De Nederlandsche Bank kan niet in alle dealingrooms rondlopen

Extra snel onderzoekt DNB na ‘Libor’ de fraudegevoeligheid van andere markten.

„Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor risico’s.”

Joanne Kellermann, directeur Nederlandsche Bank. Foto Olivier Middendorp

De Nederlandsche Bank wil de zaken voor zijn. Daarom onderzoekt DNB of er zwendel mogelijk is op de valuta-, derivaten- en grondstoffenmarkten. Daarmee moet worden voorkomen dat fraude opnieuw jarenlang kan voortwoekeren, zoals gebeurde bij de Libor-affaire.

„We hebben geen aanwijzingen dat er op dit moment misstanden plaatsvinden die vergelijkbaar zijn met Libor”, zegt Joanne Kellermann, directeur toezicht bij DNB. „Maar we willen onderzoeken of er processen zijn die lijken op Libor waar zich dit soort dingen kunnen voordoen. En of we maatregelen moeten nemen. We willen er zeker van zijn dat er voldoende waarborgen zijn om soortgelijk marktmisbruik te voorkomen.”

In 2013 waren er twee grote financiële kwesties in Nederland: de nationalisatie van SNS Reaal en de Libor-affaire bij Rabobank. In beide zaken kwam er kritiek op de daadkracht van toezichthouder DNB. Die zou hebben zitten slapen. Met het onderzoek wil DNB laten zien dat ze ook voorop kunnen lopen.

Het onderzoek is een van de speerpunten van DNB voor komend jaar. Vandaag publiceert DNB het overzicht van de onderwerpen waarop zij in 2014 extra scherp zal toezien. Andere voorbeelden: Zijn banken voorbereid op een plotselinge rentestijging? Zijn de interne toezichthouders bij verzekeraars wel streng genoeg? Zijn de besturen van pensioenfondsen professioneel genoeg? Kellermann vindt het belangrijk dat het publiek ook weet van die werkzaamheden van de toezichthouder. DNB worstelt intern met de kritiek op het functioneren. Natuurlijk gaan er dingen fout. Maar DNB doet ook veel dingen goed, vindt Kellermann. Bovendien is het onrealistisch, zegt ze, om te verwachten dat DNB alle fraude kan voorkomen. Daar heeft de toezichthouder de capaciteit niet voor.De maatschappij wil ook geen alomtegenwoordige toezichthouder.

Wordt met dit onderzoek een les uit Libor toegepast?

„Ja, maar deze manier van denken hebben we al langer. We stellen de vraag: waar kan dit nog meer misgaan? En: welke processen lijken hierop?”

Zijn de recente krantenartikelen over valutafraude ook een signaal voor u geweest?

„Ja. Als je die leest moet je gaan bedenken wat we moeten doen.”

Waarom bent u niet meteen met dit onderzoek begonnen toen u met Libor begon?

„Je kunt niet alles tegelijk. We bepalen ongeveer elk half jaar op welke dingen we focussen. Er is een hele waslijst van risico’s. We moeten keuzes maken.”

U had niet genoeg mensen?

„We hebben beperkte capaciteit. Dat is ook de reden waarom we prioriteiten stellen en onze middelen zo effectief mogelijk inzetten. Maar we hadden ook geen directe aanleiding, we waren niet op dingen gestuit. Wat niet wil zeggen dat die er niet zijn natuurlijk.”

Voor het afgelopen jaar had u ook een aantal onderzoeksthema’s gekozen. Zijn die nu afgerond?

„Om eerlijk te zijn denk ik dat veel thema’s nog wel een tijdje bij ons zullen zijn. Denk bijvoorbeeld aan ons onderzoek naar belangenverstrengeling [zoals bij woningcorporatie Vestia, red.] , daar gaan we mee door. Of de correcte waardering van commercieel vastgoed bij banken. Dat loopt sinds 2012. Met het bekendmaken van de thema’s willen we bereiken dat de instellingen er preventief mee aan de slag gaan. Zij zijn immers zelf verantwoordelijk voor de risico’s van hun bedrijf.

Toezicht houden is niet alleen bij iedereen over de schouder meekijken of ze het goed doen. Toezicht houden is vooral gedrag beïnvloeden, ervoor zorgen dat ze zelf het juiste doen.”

In de komende maanden formuleert De Nederlandsche Bank ook een toezichtsplan met een visie en doelstellingen voor de komende vier jaar. Stippen op de horizon, noemt Kellermann die. „We willen toch iets meer richting geven aan ons eigen denken en daar ook transparant in zijn naar de buitenwereld.”

Kunt u al iets bekendmaken over die stippen?

„Voor de banken geldt dat we een goede overgang willen van het nationale naar het Europese toezicht in de bankenunie. Ook moeten over vier jaar de herstel- en resolutieplannen van de banken klaar zijn [banken moeten uiteenzetten hoe zij in geval van nood kunnen worden gered of gesaneerd, red.].

„Van verzekeraars willen we onder andere dat ze nieuwe markten hebben aangeboord, dat ze eenvoudige en transparante producten hebben ontwikkeld en betere buffers hebben opgebouwd. Bij pensioenfondsen zijn twee dingen belangrijk: ten eerste moeten ze pensioenrechten en -verplichtingen adequaat waarderen en ten tweede moeten ze daar helder over zijn. Dat betekent dat ze niet meer moeten beloven dan ze kunnen waarmaken.”

Zijn de instellingen in staat om deze stippen te bereiken?

„Tja, daarvoor zijn het stippen.”

Het zijn wel grote stippen.

„Het is bedoeld om richting te geven. Dat is iets anders dan dat wij in ons kamertje een blauwdruk maken en daar vervolgens de instellingen in duwen. We gebruiken het om onszelf doelen te stellen en aan de instellingen duidelijk te maken: dit is waar wij naar sturen, stuur met ons mee.”

Wat kan DNB doen om te voorkomen dat een zaak als Libor jarenlang ongezien kan doorgaan?

„Het korte antwoord is: ervoor zorgen dat het management van zo’n bank het niet laat gebeuren. Dat is het belangrijkste. Wij kunnen niet in alle dealingrooms rondjes lopen. Daar zijn we niet voor.”

    • Chris Hensen
    • Hanneke Chin-A-Fo