Een echte Rietveldstoel, wat is dat precies?

Sotheby’s veilt vandaag vijf Rietveldstoelen. Maar wat is een ‘echte’ stoel van Rietveld? De grenzen rekken steeds verder op en nu de prijzen stijgen zijn recent ook de eerste vervalsingen gesignaleerd.

Links Rietvelds ‘Hoge Stoel’ (richtprijs 50.000-70.000 dollar); voorstudie ‘Lage Stoel’ (50.000-70.000); na zijn dood gemaakte ‘Zigzagstoel’ (20.000-30.000) Foto’s Sotheby’s

Aan de vooravond van de kunst- en antiekbeurs PAN ontstond vorige maand enige commotie over een door Gerrit Rietveld ontworpen stoel. Het ging om een nieuwe, gelimiteerde editie van de ‘Steltman’, die een halve eeuw eerder was ontworpen voor de gelijknamige Haagse juwelier. Deze heruitgave in wit en in zwart leer, voorzien van een door kleinzoon Egbert Rietveld getekend certificaat, werd door designkeurmeester Frans Leidelmeijer afgekeurd. „Een re-editie van een dode ontwerper hoort op een meubelbeurs thuis, niet op een antiekbeurs”, licht de kunsthandelaar zijn oordeel desgevraagd toe.

Maar wat is een ‘echte’ Rietveldstoel? Het antwoord op die vraag is de laatste jaren flink opgerekt. Puristen zweren bij vooroorlogse meubels uit Rietvelds eigen werkplaats. Die zijn echter zeldzaam en kosten minstens drie ton. Designhistorici zoals kunsthistoricus Marijke Kuper definieerden dat een ‘echte’ Rietveldstoel in elk geval gemaakt moet zijn vóór 25 juni 1964, zijn sterfdag. Van alle tot die datum gefabriceerde meubels kan immers worden verondersteld dat ze onder supervisie van de ontwerper zijn gemaakt.

Maar Rietvelds faam nam na zijn dood alleen maar toe. Liefhebbers bleven aankloppen bij Gerard van de Groenekan, zijn vaste meubelmaker. Van de Groenekan, die in 1994 overleed, bleef nog decennia Rietveldmeubels maken. Ook deze ‘postume’ stoelen zijn de laatste jaren in trek geraakt als vintage Rietveldobjecten. Over deze verschuiving publiceerde Rob Driessen, taxateur en makelaar in kunst en design, deze maand een informatief artikel in het kunsttijdschrift Collect.

Dat het onderscheid is verwaterd, is goed te zien bij Sotheby’s, dat vandaag in New York vijf Rietveldstoelen veilt. Drie Zigzagstoelen, alle na Rietvelds dood door Van de Groenekan gemaakt, hebben richtprijzen variërend van 15.000 tot 30.000 dollar. Frans Leidelmeijer moet lachen. „Ik verkocht in de jaren tachtig Zigzagstoelen uit de jaren vijftig voor 1.500 gulden.”

Maar de enorme waardestijging verbaast hem niet: „Ik heb de meubels van Rietveld altijd beschouwd als een van de belangrijkste voortbrengselen van de twintigste eeuw. En het prijsplafond is zeker nog niet bereikt. De meubels van Jean Prouvé, waar er veel meer van in omloop zijn, liggen bijvoorbeeld beduidend hoger.”

Dat zegt ook taxateur Rob Driessen. Hij heeft hoge verwachtingen van een andere stoel die Sotheby’s vandaag aanbiedt, een voorstudie uit 1950 van de Lage stoel. Bij dit prototype van rood gelakt metaal, door het veilinghuis getaxeerd op zeker 50.000 dollar, is Rietveld ongetwijfeld zelf betrokken geweest. Driessen: „Het zou me niet verbazen als die stoel 120.000 dollar opbrengt.”

Design is nog een pril verzamelgebied, zegt Driessen. En rond Rietveldmeubels bestaat nog veel onduidelijkheid. Vooral meubelmaker Van de Groenekan heeft onbedoeld voor rookgordijnen gezorgd, zegt hij. „Zijn dateringen deugen soms niet, hij gaf op verzoek certificaten af die niet altijd betrouwbaar zijn, hij zette zijn brandmerk in oude stoelen en hij deed schimmig over zijn orderboek.”

Demystificeren van Rietveldraadsels is een specialiteit van Jurjen Creman, die al 23 jaar voor musea en verzamelaars Rietveldmeubels restaureert. Ieder meubel waar hij bij kan komen, onderzoekt Creman nauwkeurig. Dat levert hem informatie op over ontstaansgeschiedenissen, bijvoorbeeld over verschuivingen in uitvoering. Belangrijk voor het uitvoeren van restauraties, maar ook voor het dateren van meubels.

Al twee keer kwam Creman een vals brandmerk van Van de Groenekan tegen onder een stoel. „Slecht nagemaakte stempels, rare plakkertjes – er zijn cowboys die met Rietveld in de weer zijn”, zegt hij.

Na 23 jaar onderzoek durft de restaurator zich aan een voorzichtige schatting te wagen over aantallen echte Rietveldstoelen die zijn gemaakt. Tot aan Rietvelds dood zijn van de Zigzagstoel tussen de 200 en 500 exemplaren gemaakt, vermoedt Creman. „Het warenhuis Metz verkocht de Zigzag dertig jaar lang. Een vaste chauffeur van Metz heeft me verteld dat hij twee, drie keer per jaar bij Van de Groenekan stoelen moest ophalen. Soms acht stoelen, soms twaalf.” Van een ander populair model, de Rood-blauwestoel, zijn nog veertig vooroorlogse exemplaren bekend en heeft Van de Groenekan er daarna mogelijk nog eens tussen de 100 en 200 gemaakt.

Vorig jaar veilde Sotheby’s Rietvelds befaamde Aluminiumstoel, een exemplaar dat in 1960 door zijn zonen was vervaardigd, voor 470.500 dollar. De ontwerper zou om die enorme prijzen hebben gelachen, zegt Rob Driessen: „Rietveld was een pragmatisch en nuchter mens. ‘Als je zoveel budget hebt’, zou hij vast hebben gezegd, ‘zorg dan dat dé stoel er komt. Een stoel van een modern materiaal, die tegen lage kosten en op een eenvoudige manier kan worden geproduceerd.’”