepatitis, tyfus, cholera en dysenterie – onvermijdelijk is gezien de omstandigheden waarin veel ontheemden leven. Onder vluchtelingen in Jordanië, Libanon, Iran en Turkije zijn uitbraken van mazelen en tuberculose gemeld.

Tekenend was de uitbraak van polio (kinderverlamming) in oktober in de Syrische provincie Deir-es-Zor aan de grens met Irak. Het is de eerste uitbraak sinds het land in 1999 poliovrij werd verklaard. Door de burgeroorlog is nog maar 68 procent van de kinderen gevaccineerd. De besmettelijke ziekte is ook opgedoken in Aleppo en Damascus, de twee grootste steden van het land. Om te voorkomen dat polio zich over het Midden-Oosten verspreidt, heeft de WHO een enorme immunisatiecampagne gelanceerd: 23 miljoen kinderen in Syrië en de buurlanden worden ingeënt.

Maar de humanitaire operatie in Syrië wordt gefrustreerd door het regime, dat hulp ziet als een Trojaans paard dat de legitimiteit van de staat ondergraaft en waarmee de internationale gemeenschap contacten met de oppositie kan leggen. Visumaanvragen voor VN-medewerkers werden dit jaar vaker geweigerd of opgeschort dan toegewezen, zo blijkt uit VN-documenten die persbureau Reuters onder ogen kreeg. Vooral medische hulp wordt geblokkeerd – overigens ook door veel rebellengroepen.

Tijdverslindende toestemming

Het Syrische regime wordt ervan beschuldigd honger te gebruiken als wapen tegen zijn eigen bevolking. ‘Het officiële beleid van de Syrische regering is dat humanitaire organisaties en leveranties overal toegang hebben’, scheef Ben Parker, die tot februari het Kantoor voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken in Syrië leidde. „Maar voor elke actie is tijdverslindende toestemming nodig, die meerdere mogelijkheden biedt op een veto.”

Daarbij zullen de VN lang niet al het geld krijgen waar ze om vragen. Dit jaar vroegen de VN 4,4 miljard dollar voor hulpoperaties in Syrië en de buurlanden, maar daarvan is slechts 60 procent binnen. Sommige traditionele donoren, zoals de Verenigde Staten en Europese landen, kampen met grote financiële problemen. Maar de VN raken ook hun geduld kwijt met sommige rijke landen, zoals China, die tot nu toe weinig hebben bijgedragen aan Syrië. Saoedi-Arabië en Qatar zouden zelfs helemaal niets hebben betaald.

Lees over jonge Syriëstrijders op pagina 16

    • Toon Beemsterboer